Wie enkel op dinsdag naar de beurs kwam afgezakt, zal ongetwijfeld met een licht gevoel van medelijden met de beursorganisatoren zijn vertrokken: de publieke belangstelling was bijzonder mager en de verveling sloeg al snel toe bij de standhouders. Wat een verschil met de dag nadien. Woensdag was het af en toe wel echt drummen om tussen de menigte zich staande te houden, en als je sommige innovaties van nabij wou bekijken, mocht je niet van het ongeduldige type zijn.
...

Wie enkel op dinsdag naar de beurs kwam afgezakt, zal ongetwijfeld met een licht gevoel van medelijden met de beursorganisatoren zijn vertrokken: de publieke belangstelling was bijzonder mager en de verveling sloeg al snel toe bij de standhouders. Wat een verschil met de dag nadien. Woensdag was het af en toe wel echt drummen om tussen de menigte zich staande te houden, en als je sommige innovaties van nabij wou bekijken, mocht je niet van het ongeduldige type zijn. Los van de indrukken zijn er gelukkig ook de naakte cijfers. En die spreken voor zich. Het aantal exposanten eindigde net onder 4.100, een honderdtal minder dan vorig jaar. De standhouders kwamen uit zeventig verschillende landen, ongeveer zoals vorig jaar. Maar het aantal bezoekers bleef toch weer gevoelig onder het aantal van het jaar voordien: 285.000 dit jaar betekent een daling van bijna tien procent vergeleken met het jaar voordien, toen Cebit nog 312.000 bezoekers kon lokken. Ondanks het dalende aantal bezoekers waren de beursorganisatoren meer dan tevreden. "Het niveau van de bezoekers was hoger dan ooit", verklaarde Frank Pörschmann, manager van het Cebit-team binnen de Deutsche Messe, zijn tevredenheid. "Ruim 84 procent waren professionele bezoekers, die kwamen uit ruim 120 landen. Bovendien kregen we meer it-beslissingnemers en aankoopverantwoordelijken over de beursvloer dan we sinds lang hadden gehad. De vijf dagen Cebit gonsden van het internationaal zakendoen en netwerken." Maar niet alleen de organisatoren blikken tevreden terug, ook de standhouders spraken van een geslaagde jaargang. Luc Vandergoten, managing director van BTR Services en Lettergen, was zelfs aangenaam verrast over het aantal en de kwaliteit van de contacten die hij dit jaar kon leggen: "Dit jaar vertrok ik naar de beurs met al vijftien afspraken vooraf vastgelegd. Dat was al vele jaren geleden dat ik dat nog kon zeggen. Bovendien heb ik al enkele mogelijke handelspartners op bezoek gekregen met wie ik heel concrete nieuwe samenwerkingsmogelijkheden voorzie." In totaal zouden volgens de organisatoren zowat zeven miljoen business meetings hebben plaatsgevonden op deze Cebit-editie, ongeveer evenveel als in 2012. Opvallend binnen de lijst van exposanten: het aantal Aziatische bedrijven in de beurshallen. Zowat 800 van de ruim 4.000 bedrijven komen uit het Verre Oosten. Meer dan de helft - 445, om precies te zijn - komen uit China. En nog opvallender: hiervan heeft een tweehonderdtal bedrijven een bedrijfsnaam met 'Shenzhen' erin. Shenzhen mag dus zonder twijfel - na Hannover - de meest prominent aanwezige stad van Cebit 2013 worden genoemd. Niettemin blijft Cebit een Duitse beurs, en dat zullen we geweten hebben. De voertaal op de beurs blijft Duits, en ook het leeuwendeel van de persconferenties wordt in de plaatselijke landstaal gehouden. Begrijpelijk wellicht, wanneer u bedenkt dat ruim tachtig procent van de bezoekers uit het eigen land komt. Maar minder begrijpelijk voor een beurs die zo graag pronkt met zijn internationale uitstraling (zie ook 'content'). Ook de Belgen hebben reden tot chauvinisme op deze Cebit-editie. Het aantal Belgische standhouders heeft stevig standgehouden. Vorige edities raakte men niet eens aan twintig Belgische bedrijven, ditmaal - net zoals vorig jaar - noteerden we er bijna dertig. Officieel waren het er