Open source or not to open source: stroman of analyse?

18/04/2011

Ludo Sannen

Ludo Sannen © Belga

Prof. Carlos de Backer nam in een opiniestuk in Data News de zopas weer losgebarsten discussie omtrent het gebruik van open source software in het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven op de korrel. Hij concludeert dat het om de kwaliteit van de software dient te gaan en dat de discussie in essentie zinloos is: beide soorten software hebben hun bestaansrecht verworven en werken aanvullend.

Die conclusie strookt niet met de werkelijkheid. De Backer gaat op verschillende punten kort door de bocht, zowel wat zijn karikaturale voorstelling van de standpunten van de voorstanders betreft, als zijn beeld van de plaats die open source software momenteel bij de modale gebruiker inneemt.

Een objectieve vergelijking
Prof. de Backer maakt gebruik van twee stromannen. Ten eerste stelt hij de voorstanders voor als leugenachtige ideologen die in discussies enkel de onmiddellijke aanschafprijs in rekening brengen. Vervolgens beticht hij ze ervan het gebruik van de software in het onderwijs te willen verplichten. “Het studiewerk om een objectieve vergelijking op te stellen van de verschillende concurrerende producten, de kosten om het open source product af te laden en te installeren (soms zonder handleiding) en de kosten om gebruikers op te leiden en te ondersteunen, worden meestal uit dergelijke prijsvergelijkingen weggelaten” schrijft de Backer.

De realiteit is dat ik in recente vragen aan Minister van Onderwijs Pascal Smet en Minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois echter vraag om net dát studiewerk te maken. Daarnaast betogen voorstanders zoals ik dat er, zeker bij identieke kwaliteit en gelijke of lagere gebruikskost, best preferentieel gebruik gemaakt wordt van open source en/of vrije software.

Met die opleidings- en omschakelingskosten die de Backer aanhaalt valt het overigens reuze mee, als ik de ICT-coördinatoren en het leidinggevend personeel van middelbare scholen St. Guido in Anderlecht en St. Godelieve in Lennik mag geloven. Zo ook volgens de projectleider van OVAM, het Vlaamse afvalbedrijf dat al in 2005 overschakelde naar Open Office. Er zijn talloze voorbeelden van succesvolle omschakelingen, van instellingen die door simpele IT-ingrepen hun gebruikservaring wisten te verbeteren en gelijktijdig de gebruikskost gevoelig konden verlagen.

Open source in het onderwijs
“Moeten we het onderwijs VERPLICHTEN om open source software te gebruiken?” vraagt De Backer vervolgens in zijn betoog. Zo haalt hij de tweede stroman bij het debat: politieke voorstanders van open source software zijn bemoeizieke schoonmoeders, die scholen niet de vrijheid willen laten de software te kiezen die bij hun eigen behoeften past.

Dat is natuurlijk een karikatuur. Niemand pleit voor het afschaffen van de vrijheid van onderwijs. Als we echter zien dat slechts een klein aantal scholen voor open source software langs gebruikerszijde kiest; als we erkennen dat 95 procent van de normale bureautaken met softwarepakketten als Linux en Open Office kunnen uitgevoerd worden, mogen we ons afvragen waarom dit zo is. Heeft dit te maken met de superioriteit van bepaalde programmatuur? Met de onwerkbaarheid van een heleboel andere softwarepakketten? Of door een gebrek aan kennis: door de dominantie en invloed van één bepaald bedrijf, het vendor lock-in fenomeen en de afwezigheid van andere softwarepakketten in de lerarenopleidingen.

Zoals een medewerker van het project linuxschool het treffend verwoordde: we zouden het nooit toelaten dat mecaniciens tot Ford-mecaniciens worden opgeleid. We laten echter wel toe dat informaticaleraren tot leraar Windows worden opgeleid. En daar kan de overheid optreden door toe te zien op de aandacht voor diverse softwarepakketten in zulke opleidingen en door adequate informatie te verschaffen, iets wat momenteel niet of nauwelijks gebeurt.

Dan komen we tenslotte bij zijn conclusie. Hij stelt dat het open source-debat een non-debat is: open source heeft zijn rechtmatige plaats al veroverd én het debat moet gaan over de noden die de gebruikers stellen aan de software. Precies: maar als we die noden in acht nemen mogen we niet de makkelijkste oplossing op korte termijn kiezen. Het vermijden van de afhankelijkheid van één bedrijf; het vermijden van vendor lock-in en andere compatibiliteitsproblemen op lange termijn zijn sterke argumenten bij het maken van die keuze. De keuze voor standaardproducten (alsook gesloten standaarden) die vandaag de dag binnen vele overheids- en onderwijsinstellingen heerst heeft verder dan ook niets te maken met het gedegen studiewerk dat de Backer vooropstelt, en dat tot een geïnformeerde keuze zou moeten leiden.

