We komen tegenwoordig nog maar twee soorten nas-appliances tegen. Ofwel zijn ze gebaseerd op Windows Storage Server, ofwel draaien ze onder Linux. Uit onze testen blijkt, dat het vanuit het standpunt van de gebruiker helemaal niets uitmaakt welk soort nas u kiest: beide soorten werken perfect vanaf een Windows- of een Linux-client. Er zijn nochtans wel een paar voor- en nadelen. Een Windows-gebaseerde nas vereist een krachtigere computer en zal dus een snellere processor en meer geheugen nodig hebben dan een nas op basis van Linux. Het grootste voordeel van de Windows-gebaseerde nas heeft te maken met vertrouwdheid. U kunt vanuit de beheerinterface zowat alles configureren wat u op een Windows Server aantreft. Bovendien kunt u een Windows nas probleemloos integreren in een Windows-domein en uiteraard ook in Active Directory. Dat is gewoonlijk ook wel mogelijk met een Linux-systeem, maar daar kunnen bepaalde beperkingen aan verbonden zijn.
...

We komen tegenwoordig nog maar twee soorten nas-appliances tegen. Ofwel zijn ze gebaseerd op Windows Storage Server, ofwel draaien ze onder Linux. Uit onze testen blijkt, dat het vanuit het standpunt van de gebruiker helemaal niets uitmaakt welk soort nas u kiest: beide soorten werken perfect vanaf een Windows- of een Linux-client. Er zijn nochtans wel een paar voor- en nadelen. Een Windows-gebaseerde nas vereist een krachtigere computer en zal dus een snellere processor en meer geheugen nodig hebben dan een nas op basis van Linux. Het grootste voordeel van de Windows-gebaseerde nas heeft te maken met vertrouwdheid. U kunt vanuit de beheerinterface zowat alles configureren wat u op een Windows Server aantreft. Bovendien kunt u een Windows nas probleemloos integreren in een Windows-domein en uiteraard ook in Active Directory. Dat is gewoonlijk ook wel mogelijk met een Linux-systeem, maar daar kunnen bepaalde beperkingen aan verbonden zijn. We deden een beroep op de Intel Nas Performance Test. Die voert twaalf applicatiegerichte benchmarks uit en meet effectief hoe snel veelgebruikte netwerkapplicaties kunnen werken met de nas. We hebben op de benchmarkresultaten voor elke applicatie een weging toegepast. De applicaties die van belang zijn voor een bedrijf tellen meer mee in het eindresultaat dan dingen die voor een bedrijf niet zo belangrijk zijn (zie tabel voor details). De te testen nas hebben we geconfigureerd onder het door de leverancier geleverde besturingssysteem en volgens zijn aanbevelingen. In deze test werd elke nas door ons voorzien van vijf Samsung EcoGreen F2 HD103SI van elk 1 TB. Die hebben we in raid-5 geconfigureerd. De Intel benchmark werd vijfmaal in een 'batch run' uitgevoerd. Dit vergt heel wat tijd, maar het levert wel betrouwbare resultaten op. De in de tabel opgetekende resultaten zijn het gemiddelde van de vijf benchmarkuitvoeringen. Voor deze test kregen we producten toegestuurd van LaCie, Netgear, Synology en Thecus. We hebben elke nas beoordeeld op geboden functionaliteit en benchmarkprestaties om tot een eindconclusie te komen. LaCie 5big Storage Server is een compacte desktop-nas in een kubusvormig aluminiumkleurig chassis met een opvallende blauwverlichte ronde knop op de voorkant waarmee u het apparaat in- en uitschakelt. Een ander opvallend kenmerk is dat LaCie als enige producent in deze test geen versie van Linux gebruikt voor zijn nas, maar Microsoft Windows Storage Server. Dat vereenvoudigt zeker de integratie van deze nas in Windows-netwerken. Windows Storage Server is Microsofts versie van Windows Server die speciaal bedoeld is als besturingssysteem voor nas'en. LaCie 5big Storage Server gebruikt Windows Storage Server 2008 als besturingssysteem. (Ondertussen is er ook een R2 versie van WSS 2008.) Deze desktop-nas is verkrijgbaar in drie capaciteiten: 1 TB, 5 TB en 10 TB. Wij hebben de 5 TB versie getest. Naast de nas en de voeding bevat de doos nog een netwerkkabel, een Engelstalige Quick Start Guide en twee dvd's, eentje met de Quick Start Guide in elektronische vorm (maar ook weer