Frederik Tibau expert Digital Innovation & Growth bij Agoria

Delhaize installeerde zijn eerste computer eind jaren ’60 en lanceerde als eerste Europese warenhuisketen een getrouwheidskaart. Colruyt investeert al sinds de jaren 70 in een eigen informaticaplatform, en wordt door vriend en vijand benijd om zijn it-departement. Data News zet beide ‘pioniers’ rond de tafel en peilt naar belangrijke nieuwigheden en trends.

Het is een beetje een dooddoener, maar in alle afdelingen van Colruyt en Delhaize lopen er momenteel belangrijke technologiegerelateerde projecten. Er zijn dan ook maar weinig medewerkers die voor hun dagdagelijkse taken géén it gebruiken.

En hoewel Colruyt en Delhaize altijd de beste leerlingen van de klas waren op het vlak van informatisering, is enig pragmatisme hun zeker niet vreemd. “Technologie om de technologie, daar is het ons nooit om te doen geweest”, vertellen cio Luc Koenot van Delhaize Belgium en departementshoofd Dirk Leemans van Colruyt in koor. “We hebben ons altijd de vraag gesteld: what’s in it for us. Pas op het moment dat we een interessante businesscase zagen, gingen we er echt voor.”

In de winkels breidt Delhaize de systemen voor self-scanning, self-payment en quick shopper verder uit, waardoor de klanten sneller langs de kassa kunnen passeren. Colruyt pakt het anders aan, en heeft pas een nieuw kassasysteem geïntroduceerd. “Dankzij de combinatie van de Java ontwikkelingstaal met een touchscreen, hebben we een erg gebruiksvriendelijke toepassing kunnen bouwen voor onze medewerkers”, weet Leemans. “Wat we daarbij altijd in het achterhoofd houden, is de 80/20 regel. Voor ons niet te veel toeters en bellen. Als de laatste 20 procent aan functionaliteit te veel geld kost, dan zullen we geneigd zijn om de 80 noodzakelijke procenten te leveren aan goedkopere voorwaarden.”

Online

Wat internettoepassingen en e-commerce betreft, zijn beide partijen aan elkaar gewaagd. Zowel Colruyt als Delhaize pionierden met de introductie van echte onlinewinkels, al kunnen ze daar pas de laatste jaren voluit de vruchten van plukken.

“We zijn onze Collishop-website aan het opfrissen, en hebben onlangs een soort van ‘interne eBay’ geïntroduceerd”, gaat Leemens verder. “Colruyt koopt vaak dezelfde producten bij verschillende leveranciers. Via onze veilingapplicatie kunnen de leveranciers nu laten weten aan welke prijs ze hun goederen verkopen. Concurrenten kunnen daar dan desgewenst boven of onder gaan.”

De meeste spitstechnologie wordt buiten het oog van de klant ingezet. Of wist u soms dat er al volop spraaktechnologie gebruikt wordt in de opslagplaatsen? ‘Order pickers’ nemen niet langer pen en papier mee wanneer ze een bestelling ophalen, maar zetten een headset op het hoofd en worden begeleid door een stem die aangeeft welke artikelen er nodig zijn. De order pickers bevestigen via een afgesproken commando, en hebben te allen tijde beide handen vrij.

Luc Koenot bevestigt dat spraakherkenning al gemeengoed is in de opslagplaatsen van Delhaize. “Bij Colruyt hebben we de technologie getest, en staan we op het punt om ze uit te rollen”, wil Leemans niet onderdoen. “Colruyt zal hiervoor een beroep doen op de Vocollect Talkman-stemcomputers van Zetes.”

Spraakherkenning, gprs-tracking van vrachtwagens en mechanisering in de voorraadkamers moeten de efficiëntie van de logistieke keten verbeteren. Dat is nodig voor het beheersen van de kostenstructuur, maar ook om sneller tot bij de klant te geraken.

“Delhaize is traditioneel sterk in verse producten met een beperkte houdbaarheid”, aldus nog Koenot. “Daarom openen we op 9 september een volledig geautomatiseerde en geïntegreerde opslagplaats voor verse producten. Ook daarmee zijn we een pionier in België.” De producten komen het depot binnen in gestandaardiseerde bakken met rfid-tag. “De inhoud van die bakken kennen we al, want de leverancier heeft de informatie doorgegeven via EDI (‘elektronic data interchange’, een standaard voor de uitwisseling van bedrijfsdocumenten bij het vervoer van goederen, nvdr.). Een robot volgt de goederen op, en levert de bestelling automatisch af. Door zo te werken verkort je de doorlooptijd drastisch, en kan je kleine en middelgrote winkels veel sneller bevoorraden.”

