Geert Kuijken, Enterprise Architect bij HPE: "Tien jaar geleden was overal te horen dat alles naar de cloud zou verschuiven. Maar zo'n zwart-witverhaal is het niet. Vandaag draait zeventig procent van alle workloads nog altijd on-premise. Bedrijven hebben vooral toepassingen in de cloud gezet die dat makkelijk toelieten. Wat vandaag overblijft, zijn de applicaties die zich niet zomaar naar de cloud laten verplaatsen, bijvoorbeeld omdat wetgeving verplicht ze on-premise te houden, omdat ze veel performantie vragen of echt in real time moeten werken, zonder latency."

Neutrale partner

In de praktijk komen we zo bij een hybride omgeving uit.

Geert Kuijken: "Klopt, en dat hybride karakter is belangrijk. Ook wie voor public cloud kiest, doet dat daarom niet bij één partij. Bedrijven kiezen beter voor verschillende leveranciers. Omdat wijzelf geen eigen cloud hebben, stellen we ons neutraal op. Maar we willen natuurlijk wel makkelijk kunnen switchen tussen Amazon, Google en Microsoft. Als kmo kun je wellicht best kiezen voor de combinatie van een hyperscaler en een lokale partner. Er zijn weinig bedrijven die erin slagen hun datacenter beter te beveiligen dan die van de hyperscalers. Tegelijk is het belangrijk dat je bij een lokale partner terecht kan. Voor een kmo is het in de praktijk vaak heel moeilijk om een aanspreekpunt te vinden bij een hyperscaler."

Wanneer een bedrijf niet tevreden is over de diensten van een cloudprovider, wil het snel op een alternatief kunnen overstappen. Maar kan dat ook zomaar?

Geert Kuijken: "Cloud lock-in bestaat. Hyperscalers hebben graag dat klanten hun data en de benodigde rekenkracht bij hen bundelen. Zomaar van de ene naar de andere cloudprovider overstappen, kan daardoor in de praktijk echter behoorlijk lastig zijn. De hyperscalers maken het financieel onaantrekkelijk om dat te doen. Data downloaden is niet bepaald goedkoop. En er is ook het technische aspect. Denk aan het fenomeen van data gravity: data en applicaties trekken elkaar aan. Maar terwijl grote datavolumes zich niet in een vingerknip laten verplaatsen, lukt dat met compute wel. We lossen dat op door onze klanten near-cloud data storage aan te bieden. Terwijl je de rekenkracht makkelijk van de ene hyperscaler naar de andere verschuift, blijven de data bij een neutrale partij staan dicht bij de hyperscalers, en hoeven ze dus niet mee te bewegen."

Geert Kuijken, Enterprise Architect bij HPE

Als kmo kun je wellicht best kiezen voor de combinatie van een hyperscaler en een lokale partner. Lokale aanspreekbaarheid blijft belangrijk.

Nabijheid blijft belangrijk

Ondanks de aanhoudende evolutie richting cloud blijven bedrijven tegelijk ook meer in de edge investeren - in kleinere, lokale datacenters. Spreken die twee tendensen elkaar tegen?

Geert Kuijken: "Nee. Met toepassingen als Outposts en Athos geven de hyperscalers aan dat de edgebelangrijk blijft en dat dus niet alles naar de cloud verschuift. Bij industriële IoT, bijvoorbeeld, is het vaak essentieel om de analyse van de data dicht bij de locatie van de data-opslag uit te voeren."

Kan die bereikbaarheid en aanspreekbaarheid, kortom de nabijheid van de cloudpartner echt het verschil maken?

Geert Kuijken: "Dat hangt af van de toepassing. Bij een gangbare oplossing als Office 365 is de nood aan een lokale partner doorgaans minder nijpend. Maar stel dat je met gespecialiseerde ziekenhuissoftware werkt, dan is een lokale partner wellicht onontbeerlijk."

Open technologie

Hoe ziet u de relatie tussen datacenter en cloud verder evolueren?

Geert Kuijken: "Het belang van open technologie neemt toe. Bedrijven moeten open keuzes maken, zodat ze niet vastzitten aan een specifieke technologie die mogelijk snel achterhaald raakt. Een agnostische aanpak is op termijn essentieel - of een goede exitstrategie."