alleen in het Engels, al staat er dan 'multilingual' op de dvd) en de andere met een herstelversie voor Windows Storage Server 2008 waarmee u de nas terug in de fabrieksinstelling kunt zetten. De 5big Storage Server heeft sleuven voor vijf schijven op de achterkant, samen met alle aansluitingen: 1 x vga, 3 x usb 2.0, 2 x ethernet en 1 x esata. Intern gebruikt deze nas een 64-bit Intel Atom processor, draaiend aan 1,6 GHz en voorzien van 2 GB ram. Deze nas doet zijn werk fluisterstil en kan dus gewoon ergens op een bureau gezet worden. De LaCie 5big Storage bevat vijf harde schijven van elk 1 TB. Het gaat om Samsung HD103SI sata-schijven die we ook voor de andere toestellen in deze test gebruikt hebben om alle nas'en met dezelfde schijven te kunnen benchmarken. U kunt overigens geen 'vreemde' schijven in deze nas steken. Als u een schijf moet vervangen dan bent u verplicht een nieuwe te kopen bij LaCie, want alleen die zullen werken. Standaard zijn de schijven geconfigureerd in raid5, maar raid 0, 1 en Spanned Disks zijn ook mogelijk. In raid5 hou je 3,5 TB nuttige opslagruimte over en mag één schijf kapot gaan zonder dat u uw gegevens verliest. Het gaat om overigens om softwarematige volledig door Windows beheerde raid. U roept de admininterface op via Remote Desktop Connection (rdc) (Verbinding met extern bureaublad) van Windows. Onder Windows 7 vindt u dit terug in Start, Bureau-accessoires. De handleiding geeft hier verder weinig informatie over; voor beginners die nog nooit met een extern bureaublad gewerkt hebben kan dit verwarrend overkomen. U kunt echter ook een scherm, usb-toetsenbord en usb-muis aansluiten op de 5big, want eigenlijk is het zelf ook een Windows-computer. De eerste keer dat u de admininterface via rdc opent, krijgt u een beveiligingswaarschuwing dat Windows het certificaat niet herkent. Vink gewoon de optie aan dat rdc die vraag in de toekomst niet meer moet stellen voor deze verbinding en klik op 'Ja' om verder te gaan. Nu komt u eindelijk in het configuratie- en beheerscherm van de nas terecht. De eerste keer doorloopt u een eenvoudige wizard die u vraagt om de taal, de tijdzone etc. in te stellen. De interface is echter niet beschikbaar in het Nederlands. U moet het dus allemaal configureren in het Engels, Duits, Frans of Spaans. Niet echt gebruiksvriendelijk. Eigenlijk krijgt u een echte Windows-desktop te zien en zijn de configuratie- en beheerprogramma's gewone Windows-programma's. Als u gewend bent met Windows Server te werken dan werkt dit allemaal vrij vanzelfsprekend. De functies zijn die van Windows Storage Server 2008. Eén van de voordelen is de eenvoudige integratie van deze nas in Active Directory-domeinen. Verder is er ondersteuning voor iscsi-targets, Distributed File System (dfs-n en dfs-r), SharePoint-services en vss (Volume Shadow Copy Service). De benodigde software om een Windows Server 2008 in het netwerk te back-uppen en te restoren is standaard aanwezig. Maar deze nas werkt ook met Apple Time Machine back-up. Verder kunt u de inhoud van de schijven encrypteren met BitLocker en kunt u een geavanceerde zoekmachine de inhoud van de schijven laten indexeren. Deze LaCie-nas presteert het slechtst bij het schrijven van nieuwe inhoud. Lezen doet ze meer dan dubbel zo snel. Onze benchmark mat een gemiddelde werksnelheid van 53,2 MB/s. De LaCie 5big Storage Server nas presteert niet onaardig en is eenvoudig te integreren in een Windows-netwerk. Maar u betaalt wel extra voor het mooie design en voor de dure Windows-software. En het valt op, dat de meeste Linux nas'en betere prestaties neerzetten met veel minder performante hardware. De Amerikaanse netwerkfabrikant Netgear leverde ons een zwarte nas met zes schijfbaaien in het formaat van een microtoren-pc. Een groot stuk van de voorkant wordt in beslag genomen door een klep die we kunnen openen. Daarachter zitten dan de zes schijfbaaien en een schijf kan dus ook vanaf de voorkant vervangen worden. Bovenaan aan de voorkant vinden we statuslampjes, een aan- en uitknop, een