Liga voor Mensenrecht trekt naar Grondwettelijk Hof om dataretentiewet van tafel te vegen

16/01/17 om 16:43 - Bijgewerkt om 16:43

Bron: Belga

Moeten telecomoperatoren communicatiegegevens bijhouden en zo ja, hoelang? De Privacycommissie en de Liga voor Mensenrechten verschillen danig van mening.

Liga voor Mensenrecht trekt naar Grondwettelijk Hof om dataretentiewet van tafel te vegen

© iStock

De Liga voor Mensenrechten dient dinsdag bij het Grondwettelijk Hof een verzoekschrift in om de vernietiging te vragen van de huidige dataretentiewet. Volgens de Liga voor Mensenrechten is de huidige wetgeving 'veel te ruimhartig en druist ze in tegen de bescherming van het privéleven en de persoonsgegevens'.

De Liga laat zich inspireren door twee uitspraken van het Europees Hof van Justitie (EHJ). De eerste, uit 2014, vernietigde een Europese richtlijn die telecomoperatoren verplicht om communicatiegegevens bij te houden. De richtlijn, die de lidstaten omzetten in nationale wetgeving, bracht volgens het EHJ de privacy in het gedrang. De Belgische wetgeving werd daarop aangescherpt.

Maar in december 2016 velde het EHJ een nieuw arrest, waarin ze de dataretentieregels in Zweden het Verenigde Koninkrijk hekelde. De Privacycommissie reageerde al dat het arrest niet op ons land van toepassing zou zijn, omdat de wetgeving in België is aangepast aan de uitspraak van het EHJ uit 2014, anders dan in Zweden en het Verenigde Koninkrijk.

Te lange bewaartermijn?

Volgens de Privacycommissie geldt sindsdien een gerichte bewaarplicht. Maar anderen zijn het daar niet mee eens en zien gelijkenissen met de genoemde landen. 'Een algemene bewaarplicht, voor alle burgers, verdacht of onverdacht, is strijdig met de Europese grondrechten. Op zich is het een buitenproportionele maatregel', zegt Jos Vander Velpen, voorzitter van de Liga voor Mensenrechten.

'Als het Grondwettelijk Hof toch zou menen dat een algemene bewaarplicht net door de beugel kan, dan biedt de huidige wetgeving onvoldoende waarborgen om de proportionaliteit te verzekeren', zegt Vander Velpen. 'De bewaartermijn van twaalf maanden is bovengemiddeld lang. Bovendien krijgen te veel overheden toegang tot de gegevens: niet alleen het gerecht, maar ook inlichtingendiensten. Daarnaast is de bescherming en beveiliging van gegevens onvoldoende gegarandeerd. Tot slot komt het beroepsgeheim van artsen, advocaten en journalisten in het gedrang.'

De Liga voor Mensenrechten speelt ook in op het argument dat het bewaren van gegevens noodzakelijk is voor onze veiligheid. Vander Velpen oppert onder meer dat de toegang kan gedifferentieerd worden voor inlichtingendiensten. 'Je kan ook de algemene bewaarplicht meer gericht maken, bijvoorbeeld door ze te beperken tot bepaalde geografische gebieden waarvan de statistieken aantonen dat er meer criminaliteit is.' Een uitspraak van het Grondwettelijk Hof wordt niet de eerstkomende maanden verwacht.

Onze partners