Keren we even terug in de tijd. Libië verloor in 2004 vijf dagen lang zijn. ly domeinnaam als gevolg van een technische storing. Elke gebruiker die. ly probeerde in te tikken, kreeg het bekende 'file not found' op zijn schermpje. Libië bestond niet meer op het World Wide Web. Hulp diende te komen van een organisatie met hoofdzetel in LA, Californië. Een organisatie die nota bene verantwoording moest afleggen aan het Amerikaanse ministerie van Economische Zaken. We hebben het hier natuurlijk over Icann, de 'Internet Corporation for Assigned Names and Numbers'.
...

Keren we even terug in de tijd. Libië verloor in 2004 vijf dagen lang zijn. ly domeinnaam als gevolg van een technische storing. Elke gebruiker die. ly probeerde in te tikken, kreeg het bekende 'file not found' op zijn schermpje. Libië bestond niet meer op het World Wide Web. Hulp diende te komen van een organisatie met hoofdzetel in LA, Californië. Een organisatie die nota bene verantwoording moest afleggen aan het Amerikaanse ministerie van Economische Zaken. We hebben het hier natuurlijk over Icann, de 'Internet Corporation for Assigned Names and Numbers'. Icann controleert het adressensysteem op het Web en verdeelt domeinnamen onder landen en registrys. Voor de slechte verstaander: Icann coördineert in feite het hele internet. Het spreekt voor zich dat de organisatie sinds haar oprichting in 1997 heel wat kritiek te verwerken kreeg. Kan het wel dat een structuur die sterke banden heeft met de Amerikaanse overheid de eindverantwoordelijkheid draagt over een netwerk dat van levensbelang is voor elke zichzelf respecterende natie? Wat als Rusland de landencodes op het Web zou beheren? Zouden de Verenigde Staten er veel voor voelen om de hulp te moeten inroepen van Vladimir Poetin? De gevolgen laten zich raden. De laatste jaren werden gekenmerkt door verschillende pogingen om Icann te ontmantelen, en te vervangen door een structuur geënt op die van de Verenigde Naties. Dat Icann vandaag nog steeds bestaat, en dat de organisatie er eigenlijk beter voor staat dan ooit, kan bijna volledig op het conto van afscheidnemend voorzitter Vint Cerf geschreven worden. De 'grondlegger' van het moderne internet kwam in 2000 aan het hoofd te staan van Icann, en counterde met succes 'aanvallen' van onder meer de EU, China en Brazilië. Deze landen opperden terecht dat het internet als internationaal netwerk niet vanuit Washington kan gestuurd worden. De voormalige Stanford-professor liet Icann dan ook evolueren van een klein Amerikaans regeringsvehikel tot een min of meer zelfstandige organisatie die op steeds meer goodwill kan rekenen, ook buiten de VS. Toch is het niet al goud wat blinkt. Icann wordt nog steeds beschouwd als een trage en logge organisatie, die maar weinig concrete resultaten boekt. Of de saaie en kleurloze opvolger van Cerf, de Nieuw-Zeelandse advocaat Peter Dengate Thrush, daar iets aan zal kunnen veranderen, is nog maar de vraag. Ter illustratie: het belangrijkste onderwerp in LA was nog maar eens de implementatie van de internationale toplevel domeinnamen (tld's), waardoor gebruikers niet alleen Latijnse, maar bijvoorbeeld ook Chinese of Cyrillische tekens kunnen gebruiken in domeinnamen. Het heeft jaren geduurd voor er een fatsoenlijk regelgevend kader kon worden opgesteld rond de internationale tld's. Intussen is de kogel eindelijk door de kerk, maar dan alleen voor het deeltje van de domeinnaam voor het punt. "Icann gaat enorm traag te werk", bevestigt Patrick Lindén van Eurid, de registry voor de tld. eu, "maar dat heb je nu eenmaal bij organisaties die pretenderen een democratie te zijn. Ik zie ook niet goed in wat het alternatief zou moeten zijn voor Icann. Bij een andere structuur zou het beslissingsproces misschien sneller kunnen gaan, maar zou de legitimiteit er allicht onder lijden. Misschien is het zelfs goed dat de organisatie zo traag te werk gaat. Er worden tenslotte maar weinig fouten gemaakt." En toch. Icann mag de laatste jaren dan geëvolueerd zijn naar een nieuwe structuur met verschillende 'aandeelhouders', en naar een model dat niet controleert maar 'coördineert', waarnemers kunnen zich niet ontdoen van de indruk dat het nog steeds de Amerikanen zijn die het meeste in de pap te brokken hebben. Dat de tld. xxx er vorig jaar niet gekomen is onder sterke druk van de conservatieve Bush-administratie, ligt nog vers in het geheugen. Eén van de interessantere discussies op de meeting draaide dan ook rond de vraag welke criteria Icann hanteert bij het beslissen of een nieuwe top level domeinnaam al dan niet toegelaten kan worden. De aanwezigen argumenteerden alvast dat het niet aan de organisatie is om het geweten van de wereld te spelen. "Uiteraard wordt er nog veel gelobbyd bij Icann, en niet in het minst door de Amerikaanse overheid", geeft vice-president global and strategic partnerships Theresa Swinehart van Icann toe. "Het is de Clinton-administratie geweest die beslist heeft dat de Amerikanen het internet langzaamaan moesten loslaten. Daarom is Icann ook opgericht", vult Lindén aan. "Vandaag kan iedereen die dat wenst naar de raad van bestuur stappen met een vraag of een voorstel. En op de meetings hebben vertegenwoordigers van regeringen, registrys en alle andere aanwezigen hun zegje. Het evolueert dus toch in de goede richting." z Frederik Tibau