Open en closed source software hebben inderdaad beiden hun rol en bestaansrecht. Maar spijtig genoeg heeft open source binnen vele scholen, besturen en instellingen -in tegenstelling tot in het bedrijfsleven- zijn rechtmatige plaats nog niet verworven. Laten we daar werk van maken.

Ludo Sannen
Ludo Sannen is Vlaams parlementslid en Gemeenschapssenator voor de sp.a.

Meer over: ,

 

Reacties

DNYS1 | 9 mei 2011

Wederom dwalen we af vd essentie, het gaat niet over C++ of welke andere taal dan ook, het enige punt dat ik wil maken is dat het OS zijn van bepaalde software méér te maken heeft met keuzes van de leverancier hoe zijn software te ontwikkelen dan dat bepalend zou mogen zijn voor de klant. Maw mensen software proberen OS te doen gebruiken vooral omdat het OS is, is verkeerd. En dat zie ik in de OS wereld nog altijd te veel gebeuren. Voor ons is OS méér een development model, dan een business model...

Ongepast?

paultrap | 8 mei 2011

@dnys Ik ga beleefd blijven. 1. Er zijn wel degelijk talen gemaakt voor OOP (C#, C++, ...) , en er zijn wel degelijk talen ongeschikt voor OOP (assembler, bash, qbasic...). 2. Mijn wiel gaat niet over objecten hergebruiken, maar over vrije broncode hergebruiken. 3. Wil jij dan even het voor jou zo duidelijke verschil uitleggen tussen FOSS en open source ? (nvdr. retorische vraag) 4. Ik zou nooit beweren dat je met vrije software (aka open source) "zomaar" aanpassingen mag maken, er komen ook verplichtingen bij (aka de vier vrijheden!). 5. Voor het gemak laten we *BSD en echte vrije licenties even links liggen, U hebt immers al genoeg opzoekingswerk.

Ongepast?

DNYS1 | 6 mei 2011

@paultrap laat ik het verduidelijken, talen en object oriented programming (OOP) staan los van elkaar alsook van OS. OS software kan trouwens in elke taal geschreven worden, er duiken zelfs héél wat projecten in .NET op. Het gaat over de manier om software te ontwikkelen, hoe kom ik tot een bepaald resultaat? OOP was voorbeeld voor het herbruiken van code (cfr. jouw wiel maar binnen 1 project), OS dev staat garant voor collectief ontwikkelen, en ook herbruik maar dan op grotere schaal, zoals je zelf aanhaalt. Softwarebedrijven gooien hun projecten niet in OS om gratis software te maken, ze doen dit vooral om op die manier samenwerking en innovatie buiten de organisatie te stimuleren. De filosofische benadering die je maakt is vooral van toepassing voor de FOSS-varianten maar slechts weinig bedrijfstoepassingen volgen die strekking. Ter info niet elke OS licentie laat toe zomaar aanpassingen te maken, denk bijv. aan de GPL-licentie.

Ongepast?

paultrap | 6 mei 2011

@dnys@pentaho: Open Source heeft niets te maken met object georienteerd programmeren. Absoluut niets! Heel wat open source kernels zijn zo goed als volledig in C geschreven (niet C++)! Open source wil zeggen dat je het recht hebt om de broncode te zien, te bestuderen en aan te passen. Open source heeft niets te maken met een methodologie! Het is eerder een filosofie om samen te werken ipv overal het (gepantenteerde) wiel opnieuw uit te vinden.

Ongepast?

DNYS1 | 6 mei 2011

Waar men eigenlijk aan voorbij gaat is dat open source (OS) méér een ontwikkelingsmethodologie is dan iets anders. Dus zeggen dat men voor OS moet kiezen, komt eigenlijk neer op zeggen dat men voor object oriented software moet kiezen of SCRUM based ontwikkelde technologie. Dat is redelijk zinloos. Uiteraard zijn er veel voordelen aan deze methodologie verbonden, zoals de openheid, de open standaards, geen vendor lock in, de community, de vrije beschikbaarheid en ook de licentiekosten, of het ontbreken ervan. Maar software wordt niet alleen gekocht voor die dingen maar vooral nog altijd om bepaalde oplossingen te bieden voor persoonlijke/zakelijke taken. De vraag die men dan dient te stellen is in hoeverre OS software die noden kan invullen, en zo niet, hoeveel men bereid is te betalen om die enkele features extra te hebben mocht bepaalde OS software deze ontbreken (wat zeker niet altijd het geval is)? DISCLAIMER: werkzaam bij Pentaho - open source Business Intelligence

Ongepast?

 

Reageer

Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.

Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn: