Onlinevaardigheden bepalen digitale kloof

19/10/10 om 09:53 - Bijgewerkt om 09:53

Bron: Datanews

Nu steeds meer Vlaamse gezinnen aangesloten zijn op het internet, spelen er nieuwe uitsluitingmechanismen. Want niet iedereen vindt zo maar zijn weg op het world wide web. "Ook bij de 'kansrijke' groepen vallen er steeds meer mensen uit de boot", zegt professor Nieuwe Media Leo Van Audenhove van de VUB. "De problematiek van digitale inclusie maakt dat je een veel breder en coherenter beleid moet voeren. Voor een deel moet dat starten in het onderwijs, want we zien zelfs dat heel wat jongeren niet meer mee zijn."

Onlinevaardigheden bepalen digitale kloof

Nu steeds meer Vlaamse gezinnen aangesloten zijn op het internet, spelen er nieuwe uitsluitingmechanismen. Want niet iedereen vindt zo maar zijn weg op het world wide web. "Ook bij de 'kansrijke' groepen vallen er steeds meer mensen uit de boot", zegt professor Nieuwe Media Leo Van Audenhove van de VUB.

Het Instituut voor Samenleving en Technologie heeft laten onderzoeken hoe Vlamingen omgaan met computers en met het internet. Blijkt dat de digitale kloof niet langer ligt tussen wie wel en wie niet een computer heeft -zoals 10 jaar geleden- maar wel tussen wie goed met het internet overweg kan, en wie niet.

Intussen heeft 73 procent van de Vlaamse gezinnen thuis toegang tot het internet. Hiermee loopt Vlaanderen nog flink achter op Nederland en de Scandinavische landen (waar meer dan 90 procent van de gezinnen online gaat), maar in vergelijking met enkele jaren geleden is er wel al flink vooruitgang geboekt. "Dat stukje van de digitale kloof zijn we langzaamaan aan het dichtrijden", zegt professor Nieuwe Media Leo Van Audenhove van de VUB, die het onderzoek in goede banen leidde.

"Het probleem verschuift echter. Nu meer en meer mensen een computer en een internetaansluiting hebben, duikt de vraag op wat daar nu juist mee moet gebeuren. Het interessante is dat je daar niet langer de oude tegenstellingen tussen jong en oud, rijk en arm, en man en vrouw ziet opduiken, maar dat er vandaag zowel bij de kansarme en de kansrijke groepen mensen opduiken die niet meer mee zijn."

Van Audenhove onderscheidt drie soorten vaardigheden die nodig zijn om goed overweg te kunnen met het internet. De operationele vaardigheden, waartoe het kunnen werken met knopjes en andere hardware behoren ('het aan en uitzetten van de pc'), de informatievaardigheden, waarmee het vinden en analyseren van informatie bedoeld wordt, en de strategische vaardigheden, die nodig zijn om online informatie in je eigen voordeel te kunnen aanwenden.

"Als je plots je job verliest, dan kan je je pc bijvoorbeeld gebruiken om op zoek te gaan naar een nieuwe job, en dan kan de informatie uit je sociale netwerken je daarbij helpen. Tussen de drie soorten vaardigheden merken we alvast grote verschillen. Vooral de hoger opgeleiden beschikken over strategische vaardigheden. Lagere opgeleiden en oudere mensen beschikken vooral over operationele en over informatievaardigheden."

"Toen men vroeger aan de digitale kloof dacht, wilde men mensen vooral een pc en een internetaansluiting bezorgen", aldus nog Van Audenhove. "Maar zo eenvoudig is het niet meer. De problematiek van digitale inclusie maakt dat je een veel breder en coherenter beleid moet voeren. Voor een deel moet dat starten in het onderwijs, want we zien zelfs dat alle jongeren niet mee zijn."

Financieringsmechanismen
De professor Nieuwe Media is in het onderzoek ook gaan kijken naar de initiatieven die genomen worden om online vaardigheden aan te leren. "We zijn gaan kijken naar de cursussen die er al bestaan, en hoe ze georganiseerd zijn. In totaal hebben we 370 initiatieven kunnen identificeren."

Ondanks het feit dat de sector 'goed bezig' is, en dat de opleidingen dicht bij de mensen staan, duiken er drie problemen op. "De organisaties die opleidingen organiseren werken vaak op korte termijn en zijn continu op zoek naar geld. De overheid zou hierop kunnen inspelen om tot meer structurele financieringmechanismen te komen."

Omdat er zo nadrukkelijk naar de korte termijn gekeken wordt, hebben heel wat van de initiatieven het ook moeilijk om het eigen computerpark up te date te houden. "Hier zou de overheid een gezamenlijke technische ondersteuning kunnen voorzien, of een helpdesk."

Het laatste probleem draait om de omkadering. "Heel vaak zijn het vrijwilligers die les geven", besluit Van Audenhove. "Die mensen hebben het zelf moeilijk om bij te blijven. Een verregaande professionalisering van de sector dringt zich dus op. Komt die er niet, dan vallen er nog meer mensen uit de boot."






Onze partners