Laurens van Reijen, Managing Director bij LCL: "Voor de keuze tussen on-premise en cloud maken bedrijven er een buy or build-vraagstuk van. Het beheer van een eigen datacenter is een oefening die nog altijd aan complexiteit wint. Voor de gemiddelde onderneming is het niet vanzelfsprekend om in de krappe arbeidsmarkt daarvoor de juiste IT-profielen te vinden. Daarom stappen bedrijven af van hun on-premise datacenter. Wat niet in de cloud past, zetten ze neer bij een externe dienstverlener."

Daaruit spreekt een heel pragmatische blik op de nood aan infrastructuur. Mogen we de cloud tegelijk ook als een drijfveer voor innovatie beschouwen?

Laurens van Reijen: "Heel zeker. De cloud is bij uitstek de plaats waar bedrijven experimenteren. Faalt het traject, dan heeft het niet veel gekost. Is het een succes? Dan moet je het wendbaar en stabiel uitbouwen. Daarbij komen andere elementen op de voorgrond, zoals connectiviteit of gegarandeerde bandbreedte. Alle cloudproviders zijn rechtstreeks verbonden met ons datacenter, zodat wij als lokale dienstverlener de nodige garanties kunnen bieden."

Is de coronacrisis een extra drijfveer om meer in de cloud te doen?

Laurens van Reijen: "Bedrijven die al ervaring hadden met thuiswerk vroegen ons bij de eerste lockdown om snel op te schalen. Ook de operatoren wisten daarin goed te volgen, waardoor er eigenlijk maar weinig problemen waren."

Laurens van Reijen, Managing Director bij LCL

De klant verwacht dat een datacenterpartner zich flexibel opstelt, aanspreekbaar is en meedenkt over de best passende oplossing.

Kansen voor lokale datacenters

Bij de selectie van een cloudprovider vormt de risicoanalyse van een mogelijke lock-in onvermijdelijk een aandachtspunt. Blijft dat belangrijk?

Laurens van Reijen: "Op termijn neemt het gevaar op lock-in af. We zien nu al dat de hyperscalers meer en meer lokale producten aanbieden om makkelijker met lokale clouds te integreren, onder meer in het kader van low-latency routes (verbindingen die korte responstijden garanderen - red.) In de toekomst moeten we in de cloud van de taximeter af, waarbij de meter loopt wanneer je data downloadt. Er zullen zonder twijfel nieuwe, andere prijsmodellen opduiken."

In de context van de cloud zien we tegelijk dat bedrijven ook meer in de edge investeren: kleinere, lokale datacenters, letterlijk aan de rand van het netwerk. Hoe kijkt LCL naar die evolutie?

Laurens van Reijen: "We zien dat als een belangrijke kans om in lokale datacenters te blijven investeren. We verwachten dat er in de toekomst ruimte blijft voor een lokaal datacenter in iedere grote stad: als ondersteuning van de mobiele operatoren, voor de legacy van bedrijven die zich niet naar de public cloud laat verplaatsen, maar ook om snel en lokaal diensten te kunnen aanbieden."

Partnerschap

Kan die bereikbaarheid en aanspreekbaarheid, kortom de nabijheid van de cloudpartner echt het verschil maken?

Laurens van Reijen: "De perceptie is dat datacenterdiensten heel homogeen van aard zijn. In de praktijk hangt het succes van de samenwerking tussen een bedrijf en een externe datacenterpartner toch ook af van de mate waarin die partner zich flexibel opstelt, aanspreekbaar is en meedenkt met de klant. Het belang daarvan zal in de toekomst alleen maar toenemen. Bij de uitbouw van ecosystemen en bij co-creatie, bijvoorbeeld, zal lokale expertise een bepalende rol blijven spelen."

Wat is volgens u de belangrijkste uitdaging voor de toekomst van IT-infrastructuur?

Laurens van Reijen: "Als sector moeten we de komende tien jaar sterk inzetten op het vergroenen van IT. We moeten dat bovendien doen terwijl we de groeiende vraag naar IT-diensten opvangen. Dat blijft een grote uitdaging. Wij behoren bij de eerste vijfentwintig datacenterbedrijven die het Climate Neutral Data Centre Pact hebben ondertekend. We doen dat bewust, hoewel er aanzienlijke investeringen mee gepaard gaan om de klimaatdoelstellingen te bereiken."

