Frederik Tibau expert Digital Innovation & Growth bij Agoria

“De technologie zorgt er voor dat er twee klassen van mensen ontstaan: een extreem waardevolle minderheid en een grote meerderheid die vervangbaar is.” Dat zegt ‘big data’-specialist Sean Gourley. “De manier waarop je algoritmes kan ‘lezen’ wordt allesbepalend.”

Het voorbije decennium zijn we enorm veel informatie gaan verzamelen. Op zichzelf heeft die data weinig tot geen betekenis, het wordt pas interessant wanneer je er dingen gaat mee doen. Op dat moment doen de algoritmes hun intrede.

Algoritmes zijn instructies die tot een welbepaald doel leiden. In de complexe wereld van vandaag worden ze vooral gebruikt om grote hoeveelheden data te interpreteren, en om vervolgens beslissingen te kunnen nemen op basis van de resultaten. Het menselijke brein is immers beperkt, en kan maar een kleine hoeveelheid informatie verwerken in een korte tijdspanne.

Om u een idee te geven: eenenzestig (61) procent van alle internetverkeer is vandaag al ‘ontmenselijkt’ en het resultaat van algoritmes. De overgrote meerderheid van de handel op de beurs is het werk van machines en van formules die het tegen elkaar opnemen, de mens is niet langer de centrale pion in dat spel. Maar wie zit er achter de algoritmes? En wiens belang dienen ze?

De Nieuw-Zeelandse natuurkundige Sean Gourley, die op 18 november een keynote geeft op de Disruptive Innovation Day van Peter Hinssen en Steven Van Belleghem, en die zelf cto is van een start-up die algoritmes gebruikt om trends en patronen te ontwaren (‘Quid’), plaatst heel wat kanttekeningen bij de evolutie.

“We hebben op een bepaald moment een impliciete afspraak gemaakt met de Googles en de Facebooks: ik geef je mijn informatie, en in ruil maak jij mijn leven beter”, steekt de man van wal wanneer we hem wakker bellen in San Francisco. “Vraag is of we de economische gevolgen van die deals wel goed begrijpen.”

“Terwijl Facebook 1,2 dollar per jaar investeert in een gebruiker, verdient het aan diezelfde persoon 6 dollar dankzij algoritmes die zijn identiteit in kaart brengen en hem proberen te beïnvloeden. Google investeert 13 dollar per gebruiker, en verdient tot 30 dollar. Reken maar uit de winst. En maak je geen illusies: jij bent als persoon het te verhandelen product.”

Gourley: “Dat de financiële markten intussen draaien op algoritmes, wil eigenlijk zeggen dat computerprogramma’s bepalen wat er met ons geld gebeurt.”

“En wanneer het algoritme dat je belangen verdedigt plots geconfronteerd wordt met een nieuwkomer die sneller en efficiënter te werk gaat, dan kan je bank op enkele minuten tijd miljarden dollars verliezen en zelfs bankroet gaan. Je ziet crashes opduiken waarbij je niet weet waar ze vandaan komen of wanneer ze weer weg gaan.”

Moeten mensen zich stilaan zorgen beginnen te maken over hun job?

SEAN GOURLEY: “Eigenlijk wel, we staan best even stil bij ons werk. Kan een algoritme dat niet veel beter en efficiënter doen? Als dat zo is, dan heb je een probleem.”

“Heel wat dingen die gelezen en begrepen moeten worden, en waarbij je concepten en objecten aan elkaar moet linken, worden straks overgenomen door algoritmes. Neem het beroep van journalist: binnen enkele jaren zal het gros van de verhalen geschreven worden door journobots. Ook fiscalisten die rapporten in elkaar steken voelen zich best geviseerd, net als juristen die op zoek zijn naar informatie. Zelfs investeringen in start-ups zullen gebeuren op basis van berekeningen van algoritmes.”

“Binnenkort ga je algoritmes andere algoritmes zien bekampen. Na een auto-ongeluk bijvoorbeeld, waarbij de toepassing van jouw verzekeraar gaat ‘onderhandelen’ met het programma van de tegenpartij om tot een oplossing te komen.”

