Pioniers als Prof. Henri Vanderlinden en Prof. Jan Cnops maakten begin van de jaren vijftig al werk van een eigen universitair rekencentrum met geavanceerde infrastructuur. Beide professoren hadden al hun sporen verdiend, met respectievelijk het lidmaatschap van de toenmalige 'Raad voor Studie en Bouw van Elektronische Rekenmachines' (sinds 1951) en een 'Centrum voor numeriek rekenen' in de faculteit toegepaste wetenschappen (ca. 1952). Vervolgens zien we hoe doorheen de jaren achtereenvolgens een IBM 610 (in 1961 al go...

Pioniers als Prof. Henri Vanderlinden en Prof. Jan Cnops maakten begin van de jaren vijftig al werk van een eigen universitair rekencentrum met geavanceerde infrastructuur. Beide professoren hadden al hun sporen verdiend, met respectievelijk het lidmaatschap van de toenmalige 'Raad voor Studie en Bouw van Elektronische Rekenmachines' (sinds 1951) en een 'Centrum voor numeriek rekenen' in de faculteit toegepaste wetenschappen (ca. 1952). Vervolgens zien we hoe doorheen de jaren achtereenvolgens een IBM 610 (in 1961 al goed voor meer dan 2.000 uren rekentijd), een IBM 1620 (50x sneller dan de 610 en met een ferrietgeheugen van wel 20.000 decimale posities) en een IBM 360/30 (1967, 64KB geheugen, o.a. geschikt voor PL/I) aantreden. Hiermee werd zowel het eigen wetenschappelijk werk aan de universiteit ondersteund, als initiatieven van derden (Jean Meeus van de Vereniging Voor Sterrenkunde kon op de IBM 1620 zijn 'Canon of Solar Eclipses' uitrekenen - een werk dat hem, de universiteit en het hoofd van het rekencentrum, Prof. Carl Grosjean naam en faam bezorgde). Ook bedrijven als staalreus Sidmar en instellingen als het Studiecentrum voor Kernenergie konden op de diensten een beroep doen. Vanaf de jaren zeventig werd de uitrusting van het rekencentrum mee ingekleurd door de Belgische politiek. Het blauw van IBM werd niet ingeruild voor de uitverkoren CDC, maar voor Siemens-apparatuur. Dat was het rechtstreekse gevolg van "een algemene regeringsovereenkomst die erop neerkwam een bepaald quotum Siemenscomputers te kiezen in ruil voor investering in het bedrijf in de Siemensfabriek te Oostkamp," meldt de auteur droogjes. Doorheen de jaren volgden een Siemens 4004 en een paar Siemens 7541 (later 755x) systemen elkaar op. Die werden niet alleen ingezet voor onderzoeksdoeleinden maar steeds meer ook voor administratieve taken. Al snel draaien die computers dan ook de klok rond en vijf dagen per week, en werd de computertijd per taak duidelijk ingeperkt. Vanaf de jaren tachtig breekt op de UGent het pc-tijdperk aan, gevolgd door nieuwe Sun machines en vanzelfsprekend ook een aansluiting op de ontluikende internationale academische netwerken. Op het einde van zijn eerste halve eeuw heeft het Gentse rekencentrum dan ook ruimschoots zijn kwaliteiten bewezen, klaar voor een tweede halve eeuw als de 'Directie ICT'. Het mag dan ook niet verbazen dat in 2000 werd meegedongen naar de titel van 'Data News ICT manager of the year / small & medium sized organisations'! Rita DE CALUWE Vijftig jaar rekencentrum aan de Universiteit Gent 1952 - 2002 Academia Press, Gent ISBN 9789038213368 Guy Kindermans