Na een bezoek van toenmalig Vlaams minister van Economie en Innovatie Fientje Moerman aan HP, Microsoft en Cisco in november 2006, vatte ze het ambiteuze plan op om in heel Vlaanderen wifi-hotspots te installeren. Er kwamen testprojecten in Hasselt (denk aan City Live) en Leuven, maar tot een grote uitrol over heel Vlaanderen kwam het nooit. Te duur, teveel technologische problemen en slechte businessmodellen.
...

Na een bezoek van toenmalig Vlaams minister van Economie en Innovatie Fientje Moerman aan HP, Microsoft en Cisco in november 2006, vatte ze het ambiteuze plan op om in heel Vlaanderen wifi-hotspots te installeren. Er kwamen testprojecten in Hasselt (denk aan City Live) en Leuven, maar tot een grote uitrol over heel Vlaanderen kwam het nooit. Te duur, teveel technologische problemen en slechte businessmodellen. Nu, vier jaar later, lijkt het tij te keren en zijn verschillende steden opnieuw sterk geïnteresseerd in wifi-netwerken doorheen (delen van) de stad. De cijfers die Dell'Oro onlangs nog de wereld in stuurde, bevestigen dat. Wereldwijd is de markt van wireless lan (wlan) er in het tweede kwartaal met 28 procent op vooruit gegaan. Vooral fabrikanten als Aruba, Extreme, Meru en Xirrus deden goede zaken - weliswaar vooral in healthcare, onderwijs en grote enterprises. Maar in België valt op hoe de laatste maanden de interesse in stadsnetwerken opnieuw sterk toegenomen is. Maasmechelen en Blankenberge hebben er al eentje. In Brugge wordt druk verder getimmerd, en in Gent experimenteert men met alvast een groot draadloos netwerk op de Graslei. Hiermee lijkt ons land voorzichtig in de voetsporen van andere landen te treden, waar meer en meer steden - maar ook kleinere gemeenten - een eigen draadloos netwerk uitrollen. In sommige gevallen stadsoverspannend, maar in de meeste gevallen enkel in populaire uitgangsbuurten, op drukke marktpleinen of rond toeristische bezienswaardigheden. In Brugge werkt ZapFi in alle stilte verder aan de uitbouw van een draadloos netwerk dat de Brugse binnenstad moet omvatten. "Samen met de stad Brugge hebben wij afgesproken om ons 'low profile' te houden tot wij voldoende dekking hebben", zegt Gery Pollet van ZapFi. Momenteel zijn er al een zestigtal basisstations geïnstalleerd - voornamelijk op gebouwen van de horeca en van de hand van fabrikant Wavion die vooral inzet op dekking van grote gebieden - maar het is de bedoeling dat er nog wireless base stations bijgeplaatst worden. Het NOC (Network Operations Center) van ZapFi komt overigens in het gloednieuwe DCO2 datacenter van LCP in Oostkamp nabij Brugge. ZapFi is overigens bezig met graafwerken in Brugge om glasvezel in de grond te stoppen om de verbinding te leggen tot de glasvezelring van DCO2. "Het gaat om een 10 Gb fiberring met een dubbele en dus redundante connectie", voegt Pollet toe. Daarnaast heeft ZapFi ook een deal met Syntigo om ook de overige wifi-basisstations te kunnen verbinden met glasvezel. "Het is onmogelijk om een goed draadloos netwerk uit te bouwen, zonder dat er een stevige backhaul via glasvezel aan verbonden is", legt Pollet uit die met ZapFi vooral mikt op de toeristische sector. Jaarlijks trekt Brugge zo'n 3,5 miljoen toeristen aan en worden er 1,5 miljoen overnachtingen geboekt. Om hen te bereiken rust ZapFi bijvoorbeeld de Markt en de regio rond 't Zand uit met access points van Xirrus die tot 2.000 gebruikers toelaten aan full speed. "We spreken dan over access points die uitgerust zijn met 8 tot 16 radio's, om je een idee te geven waar de markt naar toe gaat", voegt Pollet nog toe. ZapFi opereert momenteel voornamelijk in de 2,4 GHz en 5,8 GHz frequentiebanden; oftewel de openbare banden die gebruikt worden voor 802.11b/g/n-netwerken. In ideale omstandigheden kan volgens Pollet op die manier tot 220 Mbit/s effectieve doorvoersnelheid gehaald worden. Op termijn kan die openbare band weliswaar een probleem worden - naarmate 802.11n-netwerken meer ingang vinden bij particulieren en bedrijven en de ether dus meer en meer 'vervuild' geraakt. Daarom heeft ZapFi ondertussen ook een licentieaanvraag lopen bij het