In het laatste seizoen van de voetbalcompetitie speelde Zulte-Waregem het meest aanvallende voetbal. Anderlecht is dan weer veel nauwkeuriger voor doel dan Club Brugge. De Brusselse club is ook gemiddeld het meest in balbezit. Standard Luik is zonder twijfel het doelgerichtste team.
...

In het laatste seizoen van de voetbalcompetitie speelde Zulte-Waregem het meest aanvallende voetbal. Anderlecht is dan weer veel nauwkeuriger voor doel dan Club Brugge. De Brusselse club is ook gemiddeld het meest in balbezit. Standard Luik is zonder twijfel het doelgerichtste team. Nee, dit zijn geen uitspraken die we opvingen in het lokale supporterscafé, maar wetenschappelijk onderbouwde feiten. Het departement Computerwetenschappen van de KULeuven analyseerde een heel seizoen lang de Belgische voetbalcompetitie en kwam met het eerste grote, algemene rapport van de clubs naar buiten. "De analyse is gemaakt met videobeelden en kwam tot stand door een combinatie van manueel werk en software", zegt doctoraatsstudent Jan Van Haaren, een van de drie auteurs van het rapport. "De beelden worden bekeken en tegelijk doet de computer al een suggestie van bepaalde gegevens die er uit gehaald kunnen worden. Degene die de beelden analyseert, moet die suggestie dan alleen nog maar bevestigen of negeren." Met het rapport wou het team van Van Haaren de bewustwording over het belang van data in sport aanscherpen. "In de Verenigde Staten is het al langer de normaalste zaak van de wereld dat sportwedstrijden en -spelers zeer diepgaand geanalyseerd worden. Hier in België wordt daar nog nauwelijks iets mee gedaan. Alleen een handjevol topclubs hebben contracten met bedrijven die ook dit soort data kunnen aanleveren." Nochtans kunnen deze gegevens enorm nuttig zijn, meent de jonge onderzoeker. "Het systeem werkt echt tot op spelersniveau. Een coach zou op basis hiervan dus perfect zijn trainingen of zelfs de voeding voor bepaalde spelers kunnen aanpassen, zodat ze beter tot hun recht komen op het veld en beter gaan renderen voor de club." In de V.S., zowat de bakermat van de sportanalyse, krijgen bijvoorbeeld de spelers uit de NFL (de American football-competitie) voor elke wedstrijd al een batterij aan sensoren en apparaten opgeplakt: gps-trackers, gyroscopen en accelerometers. De spelers uit de Amerikaanse voetbalcompetitie zijn dan weer uitgerust met een sensor van Adidas (de MiCoach) die honderden gegevens en waarden per seconde naar de computer van de trainer doorstuurt. Op die manier ziet die van elke speler de hartslag, de snelheid waarmee hij loopt, zijn positie op het veld, de versnellingen die hij trekt en ga zo maar door. De basketproducent Spalding heeft dan weer de 94Fifty ontwikkeld, een basketbal die de baan, de snelheid en de kracht van de worp registreert en via Bluetooth kan doorsturen naar een smartphone. Net geen 250 dollar kost hij. Hier in Europa zijn dat soort apparaatjes door meeste sportbonden echter verboden tijdens wedstrijden. Een manier om dat probleem te omzeilen, is door gebruik te maken van speciale camera's op het dak van het stadion. Een bedrijf als het Britse Prozone kan op die manier van elke speler een rapport van tientallen pagina's per wedstrijd maken. Een van hun klanten is Club Brugge. Bekende branchegenoten van Prozone zijn bijvoorbeeld Opta, Impire en Mastercoach. In België staan we dan nog maar aan de vooravond van de sportanalyse, echt nieuw is het tracken en ontleden van sportprestaties nochtans niet. Prozone werd al midden de jaren negentig opgericht. En de Amerikaanse journalist Michael Lewis schreef al in 2003 het boek Moneyball, het waargebeurde verhaal van Billy Beane, de eigenaar van een klein, noodlijdend baseballteam die met behulp van computers en software op zoek gaat naar goede en goedkope spelers. De verfilming uit 2011, met Brad Pitt in de hoofdrol, was een kassucces. Als er trouwens ooit een film moet gemaakt worden over een Europese Billy Beane, dan zou de Brit Dave Brailsford daarvoor een goede kandidaat zijn. Brailsford is sinds 2010 de directeur van de wielerploeg Team Sky, toen nog een piepjonge en onervaren ploeg waar de meeste 'kenners' niet bepaald enorme verwachtingen van hadden. Ook hij zag het belang in van data-analyses, software en het tracken van renners om tot goede resultaten te komen. Nauwelijks twee jaar na zijn aanstelling had Team Sky al een Tour-winnaar in zijn rangen: Bradley Wiggins. Het jaar daarop mocht ploegmaat Chris Froome zich eindwinnaar noemen. Niet verwonderlijk dus dat de methodes van Brailsford ondertussen in zowat elke professionele wielerploeg gemeengoed zijn geworden. Als al deze ontwikkelingen al een ding bewijzen, is het wel dat sport en technologie op een razendsnelle manier naar elkaar toe aan het groeien zijn. En dat is een ontwikkeling die door Belgische bedrijven gelukkig wel onderkend wordt. Zo werd in 2005 de Sports Technology Club opgericht, een belangenvereniging die ontstond in de schoot van de technologiefederatie Agoria. "De Sports Technology Club werd opgericht na de Olympische Spelen van Athene in 2004", zegt voorzitter Piet Moons. "Acht of negen Belgische bedrijven hadden toen contracten met het Olympisch comité om aan die Spelen te leveren. Na de Spelen zijn we met hen rond de tafel gaan zitten om eens te kijken of er geen nood was om de organiserende comités van sportwedstrijden samen en op een meer gestructureerde manier voorstellen te doen. En dat bleek al snel absoluut zo te zijn." Op dit moment zijn een kleine vijftig bedrijven lid van de Sports Technology Club. Daaronder zijn pure technologiespelers als Barco, Newtec en EVS Broadcast, maar bijvoorbeeld ook de bouwgroep Besix, drukkerij Joos (bekend als leverancier van tickets) en Automatic Systems, een leverancier van toegangscontrolesystemen. België is een voorloper als het gaat om sportcomités in groep te benaderen, zegt Moons. "Tot een paar jaar geleden bestond deze aanpak nergens anders. Nu doet onder meer Nederland het ook zo." Ook voor het komende WK in Brazilië zijn de vooruitzichten behoorlijk goed wat dit betreft. Negen Belgische ondernemingen zijn geselecteerd om het voetbalfestijn mee in goede banen te leiden. Zo zal Outside Broadcast uit Rotselaar een tachtigtal medewerkers en zeventig cameramannen naar Brazilië sturen om in drie steden wedstrijden te gaan opnemen. EVS Broadcast zal dan weer instaan voor de slowmotion-beelden die de kijkers thuis te zien krijgen. Newtec uit Sint-Niklaas helpt de Braziliaanse omroep TV Globo om de tv-signalen te distribueren via de satelliet. En Skylane Optics uit Charleroi zal dan weer apparatuur leveren om elektrische signalen in optische om te zetten. Maar niet alleen de tv-studio's zullen een klein beetje Belgisch kleuren. Ook op en naast het veld zijn vaderlandse ondernemingen hard in de weer. Desso uit Dendermonde levert een grasveld met natuurlijk gras en kunstgras in het voetbalstadion van Sao Paolo. Barco stuurt schermen en Bekaert omheiningen. Schréder uit Bornem en Philips België verzorgen een deel van de verlichting. "De Belgische ondernemingen doen het dus meer dan behoorlijk goed op het gebied van sporttechnologie, zeker als je rekening houdt met het feit dat we toch maar een klein landje zijn", zegt Piet Moons. "Aan de Olympische Spelen van Londen hebben we samen voor meer dan 280 miljoen euro verkocht. Dat zijn toch al bedragen die kunnen tellen." Uiteraard zullen het niet alleen Belgische bedrijven zijn die infrastructuur aanleveren aan Rio. IBM is bijvoorbeeld een van de belangrijkste toeleveranciers van het Rio Operations Center, het kloppende hart van waaruit de stad tijdens het WK Voetbal bestuurd zal worden. Het centrum verenigt de functies van een dertigtal stads- en provinciale diensten. Zowat vierhonderd werknemers werken er zeven dagen op zeven, dag en nacht. Ze houden onder meer toezicht op het openbaar vervoer en files, ze coördineren noodoperaties, controleren de watertoevoer en elektriciteit en houden de weersomstandigheden in de gaten. Beelden van zowat 400 camera's doorheen de hele stad worden naar 300 schermen in het centrum gestuurd. Via interactieve elektronische kaarten wordt alles overzichtelijk aan de operatoren gepresenteerd. En met apps, een eigen Twitter-account en speciale websites krijgt ook de gewone Braziliaan toegang tot een deel van de data die hier verzameld wordt. Het Rio Operations Center kadert in het Smarter Cities-project waarvan IBM al sinds 2007 de gangmaker van is. Ook bijvoorbeeld in New York en Gauteng (Zuid-Afrika) heeft het bedrijf aan gelijkaardige centra meegeholpen, maar het Braziliaanse project is veruit het meest ambitieuze. Naast IBM zijn ook bedrijven als Samsung (dat de beeldscherm leverde) en Cisco (dat de netwerkinfrastructuur verzorgde) er nauw bij betrokken. Frederic Petitjean