Cenaero werd oorspronkelijk opgericht als onderzoekscentrum van het Waals gewest, gespecialiseerd in simulaties voor de luchtvaartwereld. In de loop der jaren is het zich meer en meer gaan toespitsen op de industrie, om een beter evenwicht te vinden tussen publieke fondsen (Waals Gewest en structurele Europese fondsen, waaronder Feder) en privébijdragen. De autofinanciering is nu goed voor de helft van de inkomsten, een eis van het gewest.
...

Cenaero werd oorspronkelijk opgericht als onderzoekscentrum van het Waals gewest, gespecialiseerd in simulaties voor de luchtvaartwereld. In de loop der jaren is het zich meer en meer gaan toespitsen op de industrie, om een beter evenwicht te vinden tussen publieke fondsen (Waals Gewest en structurele Europese fondsen, waaronder Feder) en privébijdragen. De autofinanciering is nu goed voor de helft van de inkomsten, een eis van het gewest. Cenaero heeft zich doorheen de jaren toegelegd op simulaties in vier domeinen: virtuele fabricage voor sectoren zoals laswerk, machinale bewerking en thermische behandeling; modellering op verschillende schalen van materialen en structuren (met onderzoek en ontwerp van samengestelde componenten voor structuren en hun optimalisering); aerodynamica (akoestisch, thermisch, elastisch, ...), zowel op het niveau van de externe als de interne uitstroom; en multidisciplinaire optimalisering, gecombineerd met CAD-tools. "Cenaero is dus een Belgisch onderzoekscentrum en oefent tegelijk gespecialiseerde commerciële activiteiten uit", aldus Vincent Marchal, tot eind december industry contract manager, en sinds begin dit jaar deputy managing director bij Skywin Wallonie, de 'pôle de compétitivité' voor ruimtevaart van het Waals Gewest. Intellectuele prestaties zijn de voornaamste activiteit van de business. (Een grote meerderheid van de 50 medewerkers zijn burgerlijk ingenieur of dokter, uit alle windstreken in binnen- en buitenland.) "Onze opdracht bestaat erin de schakel tussen de academische wereld en de industrie te zijn om de overdracht van knowhow naar de privésector te versnellen." Voor zijn grote behoefte aan rekenkracht heeft Cenaero een forse parallelle infrastructuur (High Performance Computing) uitgebouwd. Die steunde aanvankelijk op een SGI-machine met 28 32-bit-processoren, werd in 2004 uitgebreid naar een ClusterVision-systeem met 170 Xeon-processoren, en in 2006 naar 500 AMD Opteron 64-bit-oplossingen. Sinds dit jaar heeft Cenaero quadcore processoren geïnstalleerd. Zo bezit het nu 2.000 verwerkingskernen en een piekvermogen van 17,3 Tflops. Wat de architectuur voor de verbindingen tussen de nodes betreft, werd Myrinet opgegeven ten voordele van de Infiniband-norm, die universeler is. "Onze infrastructuur is dus nogal heterogeen", zegt Serge Bogaert, group leader IT. Hij legt uit dat het oorspronkelijke cluster met 170 Xeons ondertussen werd vervangen door quadcores. Dat Cenaero niet meer in de recentste Top 500 van supercomputers voorkwam, heeft alles te maken met de uitbreidingen van het systeem. Die werden niet in aanmerking genomen en het bedrijf zette zijn systeem liever niet stop om de nodige benchmarks uit te voeren. "We maximaliseren liever de berekeningstijd voor onze industriële klanten." Als onderzoekscentrum is Cenaero aangesloten op het glasvezelnetwerk van Belnet, het nationale netwerk voor onderzoek. Cenaero richt zich momenteel vooral op grote industriële groepen zoals Techspace Aero, Sonaca, Snecma, Renault, Airbus, Caterpillar, Alstom Transport, ArcelorMittal, en op centra zoals het CNES (nationaal centrum voor ruimteonderzoek) of de DCNS (directie voor scheepsbouw) in Frankrijk. Het wil zich nu ook meer openstellen voor kleinere industriële ondernemingen in de regio. "We gaan hun geen computing on demand aanbieden, wel partnerships creëren en kmo's bijstaan bij projecten." "Neem nu het voorbeeld van een kmo die een machine gebruikt met 16 processoren en dus halftijds een informaticus in dienst moet nemen voor het beheer van de infrastructuur. Zo'n bedrijf zou van onze infrastructuur kunnen gebruikmaken om zijn berekeningen bij ons uit te voeren", aldus nog Vincent Marchal. Sommige ondernemingen zouden dankzij deze rekenkracht ook nieuwe applicatiegebieden kunnen ontdekken. "Ze moeten daarvoor wel een minimum omvang hebben", benadrukt hij. Cenaero wil ook zijn rol van onderzoekscentrum met industriële roeping niet verwaarlozen. "Als een activiteit te commercieel wordt, kunnen we altijd een spin-off creëren. Dat is zelfs aanbevolen en wenselijk." Voor 2009 mikt Cenaero op een groei van 20 procent voor zijn commerciële activiteiten. En om een gezond evenwicht te bewaren zal de vzw nieuwe overheidsfinanciering moeten zoeken, met name op Europees niveau. Om die groeiplannen te ondersteunen, zou Cenaero eind 2009 of begin 2010 zijn supercomputer graag vervangen door een infrastructuur "waarmee we nog sterker in de middenmoot van de Top 500 zouden moeten staan. Daarvoor willen we een gloednieuwe infrastructuur bouwen in een gloednieuwe ruimte", zegt Serge Bogaerts, die zegt dat alle opties voorlopig open blijven (multicores, maar ook Blue Gene, Road Runner, Cell, enz.). "De ver doorgedreven scalability zal een doorslaggevend criterium zijn, maar ook het energieverbruik", aldus nog Bogaerts. Marc Husquinet