"Europese investeerders houden vooral van Excel-files"

08/03/13 om 15:12 - Bijgewerkt om 15:12

Bron: Datanews

"Europese investeerders zitten op bergen geld, maar hebben geen ervaring met het investeren in web start-ups", opperen Vala Halldorsdottir en Sesselja Vilhjalmsdottir. De twee jonge vrouwen passeerden in België om 'The Startup Kids' te promoten.

"Europese investeerders houden vooral van Excel-files"

"Europese investeerders zitten op bergen geld, maar hebben geen ervaring met het investeren in web start-ups", opperen Vala Halldorsdottir en Sesselja Vilhjalmsdottir. De twee jonge vrouwen uit IJsland passeerden in België om hun documentaire 'The Startup Kids' te promoten.
Toen IJsland in 2009 failliet ging, verloren ook Vala Halldorsdottir en Sesselja Vilhjalmsdottir hun job. Maar de jonge twintigers bleven niet bij de pakken zitten en grepen de crisis zelfs aan om een bedrijfje op te starten. Een bedrijfje dat bordkartonnen gezelschapspellen verkocht. Dat was niet slecht gezien van de jongedames, want door het bankroet zaten heel wat mensen met hun vingers te draaien thuis, een leuke bezigheidstherapie was welkom. En kijk: de gezelschapspellen verkochten als zoete broodjes.

"Omdat onze eerste stappen in het ondernemerschap redelijk succesvol waren in een land dat aan de afgrond stond, wilden we andere jonge mensen motiveren om zelf het heft in handen te nemen en om zelf iets gaan doen", vertelt Sesselja Vilhjalmsdottir. "Zo is het idee gerijpt voor een documentaire. En wanneer je vandaag een film maakt over entrepreneurship, dan kom je sowieso terecht bij de internetondernemers. Ook onze nieuwe start-up is een online-project. Die hele internet start-up scene is ongelooflijk boeiend. Het is ook nooit makkelijker geweest om een business op te starten als vandaag. Een laptop en een dsl-verbinding volstaan."

Halldorsdottir en Vilhjalmsdottir woonden donderdag een screening bij van The Startup Kids in Mont-Saint-Guibert, tijdens een druk bijgewoond event van de Waalse start-up accelerator Nest'Up (#StartupHeroes). De docu bevat interviews met de oprichters van onder meer Vimeo, SoundCloud en Dropbox, gaat dieper in op hoe deze mensen hun bedrijf hebben opgestart, en toont hoe ze met vallen en opstaan leren wat het ondernemerschap inhoudt.

De initiatiefneemsters verzamelden een groot deel van het budget voor hun documentaire (23.000 dollar) via het bekende Amerikaanse crowdfundingplatform Kickstarter. Dat leverde heel wat visibiliteit op in de Amerikaanse media, waardoor de vriendinnen momenteel heel de wereld moeten rondreizen voor screenings rond hun werkstuk.

En alsof dat nog niet volstaat, zijn de 27-jaar oude vriendinnen nu volop bezig met het in de markt zetten van Kinwins, "een gamification-app voor de iPhone die je leven omtovert in een spelletje. Je laat je contacten weten waar je mee bezig bent, en je probeert constant om je vaardigheden te verbeteren. Gebruikers moeten gemotiveerd worden om steeds beter te doen." De nieuwe app wordt momenteel getest in IJsland, maar het is wel degelijk de bedoeling om zo snel mogelijk internationaal te gaan.

Julie hebben voor The Startup Kids met heel wat succesvolle internetondernemers gepraat, zowel in de VS als in Europa. Wat is hun geheim?

Sesselja Vilhjalmsdottir: "Entrepreneurs zijn even ambitieus in Londen als in San Francisco, wat dat betreft is er geen verschil: iedereen wil iets geweldig bouwen. Wat ook overduidelijk bleek uit de gesprekken die we voerden, was dat iedereen passioneel en vastberaden bezig is met zijn idee, op het extreme af zelfs. Keihard werken is een must, er is nauwelijks nog tijd voor iets anders. En je moet er voor durven gaan natuurlijk. Just do it!"

Twee steden spelen een hoofdrol in de film: San Francisco en Berlijn. Welke stad valt te verkiezen als je een bedrijf wil opstarten?

Vala Halldorsdottir: "Het grote voordeel aan San Francisco is dat je daar een goed uitgebouwd en professioneel ecosysteem hebt, met ondernemers en durfkapitalisten die weten waar de klepel hangt, die het allemaal al eens gedaan hebben. Maar het gaat hard hoor in Berlijn, er troept daar heel wat talent samen, en het is er goedkoop om te wonen en om te werken. In die zin heeft Berlijn toch heel wat troeven."

