Als ik lang in de auto zit, op weg naar het werk, wil ik wel eens beginnen filosoferen over heel triviale zaken. Neuspeuteren is zoiets. In de auto valt pas op hoeveel mensen dat doen. In de file zie je heel veel onwettelijke dingen gebeuren: kranten lezen, mobiel bellen zonder hands free kit. Neus-peuteren is bij mijn weten niet bij wet verboden. Bij sociale conventie wordt het evenwel niet aangemoedigd. In de file kan je heel wat mensen betrappen op de vreemde vorm van nasale penetratie. Ik doe het natuurlijk zelf ook, maar het is pas wanneer je anderen het ziet doen, dat je jezelf erop betrapt.
...

Als ik lang in de auto zit, op weg naar het werk, wil ik wel eens beginnen filosoferen over heel triviale zaken. Neuspeuteren is zoiets. In de auto valt pas op hoeveel mensen dat doen. In de file zie je heel veel onwettelijke dingen gebeuren: kranten lezen, mobiel bellen zonder hands free kit. Neus-peuteren is bij mijn weten niet bij wet verboden. Bij sociale conventie wordt het evenwel niet aangemoedigd. In de file kan je heel wat mensen betrappen op de vreemde vorm van nasale penetratie. Ik doe het natuurlijk zelf ook, maar het is pas wanneer je anderen het ziet doen, dat je jezelf erop betrapt. Je ziet het vooral bij de verkeerslichten die op rood staan, de achteloze bestuurders die de tijd proberen te doden, en onwillekeurig in hun neus zitten te peuteren. Ze zijn er zich meestal niet van bewust dat ze zich onwelvoeglijk gedragen op een plaats waar iedereen hen kan zien. De gène is dan ook groot als ze zich betrapt weten. Ze wenden andere bewegingen dan de vingerpenetratie voor, ze doen dan alsof ze bedachtzaam over hun neus aan het strijken waren. Neus-peuteren is immers vies, dat doe je niet. Dat heeft elke rechtgeaarde moeder haar kinderen aangepraat. En nochtans, we doen het allemaal, soms met enige wellust. Ook als er zich een praktisch probleem voordoet met de lozing van de aldus geproduceerde substantie. Je kan er natuurlijk alle kanten mee uit. Oprollen en wegschieten is zeer efficiënt als je erin slaagt. Voor ik ergens ga zitten, vergewis ik me er telkens van of niet de een of andere onverlaat de onderkant van een stoel of tafel bekleed heeft met zijn ondertussen hard geworden nasale slijmen. De ontdekking van dat goedje gaat dan meestal gepaard met een schreeuw van afschuw, en de onstuitbare drang om mijn handen te gaan wassen. Allicht is het niet hygiënisch, een snottebel is een haard van microben, bacteriën en andere ongewenste micro-organismen. Het is niet beleefd om zonder zakdoek de binnenkant van je neusvleugels te ledigen als er mensen bij zijn. Oorsmeer verwijderen in gezelschap is ook niet van aard om een hoge sociale waardering te scoren. Daarom, wellicht, wat stiekem, in de intieme beslotenheid van de auto. Een moment bij jezelf. In je neus. Alleen en van geen mens gestoord. Om lyrisch van te worden. Nu, vanwaar dat schuldige gevoel van op heterdaad betrapt te zijn wanneer iemand je verontwaardigd aankijkt terwijl je met wijsvinger of pink je neusholte doorwoelt? Ik denk dat dat met de publieke ontoegankelijkheid van lichaamsopeningen te maken heeft. Het is opvallend hoeveel als onwelvoeglijk aangevoelde activiteiten zich in en rond lichaamsopeningen afspelen. Die sfeer moet bedekt blijven, lichaamsgrenzen mogen publiekelijk niet doorbroken worden. Een openbare overtreding van het verbod op neuspeuteren, navelgruisverwijderen, gatkrabben, en oorsmeerbolletjesdraaien wordt weliswaar niet zo zwaar gesanctioneerd als het hebben van geslachtsgemeenschap met een Nieuwzeelandse kiwivogel op de Sinksenfoor; toch blijft er een taboesfeer rond hangen. Neuspeuteren is onschuldig. Het kan een bron van argeloos en volkomen veilig auto-erogeen genot zijn. Wees echter voorzichtig om bij het losweken van de snotkorstjes niet teveel neushaartjes mee uit te trekken. Aangezien 95 % van de neuspulkers de bijeengeschaarde massa tussen duim en wijsvinger kneedt en er een goedkeurende blik op werpt alvorens er zich van te ontdoen, kan het niet moeilijk zijn om zich van de aanwezigheid van die neushaartjes te vergewissen en naar de toekomst toe een preventief traject in het neusorgaan uit te stippelen. Onze neushaartjes zijn immers de enige bescherming die we hebben tegen de luchtvervuiling. Zoals elke filter moeten ze regelmatig gereinigd worden. Hier is een zakdoek toch wel aangewezen. Haal het neuspeuteren uit de taboesfeer. Het moet kunnen. Als je het maar hoffelijk doet. Het is zo één van die bezigheden die we bij onze medemens veroordelen, maar die we onszelf stiekem toestaan. Niets menselijks is ons vreemd. DOOR JAN FLAMEND