De aanval op de storage-monopolies: snelheid en open standaarden als breekijzer

© Getty Images
Kristof Van der Stadt
Kristof Van der Stadt Hoofdredacteur bij Data News

Innovatie in storage? Die vind je toch vooral bij start-ups die de gevestigde waarden de duvel aan doen met disruptieve oplossingen. Maak kennis met twee ambitieuze Europese uitdagers.

De dagen dat opslagbeheer simpelweg betekende dat je af en toe een grotere doos bij Dell, HPE of Rubrik bestelde, zijn al even geteld. Een nieuwe generatie gespecialiseerde storagebedrijven breekt de traditionele architecturen maar al te graag open. Vaak software-defined, en met open source als wapen en pure snelheid als munitie, dagen ze de gevestigde orde uit om datasoevereiniteit en performantie terug te winnen zonder dat er een ‘vendor lock-in’ bij hoort. Tijdens een stop van de IT Press Tour in Athene maakten we kennis met twee Europese, en duidelijk vastberaden spelers. ‘Maar als je enthousiast wordt van storage, is er meestal iets misgegaan’, grapt Denis Nuja, CEO van Enakta Labs. Zijn punt is wel helder: storage moet onzichtbaar snel zijn, geen flessenhals. En Enakta Labs doet dat binnen de wereld van High Performance Computing (HPC) en AI. ‘Snelheid is daar geen luxe, maar een economische noodzaak. Wanneer een bedrijf investeert in een GPU-cluster van miljoenen euro’s voor AI-training, is het onaanvaardbaar dat die processoren twintig procent van de tijd stilstaan simpelweg omdat de opslag de data niet snel genoeg kan wegschrijven’, zegt Nuja.

Aan de andere kant van het storagespectrum, bij databescherming, zien we een andere frustratie. Dat back-upoplossingen vaak logge ‘black boxes’ geworden zijn die data gijzelen in formaten die ‘vasthangen’ aan de een of andere leverancier. Het Franse Plakar wil die ketenen breken door van back-up een open standaard te maken, vergelijkbaar met wat Docker deed voor containers. Beide bedrijven werken op een totaal andere manier rond storage maar delen wel een soortgelijke disruptieve filosofie: de hardware op zich is commodity, de intelligentie zit in de software, en de klant mag nooit vastzitten aan één leverancier.

Enakta: Brute kracht voor AI zonder speciale hardware

Enakta Labs, met Kroatische roots maar ondertussen wel een kantoor in het Verenigd Koninkrijk, bouwt zijn platform op de fundamenten van DAOS, wat staat voor Distributed Asynchronous Object Storage. Dit is een gespecialiseerd open source storage project voor AI en HPC dat ooit door Intel werd gestart om de beperkingen van oudere bestandssystemen zoals Lustre te doorbreken. Waar traditionele systemen worstelen met de parallelle datastromen van moderne AI-workloads, is DAOS ontworpen voor pure snelheid.

De claim van Enakta is niet min: ze noemen hun engine simpelweg ‘de snelste op aarde’. In de recente IO500-benchmark (de gouden standaard voor HPC-storage, nvdr) behaalde Enakta met slechts tien nodes een doorvoersnelheid van bijna 250 GiB/s op het Maximus-01 systeem bij Core42: een cloudserviceprovider en leverancier van cloudgebaseerde AI-supercomputing in de VAE.

Wat deze prestatie opmerkelijk maakt, zo leren we, is de hardware waarop het draait. ‘We deden dit op standaard TCP-netwerken, zonder RDMA (Remote Direct Memory Access’, benadrukt Denis Nuja. Veel concurrenten hebben dure, gespecialiseerde netwerkapparatuur (zoals InfiniBand) nodig om dergelijke snelheden te halen. Enakta bewijst dat slimme software op standaard Ethernet-netwerken en NVMe-schijven dezelfde, zo niet betere, prestaties kan leveren.

Te lage snelheid doet peperdure GPU’s in AI-datacenters wachten op werk: dat wil je niet

Enakta lost het ‘checkpointing’-probleem van AI-modellen op door brute kracht. Checkpointing is het proces waarbij een AI-model tussentijds zijn status opslaat. Als dit traag gaat, staan al die peperdure GPU’s in AI-datacenters te wachten op werk. ‘Wij lossen dit op door snel te zijn. Moet je checkpointen? Geen probleem, wij dumpen dat geheugen aan lichtsnelheid naar de opslag’, aldus Nuja.

