Als we de zelfverklaarde blockchainbedrijven en -experts mogen geloven, staan we op de rand van een ware revolutie. Blockchain wordt voorgesteld als nieuw, disruptief, zonder centrale autoriteit en de ideale manier om huidige systemen gedistribueerd te maken. Maar als we dat willen bereiken, is blockchain niet de oplossing.
...

Als we de zelfverklaarde blockchainbedrijven en -experts mogen geloven, staan we op de rand van een ware revolutie. Blockchain wordt voorgesteld als nieuw, disruptief, zonder centrale autoriteit en de ideale manier om huidige systemen gedistribueerd te maken. Maar als we dat willen bereiken, is blockchain niet de oplossing. Nieuw is de technologie in elk geval niet, de essentie is een zogenaamde Merkle tree, uitgevonden in 1979. Het basisconcept is dat blokken data aaneengeschakeld worden, waarbij het laatste blok garandeert dat alle voorgaande blokken niet meer gewijzigd kunnen worden. Een fantastisch hulpmiddel om de integriteit van data te beschermen, maar ook niet meer dan dat. Om de integriteit van data in een blockchain te controleren, moet namelijk de volledige ketting gevalideerd worden. Dit brengt een zekere kost met zich mee, zowel qua opslagruimte als rekenkracht. Historische data kan je ook niet zomaar verwijderen, aangezien ze nodig kunnen zijn voor validatie. Een blockchain is dus niet erg efficiënt en in vele gevallen is een klassieke database een beter alternatief. Een volgende vraag die men zich moet stellen is hoe nieuwe blokken aan de ketting worden toegevoegd. De eenvoudigste oplossing is om met één of meerdere partijen als autoriteit op te treden om blokken toe te voegen ( permissioned blockchain). Het alternatief ( permissionless blockchain) is een decentraal consensusmechanisme, zoals bij bitcoin. De meeste consensusmechanismen werken als volgt: wie het snelst een moeilijke berekening kan afronden ( proof-of-work, ook wel minen genoemd) mag een nieuw blok toevoegen, en bepaalt dus ook welke data er in het blok zitten. Deze mechanismen zijn enorm energieverspillend, traag en het is niet zeker dat data wordt opgenomen in het volgende blok. In de praktijk wordt rekenkracht vaak georganiseerd in een beperkt aantal groepen ( mining clusters), waardoor we nog moeilijk echt van een decentrale autoriteit kunnen spreken. Vraag is of we ons de moeite van het minen niet hadden kunnen besparen. De permissionless blockchain is bovendien inherent onstabiel. De minste wijziging kan immers het ineenstorten van het ecosysteem van software, miners en gebruikers veroorzaken. Mogelijk verrijst er dan uit de as een nieuw alternatief, maar dat zal de al gemaakte brokken niet lijmen. Tenslotte is het niet omdat er data in een blockchain zit, dat deze de waarheid weerspiegelt. Een blockchain garandeert enkel dat data achteraf niet meer veranderd kan worden, niet dat deze correct is. Daarvoor zijn nog altijd authentieke bronnen nodig: vertrouwen in bepaalde systemen of personen die garanties geven over de oorsprong, correctheid en/of validatie van data. Het enige wat een blockchain dus écht goed doet, is de integriteit van data garanderen. Gelukkig zijn er voor integriteit nog veel zinvolle toepassingen: logbestanden beschermen, fiscale fraude terugdringen door boekhoudingen onwijzigbaar te maken, de integriteit van notariële aktes beschermen (al zal de notaris nodig blijven om de authenticiteit te garanderen)... Ironisch genoeg hebben al deze toepassingen iets met elkaar gemeen: een centrale overheid of enkele vertrouwde partijen die instaan voor de afdwingbaarheid ervan. De ultieme decentralisatiedroom mag dus opgeborgen worden.