HPE levert infrastructuur aan bedrijven: van edge tot cloud, en steeds meer as a service. HPE heeft geen eigen cloud. De cloudoplossingen van het bedrijf draaien bij partners of bij de gebruikers zelf. Meer info op www.hpe.com/be

Geert Kuijken, Enterprise Architect bij HPE: "Tien jaar geleden was overal te horen dat alles naar de cloud zou verschuiven. Maar zo'n zwart-witverhaal is het niet. Vandaag draait zeventig procent van alle workloads nog altijd on-premise. Bedrijven hebben vooral toepassingen in de cloud gezet die dat makkelijk toelieten. Wat vandaag overblijft, zijn de applicaties die zich niet zomaar naar de cloud laten verplaatsen, bijvoorbeeld omdat wetgeving verplicht ze on-premise te houden, omdat ze veel performantie vragen of echt in real time moeten werken, zonder latency."In de praktijk komen we zo bij een hybride omgeving uit.Geert Kuijken: "Klopt, en dat hybride karakter is belangrijk. Ook wie voor public cloud kiest, doet dat daarom niet bij één partij. Bedrijven kiezen beter voor verschillende leveranciers. Omdat wijzelf geen eigen cloud hebben, stellen we ons neutraal op. Maar we willen natuurlijk wel makkelijk kunnen switchen tussen Amazon, Google en Microsoft. Als kmo kun je wellicht best kiezen voor de combinatie van een hyperscaler en een lokale partner. Er zijn weinig bedrijven die erin slagen hun datacenter beter te beveiligen dan die van de hyperscalers. Tegelijk is het belangrijk dat je bij een lokale partner terecht kan. Voor een kmo is het in de praktijk vaak heel moeilijk om een aanspreekpunt te vinden bij een hyperscaler."Wanneer een bedrijf niet tevreden is over de diensten van een cloudprovider, wil het snel op een alternatief kunnen overstappen. Maar kan dat ook zomaar?Geert Kuijken: "Cloud lock-in bestaat. Hyperscalers hebben graag dat klanten hun data en de benodigde rekenkracht bij hen bundelen. Zomaar van de ene naar de andere cloudprovider overstappen, kan daardoor in de praktijk echter behoorlijk lastig zijn. De hyperscalers maken het financieel onaantrekkelijk om dat te doen. Data downloaden is niet bepaald goedkoop. En er is ook het technische aspect. Denk aan het fenomeen van data gravity: data en applicaties trekken elkaar aan. Maar terwijl grote datavolumes zich niet in een vingerknip laten verplaatsen, lukt dat met compute wel. We lossen dat op door onze klanten near-cloud data storage aan te bieden. Terwijl je de rekenkracht makkelijk van de ene hyperscaler naar de andere verschuift, blijven de data bij een neutrale partij staan dicht bij de hyperscalers, en hoeven ze dus niet mee te bewegen."Ondanks de aanhoudende evolutie richting cloud blijven bedrijven tegelijk ook meer in de edge investeren - in kleinere, lokale datacenters. Spreken die twee tendensen elkaar tegen?Geert Kuijken: "Nee. Met toepassingen als Outposts en Athos geven de hyperscalers aan dat de edgebelangrijk blijft en dat dus niet alles naar de cloud verschuift. Bij industriële IoT, bijvoorbeeld, is het vaak essentieel om de analyse van de data dicht bij de locatie van de data-opslag uit te voeren."Kan die bereikbaarheid en aanspreekbaarheid, kortom de nabijheid van de cloudpartner echt het verschil maken?Geert Kuijken: "Dat hangt af van de toepassing. Bij een gangbare oplossing als Office 365 is de nood aan een lokale partner doorgaans minder nijpend. Maar stel dat je met gespecialiseerde ziekenhuissoftware werkt, dan is een lokale partner wellicht onontbeerlijk."Hoe ziet u de relatie tussen datacenter en cloud verder evolueren?Geert Kuijken: "Het belang van open technologie neemt toe. Bedrijven moeten open keuzes maken, zodat ze niet vastzitten aan een specifieke technologie die mogelijk snel achterhaald raakt. Een agnostische aanpak is op termijn essentieel - of een goede exitstrategie."