"In Oost-Europa zijn er ook nog heel wat goedkope ontwikkelaars beschikbaar. Dat is in Silicon Valley allerminst het geval. Programmeurs en designers zijn daar onbetaalbaar geworden, wat nogmaals in het voordeel pleit van Europa."

Sesselja: "Veel hangt af van de business waarin je actief bent. B2B-starters blijven best waar hun klanten zijn, vaak is dat Europa. En B2C-bedrijfjes moeten een zo groot mogelijke markt kunnen bereiken, en een zo groot mogelijk aantal invloedrijke gebruikers, waardoor ze misschien beter af zijn in de VS. Als je geld wil ophalen, ben je sowieso beter af in Californië. Al moet je je daar niet gaan vestigen hé. Heel wat Europese starters houden hun ontwikkelaars in Europa, en sturen een sales- en marketingteam naar de VS."

Wat zijn de grootste valkuilen voor onze Europese ondernemers? Sesselja: "Funding, het gebrek aan geld. Dat krijgen we overal te horen. In Europa heb je als starter een waterdicht businessplan nodig, terwijl je in de VS gewoon een prototype moet tonen aan investeerders. Europese investeerders houden vooral van hun Excel-files. De rekening met kloppen. Maar bij start-ups moet je ook je buikgevoel durven volgen. Alles kan niet zo maar van op voorhand worden uitgerekend."

"Een ander probleem is de slechte kennis van het Engels. In de VS spreekt iedereen dezelfde taal, maar in Europa zijn er nog heel wat mensen die het Engels onmachtig zijn. In het verlengde daarvan is ook de verdeeldheid binnen Europa een spijtige zaak. Als je een bedrijf probeert op te bouwen vanuit Duitsland, dan moet je eigenlijk niet internationaal gaan want de Duitse markt is groot genoeg. Dat heel wat Europeanen nog steeds zo lokaal denken, speelt in hun nadeel."

Vala: "In de VS probeert iedereen je iets te verkopen. Maar in Europa kijkt men op je neer als je te veel opschept. Onze entrepreneurs zijn te bescheiden, ze moeten wat meer op het voorplan durven treden. Amerikanen zeggen dat ze de wereld willen veroveren, Europeanen zeggen dat ze hun passie willen beleven. We moeten wat mee zoals de Amerikanen durven denken."

In de film klinkt het dat er voldoende geld aanwezig is in Europa, maar dat onze VC's geen ervaring hebben met het investeren in web start-ups. Sesselja: "Nogmaals: wat we in Europa steevast op ons bord krijgen, is dat het zo moeilijk is om aan geld te geraken. Of om 'slim kapitaal' te kunnen ophalen, van angels met ervaring, die je vooruit kunnen helpen."

"Er is geen Europese traditie om in webprojecten te investeren. Meer nog: investeerders weten vaak niet hoe web start-ups werken, wat de mogelijkheden zijn, en hoe ze kunnen schalen op het internationale toneel. Het enige wat ze vragen is of het bedrijfje binnen het jaar break-even zal kunnen draaien. Wel: in de meeste gevallen kan dat niet. Een product in de markt zetten vraagt tijd, er is geld voor nodig. Net zoals er geld nodig is om een grote markt te kunnen bereiken. Onze vc's moeten geduldiger leren zijn."

Vala: "In IJsland probeert men daar iets aan te doen. Zo worden er cursussen georganiseerd voor investeerders, waar ze onderwezen worden over internetondernemers. Waar ze op moeten letten wanneer ze willen investeren. Echt waar, ik verzin dit niet. Misschien is dat wel een idee dat kan worden overgenomen op het Continent."

Sesselja: "Maar goed, het gaat al wel wat beter intussen. Er zijn de voorbije jaren enkele Europese ondernemers geweest die een mooie exit gemaakt hebben, en dat geld vloeit ook deels terug naar het plaatselijke ecosysteem. Wat dat betreft ziet de toekomst er toch rooskleuriger uit."

Jullie hebben uitvoerig gepraat met de Nest'Up laureaten van de eerste editie. Wat was jullie indruk? Sesselja: "We waren toch wel onder de indruk over de kwaliteit van de starters. Er zaten enkele projecten tussen die zelfs wereldwijd zouden kunnen aanslaan. Famest bijvoorbeeld, of Snugr, dat mensen helpt om energie te besparen, één van de grote problemen van vandaag. Maar om dergelijke dingen echt in de markt te kunnen zetten, heb je natuurlijk bergen cash nodig. Gaan die jongens en meisjes dat geld wel vinden?"

Onze partners