Bedrijven mogen dan wel met massale thuiswerkers te maken krijgen; de impact van covid-19 op een instelling als een universiteit is ook niet te onderschatten. De KU Leuven is door drie organisationele fases gegaan dit jaar, zo bleek tijdens de presentatie voor de jury.

Voor half maart was de KU Leuven nog een traditionele campusuniversiteit, waar studenten de meeste lessen op de campus volgen, ondersteund door digitale tools. Verschillende concepten voor blended learning werden weliswaar al uitgeprobeerd. Hoogleraren implementeerden systemen als het 'omgekeerde klaslokaal' (docent geeft les van thuis uit, de studenten zitten wel in de aula, nvdr.), hybride leren, of online leren, maar altijd binnen het concept van een campusuniversiteit en bijna altijd gecombineerd met andere onderwijsmethoden.

In maart werd de KU Leuven op amper een weekend omgevormd tot een online universiteit. Vrijwel alle leeractiviteiten zijn toen vervangen door een online alternatief. Bijvoorbeeld het maken van (les)video's die werden uitgezonden via een streamingplatform, of het geven van online cursussen via de gekende conferencing tools. De leerplatformen werden intensief gebruikt voor assessments en opdrachten. Sommige activiteiten zoals praktijksessies of workshops werden opgeschort bij gebrek aan een online alternatief. Examens werden dan weer wel op de campus afgenomen - op een veilige manier uiteraard - of toch vervangen door online alternatieven wanneer er geen vrees voor fraude kon zijn.

Meer dan leerstof

Maar ondanks het feit dat dit in principe allemaal wel werkt, is het wel duidelijk dat een universiteit meer is voor studenten dan leerstof en leeractiviteiten. Live-interactie, interessante debatten, co-working en co-creatie zijn nodig als voeding voor innovatief onderzoek. Daarom besliste de KU Leuven om academiejaar 20-21 te starten als een hybride universiteit. Dat betekent dat studenten welkom zijn op de campus als dat mogelijk is, maar ook online kunnen deelnemen.

Live publiek en online publiek samen

De situatie waarin een leraar zowel voor een live als voor een online publiek op afstand moet lesgeven, brengt verschillende uitdagingen. De complexiteit neemt toe voor de docenten en assistenten, maar ook de hard- en software wordt ingewikkelder. Een hybride situatie is in alle aspecten complexer dan een situatie waarin alles online gebeurt. Op acht weken moest over alle teams heen bekeken worden wat er precies mogelijk en haalbaar was. Elke afdeling (designteam, hardware, room automation team, systeemingenieurs, softwareontwikkeling, edtech, support e.d.) kwam met een gefaseerd plan van aanpak.

Om te beginnen was er de uitbreiding van de video-opnameinfrastructuur en het invoeren van de 'blue cable'-oplossing: een usb video bridge in 54 lokalen die de audio- en videosignalen herleidt tot één usb-stekker. Verder werd het livestream-platform - dat al in een Proof of Concept bestond - in 6 weken tijd opgeschaald en geautomatiseerd om 5.000 tot 10.000 gelijktijdige kijkers te bedienen. Nog een belangrijk aspect was de ontwikkeling van een aangepaste 'enroll-tool' met zo min mogelijk administratieve overhead. Die moet studenten flexibel in groepen verdelen volgens de geldende coronaregels van dat moment: de tool bepaalt ook welke student waar precies verwacht wordt en wie op afstand moet volgen. En last but not least werd ook werk gemaakt van broodnodige documentatie en ondersteuning voor de docenten.

Bedrijven mogen dan wel met massale thuiswerkers te maken krijgen; de impact van covid-19 op een instelling als een universiteit is ook niet te onderschatten. De KU Leuven is door drie organisationele fases gegaan dit jaar, zo bleek tijdens de presentatie voor de jury. Voor half maart was de KU Leuven nog een traditionele campusuniversiteit, waar studenten de meeste lessen op de campus volgen, ondersteund door digitale tools. Verschillende concepten voor blended learning werden weliswaar al uitgeprobeerd. Hoogleraren implementeerden systemen als het 'omgekeerde klaslokaal' (docent geeft les van thuis uit, de studenten zitten wel in de aula, nvdr.), hybride leren, of online leren, maar altijd binnen het concept van een campusuniversiteit en bijna altijd gecombineerd met andere onderwijsmethoden. In maart werd de KU Leuven op amper een weekend omgevormd tot een online universiteit. Vrijwel alle leeractiviteiten zijn toen vervangen door een online alternatief. Bijvoorbeeld het maken van (les)video's die werden uitgezonden via een streamingplatform, of het geven van online cursussen via de gekende conferencing tools. De leerplatformen werden intensief gebruikt voor assessments en opdrachten. Sommige activiteiten zoals praktijksessies of workshops werden opgeschort bij gebrek aan een online alternatief. Examens werden dan weer wel op de campus afgenomen - op een veilige manier uiteraard - of toch vervangen door online alternatieven wanneer er geen vrees voor fraude kon zijn. Maar ondanks het feit dat dit in principe allemaal wel werkt, is het wel duidelijk dat een universiteit meer is voor studenten dan leerstof en leeractiviteiten. Live-interactie, interessante debatten, co-working en co-creatie zijn nodig als voeding voor innovatief onderzoek. Daarom besliste de KU Leuven om academiejaar 20-21 te starten als een hybride universiteit. Dat betekent dat studenten welkom zijn op de campus als dat mogelijk is, maar ook online kunnen deelnemen. De situatie waarin een leraar zowel voor een live als voor een online publiek op afstand moet lesgeven, brengt verschillende uitdagingen. De complexiteit neemt toe voor de docenten en assistenten, maar ook de hard- en software wordt ingewikkelder. Een hybride situatie is in alle aspecten complexer dan een situatie waarin alles online gebeurt. Op acht weken moest over alle teams heen bekeken worden wat er precies mogelijk en haalbaar was. Elke afdeling (designteam, hardware, room automation team, systeemingenieurs, softwareontwikkeling, edtech, support e.d.) kwam met een gefaseerd plan van aanpak. Om te beginnen was er de uitbreiding van de video-opnameinfrastructuur en het invoeren van de 'blue cable'-oplossing: een usb video bridge in 54 lokalen die de audio- en videosignalen herleidt tot één usb-stekker. Verder werd het livestream-platform - dat al in een Proof of Concept bestond - in 6 weken tijd opgeschaald en geautomatiseerd om 5.000 tot 10.000 gelijktijdige kijkers te bedienen. Nog een belangrijk aspect was de ontwikkeling van een aangepaste 'enroll-tool' met zo min mogelijk administratieve overhead. Die moet studenten flexibel in groepen verdelen volgens de geldende coronaregels van dat moment: de tool bepaalt ook welke student waar precies verwacht wordt en wie op afstand moet volgen. En last but not least werd ook werk gemaakt van broodnodige documentatie en ondersteuning voor de docenten.