usb-aansluiting en een back-upknop. Die laatste dient om vlug een back-up te maken van de nas op een aangesloten usb-volume. Helemaal bovenaan is er een groot blauw lcd-scherm met statusinformatie. Achteraan vinden we nog twee usb- en twee netwerkaansluitingen. Met zes schijfbaaien kunt u alle mogelijke raid-configuraties aan. Opvallend is dat Netgear een eigen raid-systeem ontwikkeld heeft: X-raid. X-raid 2 is voor minstens twee schijven met zowel prestatieverbetering als redundantie. Zo'n configuratie kan dan volautomatisch uitgebreid worden door de nas uit te zetten, de extra schijven toe te voegen en de nas terug aan te zetten. Het Readynas-besturingssysteem zal dan de X-raid configuratie volautomatisch uitbreiden met de toegevoegde extra schijven terwijl u de nas volwaardig kunt gebruiken. Als hij klaar is met de uitbreiding, hebt u niet alleen meer capaciteit maar ook de meervoudige werksnelheid van één schijf. Ook om de geïnstalleerde schijven door grotere te vervangen kunt u deze werkwijze volgen. Inzake netwerkfunctionaliteit biedt Readynas alle mogelijke netwerkdiensten voor zowel Unix/Linux-, Windows- als Mac-gebruikers. Vrijwel alles wat u maar zou kunnen wensen zit er in, ook een mediaserver en iTunes-server. Alleen voor bewakingscamera's heeft hij niets specifieks aan boord. Net zoals bij de andere nas'en gebeurt de eerste configuratie via een netwerkdetectiehulpmiddel dat alleen voor Windows gemaakt werd en grappig genoeg raidar heet. Nodig heeft u raidar niet, vermits het lcd-scherm van de nas ook het geconfigureerde ip-adres laat zien waar u naar toe moet surfen voor het beheer. Het hele beheer ten gronde gaat dus via de ingebouwde Readynas webinterface. Die biedt een wizardinterface of een geavanceerde beheerinterface. De eerste is een vorige/volgende-dialoog en de tweede is een menugestuurd beheer. Daarbij krijgt u de menurubrieken netwerk, beveiliging, diensten, volumes, shares (netwerkdelingen), back-up, printers, systeem en status. Het geconfigureerde X-raid volume noemt Netgear overigens 'Volume C', duidelijk een knipoog naar Windows-gebruikers hoewel Windows-novices een verwijzing naar drive C: eerder verwarrend kunnen vinden. Het beheer is gebruiksvriendelijk genoeg, al vinden we de wizardinterface erg beperkend, zodat je toch al gauw moet overschakelen naar de geavanceerde interface. Softwarematige raid-systemen schrijven meestal de helft trager dan dat ze lezen. Deze Readynas is daar geen uitzondering op. Deze nas is net als de andere een stuk sneller tijdens het lezen van bestanden. Wij maten 62,5 MB/s als gemiddelde werksnelheid tijdens de benchmark. Dat zijn in deze test topprestaties. Deze Netgear Readynas Ultra 6 is een indrukwekkende zesbaaien-nas qua functionaliteit en qua prestaties. En de prijs valt nog mee ook. De Taiwanese fabrikant Synology maakt alleen nas'en. De DS1511+ is zowat het grootste kmo-tafelmodel. Deze nas heeft vijf schijfbaaien en is uitbreidbaar met behulp van een esata-aansluiting met één extra schijf of via een of twee uitbreidingsbaaien (genaamd DX510) tot nog eens vijf per uitbreidingsbaai en dus in totaal vijftien schijfbaaien. De DS1511+ is een vrij grote zwarte kast. Aan de voorkant zijn statuslampjes te zien plus de vijf schijfbaaien. Achteraan treffen we twee netwerkaansluitingen aan, een esata- en vier usb-aansluitingen, plus een afgedekte vga-aansluiting die u normaal niet zult gebruiken. Vanaf drie schijven is raid-5 nodig en Synology ondersteunt alle mogelijke raid-varianten. Synology ondersteunt de uitbreiding van raid-volumes met grotere of nieuwe schijven, maar slechts met één schijf tegelijk en niet automatisch: u moet via het webbeheer de opdracht geven de grotere of nieuwe schijf in het systeem op te nemen en pas als dat volledig gebeurd is, kunt u een tweede grotere of nieuwe schijf laten opnemen. Het probleem is dat dit schijf per schijf herhaald moet worden. De firmware heet overigens Disk Station Manager of kortweg DSM 3 en deze firmware geldt voor zowat alle modellen van Synology. Standaard