Op de heetste dag van het jaar mocht Data News de F1-karavaan in Spa-Francorchamps bezoeken. Toegegeven, we zijn al op ergere plaatsen gaan polsen naar de it-infrastructuur. We spreken er met Rob Smedley, head of performance van het Williams Martini Racing team. Hij moet zorgen dat het team maximaal presteert en dat beperkt zich lang niet enkel tot snelle bandenwissels of een carrosserie van koolstofvezel. Die we trouwens met twee vingers kunnen optillen.
...

Op de heetste dag van het jaar mocht Data News de F1-karavaan in Spa-Francorchamps bezoeken. Toegegeven, we zijn al op ergere plaatsen gaan polsen naar de it-infrastructuur. We spreken er met Rob Smedley, head of performance van het Williams Martini Racing team. Hij moet zorgen dat het team maximaal presteert en dat beperkt zich lang niet enkel tot snelle bandenwissels of een carrosserie van koolstofvezel. Die we trouwens met twee vingers kunnen optillen. "It heeft altijd een belangrijke rol gespeeld. Maar het voornaamste verschil met twintig jaar geleden is het internet. Dat bestond toen wel, maar vandaag is alles verbonden en grotendeels draadloos. Vroeger hing je bijna altijd ergens aan een draad vast. Voor ons gaat het vooral om het gemak van communicatie en computing. We willen zo veel mogelijk repetitieve taken automatiseren, zodat onze ingenieurs kunnen doen waar ze goed in zijn : intuïtief en geniaal zijn." Technologie duikt nu ook in de wagens op. Een doorsnee F1-bolide heeft tweehonderd sensoren en produceert gigabytes aan data per seconde. Maar die data moet ook verwerkt en bestudeerd worden, liefst in real time. "Je moet dat live analyseren, niet pas in de dagen na de race zoals vroeger. Als er in de laatste twee bochten iets abnormaals opduikt, dan moeten we daar meteen op inspelen," zegt Smedley. Naast de beste piloten en technici heeft elk F1-team ook een hoop analisten in huis die de data in real time bestuderen. Maar de regulering zegt dat je maximaal zestig mensen mag meenemen naar de race. "Dat omvat iedereen betrokken bij operations. De truckchauffeurs, mechaniciens, ingenieurs, zelfs Claire Williams, onze teamdirecteur, zit daarbij." Dat zet meteen een rem op het aantal ogen in de race. Of toch tot enkele jaren geleden. Williams Martini Racing ging in maart 2015 een samenwerking aan met BT. Enerzijds voor de communicatie in en rond het team, van de links rond de garage tot chatsystemen met het hoofdkwartier. Maar vooral om het beperkt aantal mensen ter plaatsen uit te breiden zonder de regels te breken. "We hebben hier enkele trucks met mensen die data analyseren, maar in ons hoofdkwartier in Grove Oxfordshire in Groot-Brittannië hebben we exact dezelfde omgeving met nog eens twintig mensen. Zij ontvangen alle gegevens live, even snel als de jongens hier achter mij." Het gaat daarbij om een stream van 60 tot 80 gigabyte raw data per seconde aan 100 Mbps. "Je krijgt dus een pak meer ogen op de weg en op je wagen. Ik wil mijn beste multitaskers hier naast mij. In het hoofdkwartier zitten mensen met minder specifieke taken die bovendien in een ruimte zitten ver weg van de luide motoren en de stress van de race. Ze doen hetzelfde als de mensen die in de truck achter de garage zitten, maar ze tellen niet mee voor de FIA-regulering." Pieterjan Van Leemputten