In zijn nieuwe boek 'The Big Switch' vergelijkt it-schrijver Nicolas Carr (1) de opkomst van 'online computing' met de groei van de elektriciteitsmarkt aan het einde van de 19de eeuw. Fabrieken voorzagen traditioneel zelf in hun energievoorziening, tot ze plots konden overschakelen op het elektriciteitsnet van de krachtcentrale in de buurt. Dankzij de goedkope energie die zo werd binnengehaald, zagen tal van nieuwe businessmodellen het licht, en werd en passant ook de twintigste eeuw ingeluid.
...

In zijn nieuwe boek 'The Big Switch' vergelijkt it-schrijver Nicolas Carr (1) de opkomst van 'online computing' met de groei van de elektriciteitsmarkt aan het einde van de 19de eeuw. Fabrieken voorzagen traditioneel zelf in hun energievoorziening, tot ze plots konden overschakelen op het elektriciteitsnet van de krachtcentrale in de buurt. Dankzij de goedkope energie die zo werd binnengehaald, zagen tal van nieuwe businessmodellen het licht, en werd en passant ook de twintigste eeuw ingeluid. Vandaag gebeurt iets gelijkaardigs, maar dit keer halen de bedrijven geen elektriciteit uit de muur, maar software. Carr schat dat Google, dat over de hele wereld datacenters aan het bouwen is, een computerbewerking kan uitvoeren tegen één vijfde van de kostprijs van wat grote bedrijfsdatacenters halen. Reken maar uit het prijsvoordeel. Volgens marktonderzoeker Gartner zal tegen 2011 al 25 procent van de softwaremarkt ingevuld worden door SaaS-leveranciers. Goed een jaar geleden was dat nog maar 5 procent. IDC verwacht dan weer dat de SaaS-markt in 2009 goed zal zijn voor 10,7 miljard dollar. Intussen kondigen zowat alle traditionele softwarebedrijven online versies van hun pakketten aan. Zelfs diegenen waarvan vaak werd gedacht dat hun software niet geschikt zou zijn voor online gebruik. Denk maar aan Adobe, dat een maand geleden de webversie van Photoshop lanceerde. Er vallen twee businessmodellen te onderscheiden: aan de kant van de consument krijg je vooral een gratis aanbod ondersteund door een advertentiemodel. Aan de zakelijke kant is een abonnementsmodel gangbaar. De applicaties worden in de meeste gevallen centraal beheerd door de aanbieder, die de eindgebruiker toegang verleent via een browser of een smart cliënt applicatie. Hostingbedrijven zoals Combell zorgen voor het beheer en het onderhoud van de online infrastructuur. Grofweg zijn er een drietal soorten SaaS-aanbieders. Traditionele softwareleveranciers zoals Microsoft, belangrijke internetspelers die ook online applicaties hosten (Google) en gespecialiseerde aanbieders die zich louter toespitsen op SaaS (zoals Salesforce. com). "Voor de klassieke softwarebouwers verandert er natuurlijk heel wat", verduidelijkt Jonas Dhaenens van Combell. "Zij zien de grote licentiebedragen die ze vroeger binnenkregen, verdwijnen in ruil voor abonnementsgelden en onderhoudscontracten. Maar de softwarebouwer krijgt bij dat nieuwe businessmodel wel een stabiele inkomstenbron in de plaats, waardoor hij voortdurend kan blijven investeren." Dat de eindgebruiker steevast de laatste en nieuwste versie van een toepassing op zijn scherm krijgt, en dat je het gebruik van illegale software zo goed als uitsluit, is volgens Dhaenens fantastisch voor de hele industrie. "Bovendien kan je nog eens besparen op de supportkosten ook, omdat iedereen in principe op dezelfde software werkt." Essentieel bij SaaS is de kwaliteit van de internetverbinding. Trage verbindingen leiden immers al snel tot frustraties bij medewerkers. Knelt daar het schoentje niet? En bovendien, met het kopen van dure bandbreedte alleen los je dat probleem niet op. "Er zijn nog heel wat partijen actief die teveel data over en weer sturen", geeft Dhaenens