Het zal niemand verbazen als ik zeg dat ik als hoofdredacteur van een technologieblad fan ben van sciencefiction. En toch heb ik in m'n leven al meer slechte dan goeie gezien en gelezen. Een beetje eigen aan het genre ook dat moeizaam balanceert tussen ijzersterke fictie en onderbouwde wetenschap. Gooi er teveel moeilijk klinkende maar nietszeggende pseudowetenschappelijke termen in, en het wordt al snel ongeloofwaardig. Probeer het te wetenschappelijk te onderbouwen en het voelt alsof je naar een documentaire kijkt.

De beste sciencefiction is nog steeds diegene waarin een of andere dystopische toekomst geschetst wordt, met een prominente rol voor hoogtechnologische, futuristische machines, kunstmatig intelligente humanoïde robots en écht slimme apparaten. De beste sciencefiction vertrekt van reëele wetenschappelijke problemen of uitdagingen, en lost die op met fictieve, op het moment van schrijven nog onbestaande technologie.

De beste sciencefiction is dan ook diegene die later ook (deels) realiteit wordt: het technologische luik dan, het dystopische hoeft niet. Denk maar aan de touchscreens en de stembediening op het Enterprise-ruimteschip in 'Star Trek'. Heel wat technologie uit de films is ondertussen realiteit. De 'Communicator' uit de jaren '60 bijvoorbeeld: een draadloos communicatiesysteem avant-la-lettre dat héél erg veel doet denken aan wat we later de 'flip phone' of 'clamshell'-gsm noemden. Nokia - toen nog helemaal Fins én marktleider - ontwierp in 2008 zelfs veertien prototypes van Star Trek Communicator flip phones. Het is nooit echt duidelijk geweest of de ontwerpen een uit de hand gelopen grap van nerds en ontwerpers waren, dan wel écht ooit hun weg naar de markt moesten gaan zoeken.

De beste sci-fi is diegene die realiteit wordt

Het bionische oog in Star Trek - de 'Visor' - bestaat ondertussen ook. En het 'Holodeck', een grote VR-ruimte, werd op zich een inspiratiebron voor technologiebedrijven. Ook de hologrammen uit die andere ruimtereeks 'Star Wars' bieden inspiratie. Op de SPIE-ontwikkelaarsconferentie in San Francisco in 2011 toonde MIT Media Lab bijvoorbeeld een driedimensionaal beeld van Princess Leia: niet zo fotorealistisch als de projectie in de film uit 1977 maar goed genoeg om het een hologram te noemen. Twee jaar voordien had Cisco-CEO John Chambers zijn eigen Leia-act al uitgevoerd: hij was fysiek op een conferentie in India, terwijl twee van zijn luitenanten in San Jose als holografische versies verschenen. Cisco Holographic TelePresence werd dat.

Maar de kiemen van hedendaagse technologie zijn soms nog vroeger te vinden. Op een iPad het nieuws lezen of een journaal herbekijken? Dat kon al in 1968 op de 'newspad' in het fantastische '2001: A Space Odyssey' van Stanley Kubrick. Of wat te vinden van de interactieve videobrillen in 'Back to the Future II' die qua concept en functionaliteit doen denken aan de eerste Google Glasses. "Slimme brillen? Die komen gewoon terug", zegt Sven Van de Perre van Tropas AR in een artikel over Metaverse. Metawat? De naam van het oord dat de Amerikaanse sciencefictionschrijver Neal Stephenson in zijn roman 'Snow Crash' beschreef in 1992. Metaverse is het computergegenereerd oord dat de hoofdrolspeler 'ziet' in zijn bril. Dertig jaar later werken techbedrijven als Microsoft, Google en Nokia Labs onder die naam aan een technologisch concept dat de volgende stap voor augmented reality wordt: een volledig digitale kopie van onze fysieke wereld. Nog even en het is geen fictie meer.

Het zal niemand verbazen als ik zeg dat ik als hoofdredacteur van een technologieblad fan ben van sciencefiction. En toch heb ik in m'n leven al meer slechte dan goeie gezien en gelezen. Een beetje eigen aan het genre ook dat moeizaam balanceert tussen ijzersterke fictie en onderbouwde wetenschap. Gooi er teveel moeilijk klinkende maar nietszeggende pseudowetenschappelijke termen in, en het wordt al snel ongeloofwaardig. Probeer het te wetenschappelijk te onderbouwen en het voelt alsof je naar een documentaire kijkt. De beste sciencefiction is nog steeds diegene waarin een of andere dystopische toekomst geschetst wordt, met een prominente rol voor hoogtechnologische, futuristische machines, kunstmatig intelligente humanoïde robots en écht slimme apparaten. De beste sciencefiction vertrekt van reëele wetenschappelijke problemen of uitdagingen, en lost die op met fictieve, op het moment van schrijven nog onbestaande technologie. De beste sciencefiction is dan ook diegene die later ook (deels) realiteit wordt: het technologische luik dan, het dystopische hoeft niet. Denk maar aan de touchscreens en de stembediening op het Enterprise-ruimteschip in 'Star Trek'. Heel wat technologie uit de films is ondertussen realiteit. De 'Communicator' uit de jaren '60 bijvoorbeeld: een draadloos communicatiesysteem avant-la-lettre dat héél erg veel doet denken aan wat we later de 'flip phone' of 'clamshell'-gsm noemden. Nokia - toen nog helemaal Fins én marktleider - ontwierp in 2008 zelfs veertien prototypes van Star Trek Communicator flip phones. Het is nooit echt duidelijk geweest of de ontwerpen een uit de hand gelopen grap van nerds en ontwerpers waren, dan wel écht ooit hun weg naar de markt moesten gaan zoeken. Het bionische oog in Star Trek - de 'Visor' - bestaat ondertussen ook. En het 'Holodeck', een grote VR-ruimte, werd op zich een inspiratiebron voor technologiebedrijven. Ook de hologrammen uit die andere ruimtereeks 'Star Wars' bieden inspiratie. Op de SPIE-ontwikkelaarsconferentie in San Francisco in 2011 toonde MIT Media Lab bijvoorbeeld een driedimensionaal beeld van Princess Leia: niet zo fotorealistisch als de projectie in de film uit 1977 maar goed genoeg om het een hologram te noemen. Twee jaar voordien had Cisco-CEO John Chambers zijn eigen Leia-act al uitgevoerd: hij was fysiek op een conferentie in India, terwijl twee van zijn luitenanten in San Jose als holografische versies verschenen. Cisco Holographic TelePresence werd dat. Maar de kiemen van hedendaagse technologie zijn soms nog vroeger te vinden. Op een iPad het nieuws lezen of een journaal herbekijken? Dat kon al in 1968 op de 'newspad' in het fantastische '2001: A Space Odyssey' van Stanley Kubrick. Of wat te vinden van de interactieve videobrillen in 'Back to the Future II' die qua concept en functionaliteit doen denken aan de eerste Google Glasses. "Slimme brillen? Die komen gewoon terug", zegt Sven Van de Perre van Tropas AR in een artikel over Metaverse. Metawat? De naam van het oord dat de Amerikaanse sciencefictionschrijver Neal Stephenson in zijn roman 'Snow Crash' beschreef in 1992. Metaverse is het computergegenereerd oord dat de hoofdrolspeler 'ziet' in zijn bril. Dertig jaar later werken techbedrijven als Microsoft, Google en Nokia Labs onder die naam aan een technologisch concept dat de volgende stap voor augmented reality wordt: een volledig digitale kopie van onze fysieke wereld. Nog even en het is geen fictie meer.