Steeds meer vraagtekens bij Icann

11/03/11 om 09:59 - Bijgewerkt om 09:59

Bron: Datanews

Icann ligt dezer dagen flink onder vuur. Er gaan steeds meer stemmen op om de verantwoordelijkheid over de domeinnamen op het internet weg te halen bij de organisatie. De Verenigde Naties worden het vaakst genoemd als alternatief.

Steeds meer vraagtekens bij Icann

Icann ligt dezer dagen flink onder vuur. Er gaan steeds meer stemmen op om de verantwoordelijkheid over de domeinnamen op het internet weg te halen bij de organisatie. De Verenigde Naties worden het vaakst genoemd als alternatief.

In september wordt het belangrijke contract tussen het Amerikaanse Ministerie van Handel en Icann met betrekking tot Iana (Internet Assigned Names Authority, de 'boekhouder' van het internet) herzien. Dat die reorganisatie niet zonder slag of stoot zal verlopen, is nu al duidelijk. Want door de hetze die gepaard gaat met de introductie van de nieuwe internetachtervoegsels (gTLD's), wordt de rol van Icann steeds vaker in vraag gesteld, niet in het minst vanuit overheidshoek.

De voorbije weken werd de druk nog flink opgevoerd. De GAC (het adviesorgaan binnen Icann waarin de verschillende overheden zetelen) wil immers meer zeggenschap binnen de organisatie. Op een meeting in Brussel twee weken geleden werd er heftig gedebatteerd over een reeks bedenkingen die de GAC had geformuleerd bij de introductie van de nieuwe top level domeinen. Het Amerikaanse Ministerie van Handel, met in zijn kielzog een rist kleinere landen, eiste zelfs een 'veto' voor nieuwe achtervoegsels (al is dat veto intussen afgewezen).

Landen zoals China en Rusland vragen al langer dat de unilaterale controle over de kritische internetinfrastructuur uit de handen wordt genomen van 'die kleine non profit die schatplichtig is aan de Amerikaanse overheid'. Zij zien meer heil in de Verenigde Naties, en meer bepaald de International Telecommunications Union (ITU). Op de vergadering in Brussel lieten de vertegenwoordigers uit Kenia zelfs verstaan dat "als er niets verandert aan het model van Icann, de ontwikkelingslanden allicht ook in de richting van de ITU zullen evolueren."

Wat niemand verwacht had, was dat ook de Amerikaanse overheid met scherp zou schieten op de organisatie die ze in 1998 mee uit de grond gestampt heeft. Terwijl ceo Rod Beckstrom en co. de ene na de andere aanval op Icann moeten afweren, krijgen ze er nu ook Obama bij als 'vijand'.

"De administratie is bezorgd over het feit dat steeds meer partijen het coördineren van de internetroot willen overdragen aan de Verenigde Naties", klonk het een tijdje geleden in de Washington Post. Dat zou meteen één van de redenen zijn waarom het Ministerie van Handel eist dat overheden meer zeggenschap moeten krijgen bij het toekennen van nieuwe internetsuffixen. Het drukke lobbywerk van misnoegde merkhouders is een andere reden, net als de druk van christelijke groeperingen die suffixen als .xxx en .gay willen tegenhouden.

Tijdens de belangrijke meeting in België werd er niet veel vooruitgang geboekt. Icann en de GAC blijven van mening verschillen over 23 punten betreffende de regels voor het toekennen van nieuwe top level domeinen. De meningsverschillen draaien -opnieuw- allemaal rond dezelfde kwestie: hoeveel invloed autoriteiten, en in minder mate merkhouders, zullen kunnen uitoefenen bij het goedkeuren en toekennen van nieuwe internetachtervoegsels.

De uiteindelijke hamvraag is welk model te verkiezen valt. De bottom-up organisatie van Icann, waarbij de basis (in dit geval de internetgemeenschap) in principe beslist over de hete hangijzers, en waarbij de board (waarin de vele belangengroepen zetelen) die beslissingen op één of andere manier moet zien te bekrachtigen, of een model dat meer top-down is, waarin nationale overheden meer zeggenschap krijgen, en dat al dan niet onder de vlag van de Verenigde Naties moet opereren.

Wordt volgende week vervolgd in San Francisco, tijdens de 40ste Icann meeting. Alwaar voormalig president Bill Clinton present tekent, maar ook de porno-industrie, die zal betogen tégen een pornodomein op het internet.

Lees meer over:

Onze partners