BAN Vlaanderen is ontstaan in 2004, als een fusie van 4 kleinere business angel-netwerken. De 230 angels kregen in totaal ruim 550 dossiers voorgeschoteld, gespreid over 10 jaar. Daarbij werd er in 190 geïnvesteerd, voor een gemiddeld bedrag van rond de 150.000 euro. De grootste deal was goed voor 800.000 euro (door 6 angels), het kleinste dossier kreeg 60.000 'groeigeld'.
...

BAN Vlaanderen is ontstaan in 2004, als een fusie van 4 kleinere business angel-netwerken. De 230 angels kregen in totaal ruim 550 dossiers voorgeschoteld, gespreid over 10 jaar. Daarbij werd er in 190 geïnvesteerd, voor een gemiddeld bedrag van rond de 150.000 euro. De grootste deal was goed voor 800.000 euro (door 6 angels), het kleinste dossier kreeg 60.000 'groeigeld'. "Ik denk dat gemiddeld 2 op de 10 projecten in faling gaat", geeft algemeen directeur Reginald Vossen een woordje uitleg. "Er vallen er dus relatief weinig af, maar anderzijds wil dat natuurlijk ook zeggen dat er te weinig risico genomen werd (lacht)." Het aantal dossiers dat echt een hoge vlucht heeft genomen, blijft beperkt. "We hebben enkele moeilijke jaren achter de rug, dat is zo, maar we hebben toch enkele succesvolle exits gekend en er zijn toch verhalen die in de goede richting evolueren, denk maar aan Gatewing of Zentrick." En hoewel heel wat startende ondernemers tot voor kort door diepe dalen gingen en grote verliezen noteerden, werd er anderzijds forser geïnvesteerd en was de groei vaak heel wat uitgesprokener. "Dat bleek ook uit een studie die we drie jaar geleden hebben laten uitvoeren. We zouden dezelfde starters vandaag eens opnieuw onder de loep moeten leggen, om te bekijken of de groei zich bestendigd heeft, of dat er een afvlakking gekomen is." Ongeveer 30 procent van de business van BAN Vlaanderen (dat met BE Angels ook een Waalse evenknie heeft) situeert zich in ict. E-commerce is goed voor 10 procent. "We hopen onze bijdrage te kunnen leveren aan het ecosysteem voor starters", knikt Vossen. "Probleem is misschien dat men ons nog onvoldoende kent, terwijl de nood aan financiering alsmaar blijft groeien." Een moderne manier om iets te doen aan de financieringskloof na het zaaikapitaal van family, fools en friends, is - naast een beroep doen op business angels - te werken via crowdfunding. En net daarbij plaatst Vossen toch wel enkele kanttekeningen. "Uiteraard willen we het positieve aan crowdfunding niet minimaliseren, een eerste selectie laten maken door de consument is van goudwaarde, maar we zien toch heel wat fout lopen, en net daardoor kan het concept in een verkeerd daglicht komen te staan." "Neem nu Angel.me en Sonic Angel. Die platformen zijn geen grote pleitbezorger geweest voor crowdfunding in ons land. Enkel al de naam Angel.me is verkeerd gekozen. We zijn in België sinds 1997 bezig om angel funding in een goed daglicht te plaatsen, en nu dreigen we het kind met het badwater weg te gooien. Crowdfunders zijn alles behalve nieuwe angels." Het grootste probleem met de huidige initiatieven is het gebrek aan transparantie", vindt Vossen. "Als je niet duidelijk communiceert over hoe je te werk gaat, met welke tarieven je werkt, wat je wel en niet doet, dan vraag je om problemen." Je moet aan je investeerders duidelijk maken wat de risico's zijn, wat de gevolgen zijn wanneer je naar een 'vervolgfinanciering' wil evolueren, zeker wanneer het gaat om funding for equity. Het aandeel kan verwateren, de investeerders kunnen te maken krijgen met afwaarderingen: Jan met de pet heeft daar geen flauw benul van." "Wie heeft welke rechten? Hoe ga je naar een volgende financieringsronde met zo'n gespreid aandeelhouderschap? Aan welke waardering stap je in? Wie beslist over de waardering? Weet men wel waar men aan begint? Ik heb vaak de indruk van niet." Vossen diept het voorbeeld op van het virtual reality-bedrijfje Oculus Rift, dat voor 2 miljard dollar wordt overgenomen door Facebook. "De fans en de investeerders waren teleurgesteld dat ze daar niets aan overhielden, terwijl je weet dat je op Kickstarter sowieso investeert in een tastbare beloning, en nooit in rendement." "Wanneer we kijken naar de projecten die op de Belgische platformen verschijnen, zijn dat ook dikwijls de 'shoppers' die de voorbije jaren zonder succes op andere deuren zijn gaan kloppen. Het gaat dan dikwijls over projecten die professionele investeerders links laten liggen. De crowdfunding-platformen moeten er rekening mee houden dat ook zij deze projecten voorgeschoteld krijgen." BAN Vlaanderen is ontstaan als fusie van 4 kleinere netwerken. "Die kleinere netwerken hebben 2 tot 3 jaar nodig gehad voor dat ze wat body hadden, zowel qua leden als qua aantal dossiers", klinkt het. "Iets opbouwen from scratch vraagt tijd, dat doe je niet in enkele dagen." "Ook naar de ondernemers toe is er meer openheid nodig. Wanneer een entrepreneur ziet dat zijn campagne na 10 dagen nog maar voor 5 procent 'gefund' is, gaat hij zich toch vragen stellen. En hoe meer dossiers er op een platform staan, hoe minder aandacht er naar dat van jou kan gaan." Wanneer de community sowieso al klein is, wordt het nog moeilijker, zegt Vossen. "Wat dat betreft zitten we niet zo goed in Vlaanderen, want ons land, ons gewest, is veel te klein." "Tenslotte moet je je de vraag stellen of de community wel bereid is om te investeren. Dat is een groot verschil met de VS, maak je maar geen illusies." "Binnenkort zal je de eerste verhalen krijgen van mensen die hun geld kwijtgespeeld zijn. Ook bij bedrijfjes die wél doorgroeien, maar waar het aandeelhouderschap volledig verwaterd is. Samengevat plaatsen we dus toch wel wat kanttekeningen." BAN Vlaanderen heeft samen met de Vlaamse overheid en KPMG een studie georganiseerd rond crowdfunding, waaruit blijkt dat de markt nog niet veel vertrouwen heeft in de huidige initiatieven. "Misschien is het wel aan ons om de sector wat meer overeind te helpen. We hebben de kennis in huis, en wie weet kunnen we wel dienst doen als bruggenbouwer." Wat vaststaat, is dat de hype intussen wat is gaan liggen. "Het hoogtepunt was de campagne rond de nieuwssite Newsmonkey.be. Ik hoop dat het niet bij Newsmonkey blijft, maar het vet lijkt wel wat van de soep." Frederik Tibau