In Nederland kunnen ze het heel goed in de markt zetten. We willen Brussel ook op de kaart zetten als smart city, maar veel mensen weten vandaag te weinig waar we allemaal mee bezig zijn."
...

In Nederland kunnen ze het heel goed in de markt zetten. We willen Brussel ook op de kaart zetten als smart city, maar veel mensen weten vandaag te weinig waar we allemaal mee bezig zijn." Debaets laat vallen dat Brussel binnen vijf jaar in de top vijf van de smart cities in de wereld moet staan. "We stellen dat voorop op duidelijk te maken dat we vooruit willen gaan. Maar we moeten realistisch zijn. Wat ze in Amsterdam doen is niet zo wereldschokkend ten opzichte van onze eigen projecten. Maar we leren wel van hen dat we de zaken beter moeten centraliseren en bekendmaken." Debaets haalt onder meer de Irisbox aan. Daarmee kan je online zaken als een nieuwe identiteitskaart of een bewijs van goed gedrag en zeden opvragen. "Maar dat project is nog te weinig bekend bij de burger. Marketing is voor sommigen een vies woord, maar hier zou wat meer bekendheid wel in het voordeel van de Brusselaar zijn." Een ander initiatief is Fiber to the School. "Tegen het einde van de legislatuur moeten alle secundaire scholen (28) aangesloten zijn op glasvezel." Debaets beseft dat ze een open deur intrapt door te zeggen dat kennis en kennisdeling belangrijk zijn, maar ze wijst daarbij terecht op nieuwe manieren van lesgeven. "Met videoconferencing kan je bijvoorbeeld heel makkelijk Nederlandstalige en Franstalige native speakers in elkaars klas krijgen." Het platform voor videobewaking is een ander initiatief. "Zowel de politie als de MIVB hebben verschillende camera's. Maar technisch is het momenteel onmogelijk om die uit te wisselen," legt Helene Morel, attaché Informatica van het kabinet van Debaets uit. "Met een video management systeem voor die twee kunnen ze beelden onderling uitwisselen. Maar er is nog nood aan standaardisering en gebruik van één systeem." Dat kost geld, maar moet op termijn ook geld besparen. "De initiële kost is twee miljoen euro over drie jaar. Maar het terugverdieneffect door één onderhoudscontract maakt het veel efficiënter," zegt Morel. Momenteel is het videosysteem al gekozen. De eerste politiezone zal rond maart het systeem beginnen te gebruiken. De bedoeling is dat alles op drie jaar tijd rond is. Ook het netwerk mag beter van de staatssecretaris. "We zouden graag fiber to the home mogelijk maken. Kabel heeft een bevoorrechte behandeling in de zogenaamde last mile. Die mag namelijk op de gevels hangen, wat goedkoper is dan een ondergrondse verbinding. Dat wouden we ook graag willen voor glasvezel." Debaets benadrukt dat de taak van de overheid is om te faciliteren en de wetgeving te veranderen om zo economische initatieven te stimuleren. Ook open data valt enkele keren in het gesprek. "In Berlijn levert dat tientallen miljoenen economische meerwaarde op door kleine bedrijven en eenmanszaken. Al is de grootste winnaar de ambtenaar. Daar leeft men momenteel in silo's waar ze de gegevens van hun collega's niet kunnen inkijken. Dat wel kunnen doen biedt voor hen een enorme meerwaarde." Tot slot moet er een dienstenintegrator komen die de administratie vereenvoudigt. "Gegenves worden gecentraliseerd en uitgewisseld met verschillende diensten. Stel dat je als alleenstaande vrouw met drie kinderen recht hebt op korting op je Mivb-abonnement of op je energiepremie, dan moet die automatisch worden toegekend in plaats van daar eerst een bewijs van op te moeten halen bij een andere dienst. De overheid zou geen informatie moeten vragen van burgers die andere overheidsdiensten al hebben." De sfeer opsnuiven in Amsterdam is voor Debaets een van de stappen in aanloop naar een Brussels congres over smart cities op 3 juni. Daar komen experten spreken, maar moeten ook partners en geïnteresseerden samenkomen om na te denken over moderne initiatieven voor de stad. "Het doel is om de levenskwaliteit van de Brusselaar te verhogen," zegt Debaets. "We staan helemaal niet zo ver achter ten opzichte van Amsterdam, maar de projecten zijn momenteel versnipperd en de mensen zijn te weinig op de hoogte." Amsterdam is een van de bekendste smart cities, zit vol plannen en projecten terwijl Brussel achterop hingt. Maar die perceptie klopt niet. De stad denkt al langer na over de mogelijkheden en er is een algemeen bewustzijn dat connectiviteit en informatiedeling een stad efficiënter en slimmer maakt. Maar de stad loopt geen tien jaar voorop. Een ander aspect is dat onze noorderburen hun initiatieven een stuk beter promoten. Een van de inkomstenbronnen van de Amsterdam Arena is het leveren van consultancy aan andere stadions in de wereld. Bij de stad Amsterdam horen we over verschillende projecten, maar meestal gaat het om plannen en ambities. Dezelfde plannen die Brussel ook heeft. Amsterdam loopt wel degelijk voor, maar met de juiste inspanningen kan onze hoofdstad die (kleine) achterstand op enkele jaren tijd inhalen. Pieterjan Van Leemputten"Wat ze in Amsterdam doen is niet zo wereldschokkend ten opzichte van onze eigen projecten." Bianca Debaets, Brussels staatssecretaris voor digitalisering en informatica.