LCL biedt colocatie, housing en datacenterdiensten aan. Het Belgische bedrijf beschikt over vier datacenters waar klanten terecht kunnen voor infrastructuur en connectiviteit.Meer info op www.lcl.be

Laurens van Reijen, Managing Director bij LCL: "Voor de keuze tussen on-premise en cloud maken bedrijven er een buy or build-vraagstuk van. Het beheer van een eigen datacenter is een oefening die nog altijd aan complexiteit wint. Voor de gemiddelde onderneming is het niet vanzelfsprekend om in de krappe arbeidsmarkt daarvoor de juiste IT-profielen te vinden. Daarom stappen bedrijven af van hun on-premise datacenter. Wat niet in de cloud past, zetten ze neer bij een externe dienstverlener."Daaruit spreekt een heel pragmatische blik op de nood aan infrastructuur. Mogen we de cloud tegelijk ook als een drijfveer voor innovatie beschouwen?Laurens van Reijen: "Heel zeker. De cloud is bij uitstek de plaats waar bedrijven experimenteren. Faalt het traject, dan heeft het niet veel gekost. Is het een succes? Dan moet je het wendbaar en stabiel uitbouwen. Daarbij komen andere elementen op de voorgrond, zoals connectiviteit of gegarandeerde bandbreedte. Alle cloudproviders zijn rechtstreeks verbonden met ons datacenter, zodat wij als lokale dienstverlener de nodige garanties kunnen bieden."Is de coronacrisis een extra drijfveer om meer in de cloud te doen?Laurens van Reijen: "Bedrijven die al ervaring hadden met thuiswerk vroegen ons bij de eerste lockdown om snel op te schalen. Ook de operatoren wisten daarin goed te volgen, waardoor er eigenlijk maar weinig problemen waren."Bij de selectie van een cloudprovider vormt de risicoanalyse van een mogelijke lock-in onvermijdelijk een aandachtspunt. Blijft dat belangrijk?Laurens van Reijen: "Op termijn neemt het gevaar op lock-in af. We zien nu al dat de hyperscalers meer en meer lokale producten aanbieden om makkelijker met lokale clouds te integreren, onder meer in het kader van low-latency routes (verbindingen die korte responstijden garanderen - red.) In de toekomst moeten we in de cloud van de taximeter af, waarbij de meter loopt wanneer je data downloadt. Er zullen zonder twijfel nieuwe, andere prijsmodellen opduiken."In de context van de cloud zien we tegelijk dat bedrijven ook meer in de edge investeren: kleinere, lokale datacenters, letterlijk aan de rand van het netwerk. Hoe kijkt LCL naar die evolutie?Laurens van Reijen: "We zien dat als een belangrijke kans om in lokale datacenters te blijven investeren. We verwachten dat er in de toekomst ruimte blijft voor een lokaal datacenter in iedere grote stad: als ondersteuning van de mobiele operatoren, voor de legacy van bedrijven die zich niet naar de public cloud laat verplaatsen, maar ook om snel en lokaal diensten te kunnen aanbieden."Kan die bereikbaarheid en aanspreekbaarheid, kortom de nabijheid van de cloudpartner echt het verschil maken?Laurens van Reijen: "De perceptie is dat datacenterdiensten heel homogeen van aard zijn. In de praktijk hangt het succes van de samenwerking tussen een bedrijf en een externe datacenterpartner toch ook af van de mate waarin die partner zich flexibel opstelt, aanspreekbaar is en meedenkt met de klant. Het belang daarvan zal in de toekomst alleen maar toenemen. Bij de uitbouw van ecosystemen en bij co-creatie, bijvoorbeeld, zal lokale expertise een bepalende rol blijven spelen."Wat is volgens u de belangrijkste uitdaging voor de toekomst van IT-infrastructuur?Laurens van Reijen: "Als sector moeten we de komende tien jaar sterk inzetten op het vergroenen van IT. We moeten dat bovendien doen terwijl we de groeiende vraag naar IT-diensten opvangen. Dat blijft een grote uitdaging. Wij behoren bij de eerste vijfentwintig datacenterbedrijven die het Climate Neutral Data Centre Pact hebben ondertekend. We doen dat bewust, hoewel er aanzienlijke investeringen mee gepaard gaan om de klimaatdoelstellingen te bereiken."