Sony-hack zet schijnwerpers op dubieus CIA-verleden

08/01/15 om 14:29 - Bijgewerkt om 14:32

Geruchten over een samenzwering van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA in de zogenoemde Sony-hack die door Noord-Korea gepleegd zou zijn, zijn niet verrassend. De VS hebben een lange geschiedenis van dubieuze pogingen buitenlandse leiders uit te schakelen.

Sony-hack zet schijnwerpers op dubieus CIA-verleden

© Reuters

De controversiële Hollywood-comedy The Interview gaat over twee Amerikaanse talkshow-journalisten die op weg zijn naar een interview met Kim Jong-un. Onderweg worden ze gerekruteerd door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, die wil dat de twee de Noord-Koreaanse leider vergiftigen. De plot, die tot woede heeft geleid in Noord-Korea - dat beschuldigd wordt van het hacken van computers van filmdistributeur Sony Pictures - is overduidelijk fictie. De twee proberen Kim Jong-un te doden met een handdruk en een strip vergif.

De klunzigheid van de vergiftigingspoging doet denken aan pogingen van de Amerikaanse inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig om de Cubaanse leider Fidel Castro te vermoorden, inclusief het inhuren van de Siciliaanse maffia. Tot de hilarische plotten van die acties behoren een poging om vergiftigde sigaren naar binnen te smokkelen bij Castro en het aanbrengen van haaruitvalmiddelen in zijn schoenen, zodat Castro zijn baard zou verliezen. Die laatste actie was bedoeld om Castro 'het lachertje van de socialistische wereld' te maken.

Fidel Castro

Fidel Castro © EPA

Drones

Enkele van de niet-succesvolle pogingen werden in 1975 gedocumenteerd in een bijtend rapport van een commissie die in opdracht van de Amerikaanse Senaat onderzoek deed. De mislukte aanslagen zullen waarschijnlijk onderwerp van hernieuwde discussie worden, nu de Amerikaanse president Barack Obama heeft aangekondigd de diplomatieke betrekkingen met Cuba te willen herstellen.

"Triest genoeg is The Interview een film die de Noord-Koreanen en Kim Jong-un niet konden negeren", zegt Michael Ratner, oud-voorzitter van het Centre for Constitutional Rights in de VS en momenteel voorzitter van het European Center for Constitutional and Human Rights in Berlijn.

De CIA kent een lange geschiedenis van vaak mislukte aanslagen op leiders van landen die zich niet naar de wens van de Verenigde Staten gedroegen, legt hij uit. Naast Castro, ging dat bijvoorbeeld om Patrice Lumumba uit Congo, Rafael Trujillo uit de Dominicaanse Republiek en Ngo Dinh Diem, de eerste president van Zuid-Vietnam.

Dat zulke aanslagen nu verboden zijn, maakt volgens hem weinig uit: de VS noemen het nu 'selectief doden', zegt hij. "Denk aan kolonel Khadaffi van Libië en mensen die gedood zijn door drones of bij speciale operaties."

Muammar Khadaffi

Muammar Khadaffi © Reuters

In deze context, zegt Ratner, was een Noord-Koreaanse reactie te verwachten, ook al is er geen substantieel bewijs dat het land achter de Sony-hack zit. "Bekijk het eens van een andere kant: het is prima om grappen te maken over moorden op leiders van kleine landen die door de VS gedemoniseerd worden. Maar stel je voor dat Rusland of China een film had gemaakt over de moord op de Amerikaanse president."

Dat zou in de VS niet zomaar zijn weggelachen als een grap, stelt Ratner. "Er is geen probleem zolang het doelwit een klein land is waar eenvoudig spot mee gedreven kan worden. Maar als een ander land zo'n comedy over onze president zou maken, kan ik je verzekeren dat dat consequenties heeft."

Complotdenkers

James E. Jennings, voorzitter van Conscience International en directeur van U.S. Academics for Peace, zet vraagtekens bij de bewering van de FBI dat Noord-Korea achter de hack zit. Uit informatie van internetbeveiligingsfirma's zou daar op dit moment volgens hem nog niets van blijken.

"De snelle conclusie van de FBI stuit op kritiek van beveiligingsexperts en voedt samenzweringstheorieën over mogelijke Amerikaanse betrokkenheid bij een bizar plot om het Noord-Koreaanse regime verder te isoleren." Gisteravond stelde de FBI opnieuw dat Noord-Koreaanse servers gebruikt zijn bij de hack.

De complotdenkers, zegt Jennings, wijzen erop dat er in het verleden wel vreemdere dingen zijn gebeurd en dat het niet de eerste keer zou zijn dat de CIA vuile trucs gebruikt in een poging buitenlandse regimes te ondermijnen. Mensen hebben volgens hem het recht sceptisch te zijn over de claims van de FBI en vragen te stellen over mogelijke betrokkenheid van de CIA bij de controverse over de film The Interview.

"We hoeven maar te denken aan 1953, toen het bewind van de gekozen Iraanse leider Mohamed Mosaddeq omver werd geworpen. En aan Chili in 1973, toen president Salvador Allende werd vermoord."

The Interview

The Interview © Reuters

Exploderende schelpen

Zowel de CIA zelf als de commissie die in 1975 het onderzoeksrapport publiceerde, erkennen dat een groot aantal vreemde trucs zijn uitgehaald in pogingen van Fidel Castro af te komen, inclusief de vergiftigde sigaren en exploderende schelpen.

"Je vraagt je af wat die hoge CIA-ambtenaren gedronken hadden toen ze met zulke ideeën kwamen", zegt Jennings. "En we weten inmiddels allemaal van Abu Ghraib, martelingen en het overbrengen van gevangenen naar detentiecentra in het buitenland.

Als blijkt dat de CIA op enigerlei wijze betrokken is bij deze farce tussen Sony en Noord-Korea, zoals sommigen beweren, wordt het hoog tijd voor een nieuw parlementair onderzoek, net zoals dat in de jaren zeventig is gevoerd." (IPS/MI)

Lees meer over:

Onze partners