stelt de installatieprocedure voor, om zelf alle schijven op de veiligste en performantste manier in te delen. Synology noemt dat de Synology Hybride raid-configuratie. Zelf zagen we niet zo heel veel verschil met raid-5, maar we hebben Synology zijn zin gegeven en hem alles zelf laten aanmaken omdat de meeste gebruikers daar met grote waarschijnlijkheid ook voor zullen kiezen. Qua netwerkdiensten zit er al het mogelijke in voor zowel Windows- als Unix/Linux- als Mac-computers. Synology kiest ervoor om zijn DiskStation nas'en zonder geïnstalleerde firmware af te leveren. Bijgevolg moet er eerst een initialisatie plaatsvinden voordat u kunt beginnen met de beginafregeling. Daartoe heeft Synology de Synology Assisant software geschreven: die doet de volledige initialisatie en installatie, beginafregeling, broncontrole en u kunt er ook foto's mee uploaden om de nas als fotoalbum te gebruiken. De installatiewizard begint al met een idioot probleem dat al versies lang bestaat en nooit door Synology opgelost werd. Ook niet met deze nieuwste versie 3. De wizard begint namelijk met een 'open bestand'-dialoogvenster en vraagt u naar de juiste firmware. Welke niet-expert weet hier wat hij moet invullen? De snelle-installatiegids in de pdf-handleiding rept hier trouwens met geen woord over. Gewoon op de bladerknop klikken presenteert een lijst van firmwarebestanden op de meegeleverde cd-rom. Daaruit moet u de juiste firmware voor uw DiskStation-model kiezen en daarin mag u zich beslist niet vergissen. Gelukkig maakt ''ds1511+' deel uit van de bestandsnaam, zodat we tenminste de juiste firmware voor het juiste model kunnen laden. Die firmware wordt dan in de DiskStation geïnstalleerd. Daarna begint de Synology Assistant volautomatisch met de installatieprocedure. Het webbeheer is een van de meest uitgebreide die we tot dusver onder ogen gekregen hebben. Prachtig uitgevoerd met een sterk pictografische aanpak en niet teveel ineens zodat het allemaal erg gebruiksvriendelijk blijft. Net als de meeste andere nas'en is de DS1511+ sneller met lezen dan met schrijven. Dat vertaalt zich in de zwakste prestaties voor de pure schrijftesten: aanmaken van inhoud, kantoorproductiviteit, bestanden en mappen kopiëren naar de nas toe. Wij maten een gemiddelde werksnelheid van 60,5 MB/s tijdens de benchmark. Synology heeft een paar hinderlijke storingen in de Assistant zitten die de initialisatie en installatie verzorgt. De webinterface is wel schitterend. Qua prestaties en functionaliteit stelt deze DS1511+ ons zeker niet teleur, maar er blijken nog betere keuzes te zijn in deze test. Ook Thecus is van Taiwanese origine. De N7700PRO is bedoeld voor wat grotere kmo-omgevingen. Het gaat om een vrij fraai vormgegeven nas ter grootte van een minitoren-pc: dit is de fysiek omvangrijkste nas in deze test. Er kunnen dan ook maar liefst zeven schijven in. Daar stopt het niet: via esata en usb kunt u nog meer schijven toevoegen. Zelfs het aan elkaar koppelen van meerdere N7700PRO toestellen tot een nas-stapel is mogelijk. Thecus rept met geen woord over het onderliggende besturingssysteem van zijn nas, maar omdat ZFS als bestandssysteem kan worden gebruikt, veronderstellen wij dat het ofwel om een BSD Unix zoals FreeBSD gaat, ofwel om OpenSolaris. Qua hardware is Thecus in elk geval niet pinnig geweest. Er zit een Core2 Duo 64-bit processor in met maar liefst 4 GiB ram. Achteraan treffen we twee usb- en één esata-aansluiting, twee gigabit-netwerkaansluitingen en een seriële aansluiting voor een ups. Vooraan vinden we een grote klep met daarachter de horizontaal gemonteerde zeven schijfbaaien. Daaronder bevindt zich een tweeregelig lcd-scherm met witte letters en blauwe achtergrond met statusinformatie die voortdurend afgewisseld wordt, plus vier knoppen voor manuele systeeminstellingen. Links van de schijven vinden we een reeks statuslichtjes en daaronder nog eens twee usb-aansluitingen, wat het totaal dus op vier brengt. Onder de usb-aansluitingen vinden we de aan- en slaapknop. Een hoofdschakelaar zit