RFID en SOA

Waarmee we meteen bij rfid beland zijn. Grote retailers zoals Wal-Mart, Carrefour en Metro hebben zich recent achter de GS1 EPCglobal-standaard geschaard, waardoor zowat alle ‘ketenpartijen’ gebruik kunnen maken van dezelfde technologie. En iedereen weet dat rfid in theorie erg handig kan zijn in distributiecentrales, voor zogeheten track-and-trace toepassingen.

“Er lopen tests met rfid”, bevestigt Leemans, “maar ik sta er nog steeds redelijk sceptisch tegenover. Er wordt nu al tien jaar gezegd dat barcodes vervangen gaan worden door rfid-tags, maar de prijs blijft gewoon te hoog. Zeker als je miljoenen producten moet taggen.”

“Momenteel is rfid vooral interessant bij closed loop-systemen, waarbij bakken in een gesloten circuit bewegen. Maar vanaf het moment dat je gaat kijken naar de distibutie van verschillende soorten producten met verschillende kenmerken, loop het al mis. Om je een idee te geven: als je rfid-strips op tetrabrikken met melk plakt, dan gaat de vloeistof de radiogolven absorberen en worden de read-ratio’s plots veel lager. Er is dus nog werk aan de winkel.”

Overigens is de barcode nog springlevend. Want ook op dat vlak worden er nog nieuwigheden geïntroduceerd. “Ik denk bijvoorbeeld aan ‘databar’, een nieuw soort van barcode met informatie over lotnummers en vervaldata”, klinkt het. “Binnenkort moeten onze bestaande scanners ook die barcodes kunnen lezen.”

Een andere term die je bij Colruyt en Delhaize vaak hoort vallen, is service oriented architecture. “Als je ziet hoe onze business evolueert, dan wordt SOA steeds belangrijker”, aldus nog het departementshoofd van Colruyt. “Wat bedoel ik daar mee? Heel wat logistieke basisprocessen verlopen bij Dreamland net hetzelfde als bij Colruyt of bij Spar. Waarom zouden we dan nog pakketten op maat ontwikkelen voor die verschillende afdelingen, en drie of vier keer hetzelfde doen, als we met één flexibele architectuur hetzelfde resultaat kunnen bekomen?”

Best of breed

Opvallend is dat Colruyt er een erezaak van maakt om alle toepassingen zelf te ontwikkelen. In tegenstelling tot bij Delhaize, waar men evolueert naar een ‘best of breed’ strategie. “In totaal werken er 850 it-mensen voor Colruyt”, vertelt Leemans. “Een kleine helft daarvan is bezig met infrastructuur en hardware, een andere helft houdt zich bezig met het ontwikkelen van applicaties.”

“De rode draad in ons verhaal is inderdaad dat wij de meeste toepassingen intern ontwikkelen. Voor de Colruytwinkels, maar ook voor Dreamland, Spar en Codi France. Op die manier kunnen we oplossingen op maat maken, terwijl onze concurrenten vaak kant-en- klare pakketten aankopen en die vervolgens integreren.”

“Bij Delhaize kiezen we steeds vaker voor ‘best of breed’, maar dat sluit de interne ontwikkelingen niet uit, wel integendeel,” benadrukt Luc Koenot. “Maar er worden vandaag prachtige tools op de markt gebracht voor de distributiesector. Twintig jaar geleden was het tegendeel waar. Voor boekhoudkundige pakketten of voor toepassingen in het inventarisbeheer kiezen wij nu voor de topproducten in de markt. Het voordeel is dat je dan niet van nul moet beginnen, en dat je geen beginnersfouten maakt. Het analytische gebeuren, zoals het beheer en de verwerking van de klantenkaart, houden we dan weer liever binnenshuis. Omdat we daar ons voordeel mee kunnen doen op concurrentiëel vlak. Gegevens verzamelen kan iedereen. Ze goed gebruiken, dat is iets anders.”

Frederik Tibau

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content