BIPT om in de 3,5 GHz-and te mogen opereren. "We spreken dan over een zogeheten wimax 'lite'-licentie zoals die per regio's verdeeld worden. Een echte volwaardige wimax-licentie gaat richting 1 miljoen euro per jaar", weet Pollet. Ook in Gent wordt luidop nagedacht én geëxperimenteerd met draadloze netwerken. Een concreet project loopt momenteel op de Graslei waar iedereen gratis kan meesurfen op een wireless hotspot. Digipolis, de dienst van de stad die het informaticagebeuren op zich neemt, nam beveiligingsmaatregelen om bijvoorbeeld het surfen naar sites voor volwassenen of illegaal downloaden tegen te gaan. Gent maakte een budget van 10.000 euro vrij. Als het proefproject positief uitdraait, kan het project uitgebreid worden naar andere plaatsen in de stad. De stad Gent hoopt op die manier alle lagen van de bevolking toegang te kunnen geven tot internet. Binnen dit project fungeert CityMesh uit Brugge als operator en daarmee is het bedrijf zeker niet aan zijn proefstuk toe. Zo baat CityMesh flink wat draadloze netwerken uit in de kuststeden: aan de zeedijk, in de centra, of in de jachthaven. "We mikken daarbij vooral op toeristen en al wie een tweede verblijf heeft aan de kust", zegt Mitch De Geest, ceo van CityMesh die erkent dat er heel wat interesse bestaat bij steden en gemeenten om een openbaar wifi-netwerk op te zetten. "Ik heb het gevoel dat het momentum er is. We krijgen in ieder geval veel vraag binnen van centrumsteden waarbij wij als operator fungeren op het wifi-netwerk dat de stad bestelt", legt De Geest uit. Over de belangrijkste reden voor de huidige hype hoeft hij niet ver te zoeken. "De nieuwste technologie laat een veel beter prijzenmodel toe dan pakweg vier jaar geleden. Soms betaalt de stad een fee voor iedereen het netwerk wil gebruiken, terwijl anderen eerder de kostprijs willen delen. Sommigen zetten bijvoorbeeld slechts een deel van het netwerk open, waarbij je moet betalen voor volwaardige toegang te krijgen." Volgens Mitch De Geest hanteren de meeste steden een voorzichtige benadering. Eerst worden een aantal pleinen of openbare gelegenheden uitgerust met een draadloos netwerk, waarna het project geëvalueerd wordt. Nadien komt pas een eventuele uitbreiding aan de orde. "Met name voor open ruimtes en evenementen zijn de steden geïnteresseerd. Een wifi-netwerk uitrollen over het hele grondgebied van een stad is trouwens sowieso niet realistisch. Technisch is dat allemaal perfect haalbaar, maar dan klopt het businessmodel niet meer. Je hebt gewoon teveel antennes nodig, wat te zwaar weegt op het totale kostenplaatje", vertelt de ceo van CityMesh nog. Waarom willen we wifi? Het antwoord ligt in de eerste plaats in de manier waarop we alsmaar meer gebruik maken van internet: mobiel dus, met een smartphone, laptop, netbook of tablet. Het mobiel internetsignaal - 3G, hsdpa, maar in vele gevallen ook nog edge - dat de operatoren de lucht in sturen, blijkt in veel gevallen onvoldoende sterk te zijn of in de praktijk toch te traag te werken. Wifi is doorgaans sneller én goedkoper of zelfs helemaal gratis (want betaald door de aanbieder of uitbater). Vergeet niet dat heel wat horecazaken bijvoorbeeld op eigen initiatief een kleinschalige gratis, draadloze internetaansluiting aanbieden voor de klanten. Maar de man in de straat mag een draadloos wifi-netwerk dan wel associëren met - al dan niet gratis - draadloos internet: in de praktijk blijken de meeste steden zich lang niet tot die toepassing te willen beperken. De business case blijft immers moeilijk te maken als je alleen maar mobiel internettoegang wil aanbieden die dan ook niets of zo weinig mogelijk mag kosten. Maar als stedelijke diensten ook toepassingen kunnen gebruiken bovenop dat netwerk, ziet het plaatje er meteen anders uit. Zo werkt CityMesh onder meer aan track & trace oplossingen - denk aan het opsporen van verloren gelopen kindjes aan het strand. Een 'muziektoepassing' is een ander voorbeeld, waarbij een stad zijn draadloos netwerk kan inzetten als drager voor het verspreiden van bijvoorbeeld kerstmuziek tijdens de feestdagen.Kristof Van der Stadt