achteraan bij de stroomaansluiting. Thecus ondersteunt alle gebruikelijke netwerkfunctionaliteit. De harde schijven kunnen in standaard raid ingedeeld worden tot en met raid-6. Dat laatste is trouwens wat standaard gekozen wordt vanaf vier schijven. Opvallend is de aanwezigheid van een pci-express sleuf voor een 10 gigabit-netwerkkaart. Vooraleer er zo eentje te plaatsen, moet u wel eerst kijken op de website van Thecus welke er precies ondersteund worden. Dat zijn er namelijk maar een enkele. Er is ondersteuning voor snapshots van het bestandssysteem, maar alleen als u zfs gekozen hebt. Die snapshotfunctionaliteit zorgt ook voor het versiebeheer en de Back-In-Time-voorziening die de nas biedt. Thecus biedt online raid migratie en uitbreiding, maar daarover hebben we verderop nog een opmerking. Bij de initiële ingebruikname biedt Thecus een Windows 'Setup Wizard' die de nas in het netwerk kan vinden, zelfs met een ip-adres dat niet overeenkomt met uw netwerk. Wel even opletten, want die setup-wizard biedt de mogelijkheid het netwerk opnieuw in te stellen en een van de keuzes is daar een ip-adres via dhcp. Dat kiest u best niet, want dan gaat het fout. Er zit namelijk een joekel van een bug in deze nas waardoor de dhcp-client kennelijk niet werkt. Als u dhcp koos, gaat de setup-wizard in de mist en eindigt het verhaal met een netwerkaansluiting zonder ip-adres die ook de setupwizard niet meer kan bereiken in het netwerk. De setupwizard wil trouwens ook uw harde schijven in een raid-array opnemen en kiest daarvoor raid-6. Er is geen mogelijkheid om van die keuze af te wijken. Omdat wij de setupwizard moesten verlaten vanwege de faliekante keuze voor dhcp, konden we via de webinterface manueel een raid-configuratie opgeven en daar was wel de keuze voor raid-5 mogelijk en die hebben we dan gekozen. Onze reden daarvoor is, dat raid-6 weliswaar veiliger is, maar de prestaties zeer sterk omlaag haalt. Wij geven daarom de voorkeur aan raid-5 totdat er wat meer werk is verricht aan raid-6 om het performanter te maken. Bij de aanvang van de raid-aanmaak deelde de webinterface ons laconiek mee, dat alle diensten gestaakt zouden worden totdat het raid-array compleet was. Dat vinden we onaanvaardbaar. Zo'n raid-array aanmaken kan ten slotte vele uren duren. En het roept ook vragen op in verband met de migratie en uitbreiding van raid-volumes. Als de aanmaak al zorgt voor het staken van alle netwerkdiensten, dan vermoeden we dat ook voor wijzigingen van de raid-configuratie. En dat zou de nas langdurig onbereikbaar maken in het bedrijfsnetwerk. De webinterface voor het beheer van de nas zit erg logisch in elkaar met links een menu met rubrieken en rechts daarvan de configuratiedetails. De rubrieken zijn: Systeeminformatie, Systeembeheer, Systeemnetwerk, Opslag, Gebruikers- en Groepauthenticatie, Netwerkdiensten, Applicatieservers, Backup en Externe toestellen. De meeste van deze rubrieken klappen uit in onderrubrieken. Het systeem waarschuwt met een pop-up in de webinterface zodra er een probleem is, maar laat vaak niet toe bij de foutmelding door te klikken naar de juiste rubriek of onderrubriek om de foutieve instelling te veranderen. Net als bij de rest (maar dat is eigen aan het raid-systeem) is schrijven behoorlijk wat trager dan lezen. Maar Thecus zet hier wel de hoogste benchmarkprestaties neer van alle toestellen in deze test. De gemiddelde gemeten werksnelheid is 63 MB/s. De Thecus N7700PRO is onze toppresteerder. Hij lijkt een tikje te duur, maar daarvoor heeft hij wel zeven schijfbaaien en is dus nog fors uitbreidbaar. Er zitten wel nog wat oneffenheden in de firmware. Het lijdt geen enkele twijfel dat een Windows-gebaseerde nas niet kan opboksen tegen de producten op basis van Linux. Niet qua prestaties en zeker niet qua kosten. Thecus met zijn N7700PRO levert de beste prestaties tegen een erg interessante prijs, maar we hebben wel nog wat vragen bij de firmware. Met slechts één puntje verschil is de Netgear Readynas Ultra 6 daarom onze beste koop.Johan Zwiekhorst