Is er nog plaats voor menselijke inbreng in zo’n context?

GOURLEY: “Mensen gaan de weinig benijdenswaardige taak krijgen om de algoritmes te reguleren. Ze zullen de regels van het spel moeten bepalen, en dat zal steeds moeilijker worden. Want op welke manier mogen algoritmes elkaar bekampen? Hoe ver kan je gaan? De Amerikaanse overheid probeert zich hier al over te buigen, maar ze kan nu al niet meer volgen.”

Zullen computers de experts echt vervangen, of hen net slimmer maken?

GOURLEY: “Hier is het antwoord genuanceerd. Heel wat experts zullen vervangen worden, want computers zullen hun werk op een snellere en goedkopere manier opknappen, met hetzelfde eindresultaat. In die zin zal je heel wat jobs zien sneuvelen, in tal van sectoren.”

“Anderzijds zal je zien dat er mensen zijn die beter met algoritmes kunnen omgaan dan anderen. Die kleine groep zal dankzij de hulp van de algoritmes nóg beter gaan presteren dan de algoritmes op zich. Die hybride vormen van mens en machine gaan de financiële markten én ons rechtssysteem domineren. Zij zullen de winnaars zijn in dit verhaal.”

Dat is een angstaanjagende gedachte.

GOURLEY: “Absoluut. De technologie gaat er voor zorgen dat er twee klassen van mensen ontstaan: een extreem waardevolle minderheid en een grote meerderheid die vervangbaar is. De onderscheidende factor is de manier waarop je kan omgaan met computer-algoritmes, en je begrijpt wat die formules doen.”

“Aanvankelijk zal slechts een kleine groep de algoritmes kunnen ‘lezen’ en weten wanneer je ze kan vertrouwen en wanneer niet. Tegelijk zullen er algoritmes opduiken die ik me kan veroorloven, maar jij niet, waardoor ik dieper kan kijken en een beter inzicht verwerf. Ik hoef je niet te vertellen wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.”

“Na verloop van tijd zal de groep met adopters wel groter worden, maar helaas niet snel genoeg om de ontwrichtingen in de markt te kunnen stoppen.”

Wat kunnen we dan wél doen?

GOURLEY: “In een wereld waarin witteboordwerk zinloos wordt en een kleine toplaag alle macht naar zich toetrekt, is het zaak om de economische structuren om te gooien en te herdenken.”

“Vrijwel alle burgers moeten waarde kunnen creëren, anders veroorzaak je een existentieel probleem in de maatschappij. We kunnen al ons hebben en houden toch niet zomaar in handen geven van de vijf procent die overweg kan met algoritmes en aan dat éne procentje dat de formules bedenkt, terwijl de rest werkloos toekijkt?”

Wanneer u het heeft over big data, laat u niet na om de menselijke factor te benadrukken. Algoritmes nemen dan wel de wereld over, ze zullen niet zo maar onze problemen oplossen.

GOURLEY: “De softwaretools van bedrijven als IBM en Oracle zijn behoorlijk krachtig en kunnen al wel patronen ontwaren of anomalieën opdiepen, maar ze kunnen geen complexe problemen oplossen.”

“Met ‘big data’-toepassingen kan je behoorlijk accuraat voorspellen waar een volgende veldslag zich gaat afspelen in de oorlog tegen ISIS – iets wat het Amerikaanse leger ook doet – maar je kan die veldslag niet verhinderen. Hetzelfde geldt voor de verspreiding van ebola vanuit West-Afrika: big data gaat die epidemie niet indammen.”

“Het is dus zinloos om té veel te vertrouwen op data, de menselijke factor is minstens even belangrijk. Mensen moeten nog steeds bepalen wat je met de data gaat doen.”

Er moet een shift komen van data science naar data intelligence?

GOURLEY: “Dat is één van mijn voornaamste boodschappen. Met data science alleen ga je te veel vertrouwen op de machines, en dat is vandaag nog geen goed idee. Binnen 20 jaar kunnen de kaarten anders liggen, maar momenteel is het toch best dat onze maatschappij gestuurd wordt door zo intelligent mogelijke mensen (lacht).”

Frederik Tibau

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content