Nu moet het gebeuren

25/09/08 om 10:00 - Bijgewerkt om 09:59

Bron: Datanews

Men kan zonder overdrijving zeggen dat de ict-industrie de laatste 25 jaar de meest invloedrijke industrie ter wereld geworden is. Informatie- en communicatietechnologie is de basis, de grondstof en de motor van de kennisindustrie. Mee evolueren in die industrie is - en zeker in West Europa met zijn gebrek aan gronstoffen en zijn structureel nadeel op het vlak van de kosten - zonder meer essentieel voor het succes van een samenleving.

Men kan zonder overdrijving zeggen dat de ict-industrie de laatste 25 jaar de meest invloedrijke industrie ter wereld geworden is. Informatie- en communicatietechnologie is de basis, de grondstof en de motor van de kennisindustrie. Mee evolueren in die industrie is - en zeker in West Europa met zijn gebrek aan gronstoffen en zijn structureel nadeel op het vlak van de kosten - zonder meer essentieel voor het succes van een samenleving.

Als België meer wil zijn dan een land waar de grote it-concerns "verkopen" en "installeren" en dus een plek moet worden waar ze reëel investeren in de ontwikkeling van de kennisindustrie, moeten er dringend maatregelen worden genomen.

Wij beschikken over troeven en hebben op sommige deelgebieden unieke applicaties ontwikkeld. De tijd is echter gekomen om nu een segment (of enkele segmenten) te kiezen waar wij willen in uitblinken en alles te doen om daarvan het internationale kenniscentrum te worden.

Nog niet zo lang geleden gingen de directeurs-generaal van IBM (waartoe ik behoorde) telkens opnieuw een heroisch gevecht aan om fabrieken aan te trekken. Want fabrieken betekenden werkgelegenheid, bijkomende middelen en ...aanzien. Vandaag gaat die zelfde invloed uit van competence centers.

Ondanks goede resultaten in sommige segmenten en een aantal ontwikkelingen van wereldniveau (e-ID, Kruispuntbank,... ) en bedrijven (Metris, Imec,...) van formaat kunnen we alleen maar vaststellen dat we eigenlijk achteruitboeren. Er is te weinig personeel, er zijn te weinig ideeën, er ontbreekt een visie vanuit de overheid, er is onvoldoende focus, initiatieven worden opgestart...en gestopt bij de gratie van één of andere minister. De afbouw tijdens de laatste 2 jaar van het digitale televisieproject dat in 1999 door Dirk Van Mechelen gelanceerd werd is bijvoorbeeld een regelrechte schande.

Er is genoeg geld maar er zijn te weinig initiatieven. Er moet dringend een klimaat gecreëerd worden dat jonge mensen aanzet om technische richtingen te gaan studeren. De middelen voor R&D zijn vrijgemaakt maar worden niet of onvoldoende gebruikt. De regels en regeltjes die opgesteld werden om te kunnen genieten van de beschikbare fondsen zijn zo gecompliceerd dat vorsers en kleine bedrijven afhaken. Meedoen om steun en/of subsidies te krijgen is dikwijls een fulltime job. Welke onderzoeker, welke start-up kan en wil dit nu doen.

We moeten het geweer nù van schouder veranderen. Als we onze welvaart willen behouden moeten we meer, veel meer investeren in de kennisindustrie en moeten we ook aan ons onderwijs meer middelen ter beschikking stellen en vooral veel gerichter investeren in die richtingen die bijdragen tot die kennisindustrie. Daarbij primeren kwaliteit en deskundigheid op kwantiteit (wie haalt het nu in zijn hoofd om de financiering van het hoger onderwijs afhankelijk te maken van het aantal geslaagden).

De overheid moet haar steun en stimulansen bovendien op een veel transparanter en een veel minder bureaucratische manier organiseren. Enig risico mag daarbij, wat mij betreft, genomen worden. Alle internationale onderzoeken zijn het er roerend over eens: zet zwaar in op innovatie en kennis.

De politiek heeft een verpletterende verantwoordelijkheid om middelen ter beschikking te stellen en mee de richting te bepalen. Het succes van de Amerikaanse High Tech industrie is voor een stuk gebaseerd op de stimuli die door de overheid gegeven worden. Overheidsbestellingen zijn inderdaad essentieel om nieuwe ontwikkelingen te genereren. Essentieel is eveneens dat bij die bestellingen, zoals in de VS trouwens, een deel gereserveerd wordt voor kleine en middelgrote ondernemingen. Kmo's zijn net die ondernemingen waar innovatie vaak geïnitialiseerd wordt. Nederland heeft dat begrepen, Finland is een schoolvoorbeeld, Frankrijk heeft zijn initiatieven. Vele andere landen doen iets...wij modderen maar aan.

We moeten nù in actie komen. Er mag geen tijd meer verloren gaan in oeverloze debatten. Ict is de basis van de kennisindustrie. Onze welvaart hangt grotendeels af van ons succes in die kennisindustrie. De overheid moet, zoals in vele andere succesvolle landen, de grootste klant worden van de ict-industrie. Overheid en industrie moeten samen een visie ontwikkelen en bepalen waar ze naartoe willen. Vanuit die visie moet een langetermijnstrategie ontstaan met een consistent plan dat niet om de haverklap aangepast wordt aan de laatste trend die een minister ergens ontdekt.

Ambitie, focus en langetermijndenken zijn de sleutelwoorden! Laat ons vandaag beginnen.

Tony Mary studeerde economische wetenschappen aan de VUB en begint zijn carrière bij IBM waar hij in 1990 country general manager Belux wordt. In '93 richt hij Synerga op dat hij zal leiden tot juli '95. Van augustus '95 tot mei '97 is hij general manager bij Belgacom en van juni '97 tot december '98 de Europese topman van Sitel. In '99 is hij korte tijd senior executive vice-president van de groep Bull om dan in januari 2000 managing partner te worden bij KPMG. In 2002 benoemt de raad van bestuur van de VRT hem tot gedelegeerd bestuurder. Tot 2006 zet hij de koers van publieke omroep uit. Sinds 2000 is hij ook onafhankelijk directeur en lid van het auditcomité van Vivium en diverse andere bedrijven.

Onze partners