Enakta verkoopt de software en de support, maar niet de hardware. Dit breekt met de traditie van opslagvendors die hun software koppelen aan dure, eigen hardware. ‘En ook geen contracten van 400 pagina’s, geen ‘professional services tax’ of iets dergelijks’, belooft Nuja met een glimlach. Enakta wil de producten aanbieden aan een breder enterprise-publiek: iets wat uiteraard geen evidentie wordt.

Plakar: De ‘Docker’ van de back-upwereld

Terwijl Enakta zich richt op de bovenkant van de performance-piramide, wil het Franse Plakar dan weer de basis van databeveiliging heruitvinden. Volgens medeoprichter Gilles Chehade zit de industrie in een ‘structurele patstelling’: je moet kiezen tussen efficiëntie (deduplicatie op een centrale server is dat vaak, nvdr) en beveiliging (encryptie aan de bron). ‘De huidige grote spelers zoals Veeam of Rubrik dwingen bedrijven vaak in hun eigen ecosystemen’, klinkt het.

Plakar draait de logica om. In hun architectuur gebeurt alles aan de bron (de ‘edge’): de data wordt in stukken gehakt (chunks), ontdubbeld, gecomprimeerd én versleuteld voordat deze ooit het netwerk verlaat. Dit resulteert in wat zij een ‘Kloset’ noemen: een zelfstandig, draagbaar en onveranderlijk data-archief. ‘Kloset doet zo voor data wat Docker-containers deden voor compute’, zegt Julien Mangeard, CEO van Plakar. Het achterliggende idee is dat een back-up niet gebonden mag zijn aan de opslaglocatie. Een Plakar-snapshot kan opgeslagen worden op een lokale NAS, in de Amazon S3-cloud, of theoretisch zelfs in pakweg een IMAP-mailbox, zonder dat de back-upsoftware zich daar iets van aantrekt .

Julien Mangeard legt ons uit dat deze aanpak ‘zero-trust delegation’ mogelijk maakt. Een bedrijf kan zijn back-ups versleutelen en het beheer ervan uitbesteden aan een Managed Service Provider (MSP) of cloudprovider, zonder dat die partij ooit de inhoud van de data kan zien of de encryptiesleutels bezit. ‘Dit is cruciaal voor al die Europese bedrijven die worstelen met compliance en niet willen dat Amerikaanse cloudproviders in hun data kunnen kijken’, aldus Mangeard.

Plakar introduceert ook ‘Ptar’, een moderne, streamable vervanger voor het stokoude ‘tar’-archiveringsformaat. Hiermee kunnen gebruikers direct door back-ups bladeren en zelfs video’s streamen vanuit een versleutelde back-up, zonder dat ze eerst het hele archief moeten downloaden en uitpakken.

Back-ups zijn eenvoudigweg te strategisch om vast te zitten in een vendor-lock

Open source als breekijzer

Zowel Enakta als Plakar gebruiken open source niet alleen als ontwikkelmethode, maar als een strategisch wapen tegen vendor lock-in. Enakta bouwt voort op de DAOS Foundation (onder de Linux Foundation) en garandeert dat de core-technologie open blijft. Dit geeft klanten de zekerheid dat de motor van hun opslag altijd beschikbaar blijft, zelfs als Enakta als bedrijf zou verdwijnen.

Plakar hanteert een strikte ISC-licentie voor hun core, wat betekent dat de basis altijd gratis en open blijft. Ze verdienen geld met ‘Plakar Enterprise’, een managementlaag voor grote organisaties die onder meer governance, SSO en geavanceerde rapportage toevoegt. ‘Back-ups zijn eenvoudigweg te strategisch om vast te zitten in een vendor-lock’, luid het devies van de Franse start-up.

Kans op slagen?

Enakta zal moeten bewijzen dat DAOS, dat oorspronkelijk voor supercomputers is ontwikkeld, gebruiksvriendelijk genoeg blijkt voor de bredere enterprise-markt zonder een leger aan PhD’s om het te kunnen beheren. Plakar, dat nog in een vroeg stadium zit – het bedrijf haalde in maart van dit jaar 3 miljoen euro op, nvdr -, moet nog een ecosysteem opbouwen en integraties schrijven voor de duizenden applicaties en databases die bedrijven gebruiken. Maar de wil en de ambitie is er alvast wel. En met hun palmares en ervaring bij eindklanten – beide heren van Plakar delen bijvoorbeeld een verleden bij Vente-privee wat later Veepee werd; Chehade als IT Architect, Mangeard als CTO – hebben ze alvast zicht op de noden van die klanten mét de nodige technische achtergrond.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise