Data zijn het nieuwe zwarte goud, klinkt het intussen. Tegelijk verandert de manier waarop bedrijven hun data beheren en beschermen. Het eigen datacenter heeft plaats geruimd voor een hybride aanpak, waarbij er een nieuw evenwicht ontstaat tussen on-premise, cloud en edge. Met die evolutie lijkt een einde te komen aan de trend waarbij bedrijven hun data zo veel mogelijk centraliseren. "We zien een duidelijke verschuiving in de richting van kleinere serverruimtes", zegt Koen Van Hende, Product Manager IT bij Rittal.

Koeling per rack

Terwijl bij bedrijven de oppervlakte van de lokale datacenters afneemt, ziet Rittal het vermogen per kast stijgen. "Dat heeft een belangrijke impact op het vlak van koeling", zegt Koen Van Hende. "Voor een bescheiden, lokaal datacenter kon ruimtekoeling vroeger meestal volstaan. Vandaag ligt dat anders. Bedrijven kiezen almaar vaker voor gesloten racks, met een veel hoger vermogen per rack. Zo ontstaat er behoefte aan koeling op rackniveau." Naarmate het wattage van een rack toeneemt, stijgt immers ook de warmteproductie.

Waar het principe van de koude en warme gangen, of van de hot en cold cubes niet meer volstaat, kiezen bedrijven voor koeling op basis van een zogenaamde closed loop, waarbij de koeling op het niveau van de afgesloten kast gebeurt. Monitoring is daarbij absoluut noodzakelijk. "Wanneer er in een gesloten kast een probleem ontstaat met de koeling, loopt het snel fout, omdat de warmte in de kast gevangen blijft. Een monitoringsysteem merkt dat direct op en zorgt ervoor dat er niet nodeloos tijd verloren gaat." Vaak is zo'n systeem ook gekoppeld aan een oplossing voor branddetectie en automatisch blussen.

Niet zwart-wit

Voor Rittal is het duidelijk dat bedrijven afstappen van een algemene cloud-only strategie. "Veel hangt uiteraard af van het type data en het soort activiteit waarbij een onderneming die data gebruikt", legt Koen Van Hende uit. "Bedrijven kiezen vaak voor de cloud, dat klopt, maar even goed geven ze de voorkeur aan lokale opslag, verwerking en beveiliging. Onder meer volume en latency spelen een rol bij die afweging." De keuze is bovendien niet zo zwart-wit als we zouden verwachten.

Typisch verschuiven de minder bedrijfskritische data naar de cloud. Voor de zeer kritische applicaties blijft de nabijheid van data een belangrijk aandachtspunt. "En dat blijft in de toekomst ongetwijfeld zo. Denk maar aan de zelfrijdende auto's die in staat moeten zijn om heel snel data uit te wisselen. Een lage latency is daarbij essentieel voor de verkeersveiligheid. De verwachting is dan ook dat in die context de nood aan lokale edge datacenters zal stijgen."

Grote volumes

Het Internet of Things is wellicht de belangrijkste driver voor edge computing. Onder meer in de industrie neemt het aantal toepassingen snel toe. "Via sensoren is het mogelijk om de werking van allerhande toestellen te capteren", vervolgt Koen Van Hende. "In de praktijk verhoogt dat de vraag naar lokale datacenters." Niet alleen latency is daarbij een bepalende factor. De opslag en verwerking van grote datavolumes in de edge blijkt vaak ook een stuk goedkoper dan in de cloud. "Het klassieke breekpunt voor IoT in de cloud blijkt telkens weer de combinatie van grote volumes en de vraag naar lage latency. Edge computing biedt dan het betere alternatief."

Koen Van Hende, Product Manager IT bij Rittal: "Bedrijven maken de afweging. Soms vertrekken data naar de cloud, maar even goed geven ze vaak de voorkeur aan lokale opslag, verwerking en beveiliging."

Van industrie naar IT

De geschiedenis van het Duitse Rittal gaat terug tot 1961. Het bedrijf heeft een achtergrond in oplossingen voor de industrie, zoals kastsystemen, stroomverdeling en klimatisatie. Doorheen de jaren kwam daar ook een luik IT-infrastructuur, software en service bij. In die context is Rittal voornamelijk actief rond het ontwerp en de productie van IT-racks, met de bijhorende stroomvoorziening, koeling, monitoring en beveiliging. Rittal telt 10.000 medewerkers en realiseert een omzet van 2,2 miljard euro.