exact 30 maar dan moet u wel de Indonesische ambassade in België ook als Belgische onderneming beschouwen. Toch een behoorlijk aantal, al verzinkt het in het niets tegenover de Duitse delegatie, die bestaat uit maar liefst 1.880 standhouders. De Duitse dominantie viel nog het meeste op in Hal 4, waar zowat de helft van de ruimte werd ingenomen door slechts 2 Duitse bedrijven: SAP en Software AG. Hun gigantische stands stonden niet alleen broederlijk naast elkaar, ze verkondigden ook een vergelijkbare boodschap: operationele processen en inzicht in de bedrijfsgegevens moeten hand in hand gaan. Bij SAP neemt deze boodschap de vorm van Hana aan, een in-memory databasetechnologie waarmee gigantische hoeveelheden 'in real time' kunnen geanalyseerd worden op zoek naar inzichten die helpen om de juiste beslissing te nemen in een specifieke fase van het bedrijfsproces. Bij Software AG steekt Terracotta In-Genius de kop op, een in-memory big data platform, dat naar eigen zeggen perfect integreert met de business process platforms en zo moet zorgen voor 'actionable intelligence', meteen inzetbaar inzicht dus. Veel media-aandacht ging naar het concept 'shareconomy', waaronder een aantal bedrijven zich groepeerden om hun producten of diensten te verkopen. Het 'sharen' ging verder dan het delen van rekenkracht of opslagruimte in de cloud. Zo toonde menig standhouder een oplossing voor het opslaan en delen van zonne-energie. Maar ook het concept 'car sharing', om uw weinig gebruikte auto met anderen te delen, werd veelvuldig aangeprezen. Bij het Berlijnse bedrijf carzapp, bijvoorbeeld, werd een concept uitgedacht waarmee uw smartphone via een app dienst kan doen als autosleutel om zulke gedeelde auto eenvoudig te openen en aan het rijden te krijgen. Met de vele aandacht voor Google Glass en de geruchten rond de iWatch twijfelen weinigen er nog aan: ook onze kleding zal steeds meer digitaal en interactief worden. Cebit 2013 speelde hierop in door een apart programma aan te bieden onder de naam 'wearable technologies'. Deze varieerden van medische toepassingen zoals sportriemen met hartslagsensors tot veiligheidshelmen die bij een zware impact (ongeluk, lawine,...) de locatie van de helmdrager doorgeven. Onder deze mysterieuze naam liep een wedstrijd voor jonge ondernemingen die hun energiebesparende oplossingen voor een duurzamere wereld konden tentoonstellen in hal 16, in een speciaal hiervoor ontworpen ecologisch ogend decor. Eén van de winnaars was het Nederlandse bedrijf Greenclouds, dat een platform ontwikkelde waarmee ongebruikte rekenkracht van server rooms of van datacenters kan worden beschikbaar gesteld aan andere bedrijven. Zo kunt u zelf een soort van ad hoc cloud worden en de eigen servers beter benutten, met een relatief lagere CO2-uitstoot tot gevolg. Een andere winnaar, in de categorie 'startups', combineert technologie met een business model. Met hun draagbare zonnemodule kunt u zelf de energie opladen voor uw smartphone of tablet. En deze module registreert tegelijk hoeveel CO2 hiermee werd uitgespaard. Deze gegevens worden naar een online gemeenschap doorgestuurd, waar men bonuspunten kan verdienen voor elke niet-uitgestoten gram CO2. Deze bonuspunten kunnen nadien worden ingeruild voor duurzame producten of diensten. Cebit is wellicht nooit de hipste technologiebeurs geweest, en de aantrekkingskracht op bezoekers en exposanten blijft lichtjes dalen. Maar het blijft vooralsnog de grootste technologiebeurs ter wereld, en een aanrader voor technologiebedrijven en cio's. Om nieuwe ideeën op te doen, om je te vergapen aan technologische snufjes, maar ook - en misschien vooral - om gelijkgestemde zielen te ontdekken waarmee het misschien wel goed zakendoen is. Zelfs een gestage daling met enkele procenten kan hier vooralsnog niets aan veranderen.