toe. "Maar het is al perfect mogelijk om een applicatie te bouwen die asynchroon werkt, waarbij je dus in een omgeving werkt waarin de data niet continu in real time moet worden doorgeseind. Wanneer de internetconnectie een beetje trager is, of wanneer ze even uitvalt, kan er dus perfect verder worden gewerkt. Ik merk dat meer en meer SaaS-boeren in die richting aan het denken zijn." Een andere kritiek luidt dat SaaS nog niet in staat is om complexe bedrijfsprocessen te ondersteunen. Bedrijfskritieke applicaties genre erp worden nog niet aangeboden, leveranciers focussen zich vaak op een deel van het bedrijfsproces. Bovendien zou de integratie met de back office alles behalve vlot verlopen. "Als je software voorziet van voldoende API's waarop ook anderen hun toepassingen kunnen enten, heb je dat probleem niet", gaat Dhaenens verder. "Toegegeven, veel leveranciers stellen hun pakketten nog niet open voor iedereen. Maar een programma zoals Google Maps kan gemakkelijk geïntegreerd worden in de back office. Idem dito voor Sharepoint, een op internettechnologie gebaseerd platform dat werkt met XML-integraties, en via API's alle data kan koppelen aan de interne software van onverschillig welk bedrijf." "Voorts ga ik er van uit dat SaaS-oplossingen zich in de toekomst juist uitstekend gaan lenen tot bedrijfskritieke toepassingen. Want door gebruik te maken van multidatacenteroplossingen, waarbij de data gedeeld wordt op verschillende locaties buiten het bedrijf zelf, kan je locatieonafhankelijk gaan werken, waardoor je heel stabiele systemen krijgt die in feite nooit kunnen haperen." "Natuurlijk zullen er altijd uitzonderingen zijn", vult SaaS-specialist Stephane De Clercq van Econocom aan. Integrator Econocom is distributeur van SPLA-licenties, wat er op neerkomt dat het bedrijf het SaaS-aanbod van Microsoft verspreid via partners zoals Combell. "In de autosector heb je bijvoorbeeld grote productiebedrijven met erg ingewikkelde structuren. Dat een bedrijf zoals Ford zijn werkvloer niet zal willen runnen langs het internet, lijkt me logisch. Complexe bedrijfsspecifieke informaticastystemen zullen dus niet verdwijnen. Net zoals mainframes een blijver zijn. Met SaaS komt er gewoon een interessante optie bij." Om veiligheidsredenen je bedrijfsdata en je software binnenshuis willen houden, is volgens onze gesprekspartners alvast geen argument meer. "Je kan data die extern opgeslagen zit veel beter beschermen dan data die angstvallig binnen de muren gehouden wordt", klinkt het in koor. "In onze datacenters monitoren wij continu alle veiligheidsaspecten", zegt Dhaenens. "Welk bedrijf kan al brandblussers zetten naast al zijn servers? Een ander facet is dat alle bedrijven sowieso verbonden zijn met het internet. Ze hebben dan wel firewalls en andere beveiligingstools ter hunner beschikking, maar als die dingen niet dagelijks gecontroleerd worden, kunnen hackers ongestoord hun werk doen." Wat momenteel de trends zijn in het SaaS-wereldje, willen we nog weten. "Streaming, waarbij een applicatie van op een centrale server doorgeseind wordt naar de pc van de eindgebruiker zonder tussenkomst van een browser, is een hot topic", aldus De Clercq, "Microsoft heeft tot nu toe altijd gezegd dat streaming van applicaties verboden zou blijven, of toch zeker beperkt tot videofragmenten. Maar ook binnen het SaaS-aanbod van Microsoft zie ik streaming zijn intrede doen. Ik vermoed dat het binnen de twee jaar perfect mogelijk zal zijn om het volledige MS Office pakket af te nemen op die manier." (1)De Amerikaan Nicolas Carr verwierf een paar jaar geleden grote bekendheid met zijn boek 'Does IT matter? Information Technology and the Corrosion of Competitive advantage'. Frederik Tibau