Erik Dralans kwam al in aanraking met informatica toen ING België nog BBL heette. Dat was nog in de vorige eeuw. Een beetje per ongeluk, legt deze 'trouwe medewerker van de bank', die meer ervaring heeft met commerciële onderhandelingen dan met software engineering, ons met een zekere ironie uit. "Ik ben helemaal niet technisch aangelegd. Op een dag kwam Michel Tilmant (de gewezen ceo van de ING groep, nvdr), bij me langs en zei: 'blijkbaar bent u heel goed in staat om de vinger te leggen op wat er misloopt in de informatica van de bank. U kunt ongetwijfeld ook oplossingen aanbrengen.' En zo was ik 10 jaar lang belast met informatica, eerst voor ING België en later voor de hele Banking activiteit van de groep".
...

Erik Dralans kwam al in aanraking met informatica toen ING België nog BBL heette. Dat was nog in de vorige eeuw. Een beetje per ongeluk, legt deze 'trouwe medewerker van de bank', die meer ervaring heeft met commerciële onderhandelingen dan met software engineering, ons met een zekere ironie uit. "Ik ben helemaal niet technisch aangelegd. Op een dag kwam Michel Tilmant (de gewezen ceo van de ING groep, nvdr), bij me langs en zei: 'blijkbaar bent u heel goed in staat om de vinger te leggen op wat er misloopt in de informatica van de bank. U kunt ongetwijfeld ook oplossingen aanbrengen.' En zo was ik 10 jaar lang belast met informatica, eerst voor ING België en later voor de hele Banking activiteit van de groep". Uit deze periode tussen 1997 en 2007 zijn er twee hoogtepunten die de Antwerpenaar heeft onthouden: de invoering van de euro en de overgang naar het jaar 2000 (de vrees voor de fameuze Y2K-bug). Dat waren momenten van grote spanning en mooie herinneringen, uiteindelijk. "Ik zal de twee avonden voor de overgang naar het jaar 2000 niet licht vergeten. Er heerste een zeer positieve teamgeest en solidariteit. Zelfs de collega's van de commerciële afdelingen waren ons komen ondersteunen." Ook al waren die twee 'gebeurtenissen' heel gunstig om de informaticateams samen te voegen, ze zouden ook een negatief effect hebben. "Vier jaar lang ging alle informatica-aandacht naar deze twee projecten, ten nadele van alle 'businessprojecten'. Daardoor kwamen it en de functionele afdelingen verder van elkaar te staan", weet Erik Dralans nog. Een flink deel van zijn opdracht als cio bestond er trouwens in om deze kloof en dit gebrek aan begrip tussen de informatici en de rest van de onderneming te overbruggen. "De commerciële medewerker en de informaticus begrepen elkaar van geen kanten. Mijn werk bestond er vooral in om deze twee partijen van de bank te laten samenwerken. Dat nam wel wat tijd in beslag. It moet de vakgebieden van de bank beter begrijpen en de business moet de eisen van it aanvaarden. Het is bijvoorbeeld normaal dat de informatica-afdeling normen oplegt en de architectuur bewaakt." Erik Dralans kon vaststellen dat het onbegrip grotendeels kwam van het feit dat it nog te vaak een zwarte doos is in vele ondernemingen. "De informaticakosten zijn al goed voor zowat 35% van de totale kosten van de bank. En het aandeel van it neemt alleen maar toe. De informaticadiensten genereren dus enorm veel facturen aan de functionele departementen. Een van mijn aandachtspunten was een betere transparantie op de kosten te waarborgen. Dat is de enige manier om de commerciële afdelingen verantwoordelijkheidsgevoel bij de brengen." Als een van de weinigen die de overstap maakten van de functie van cio naar die van ceo, vindt Erik Dralans dat het juist een voordeel was dat hij geen technicus was en weinig belangstelling had voor technologie op zich. Zijn advies aan informaticaverantwoordelijken die hogerop zouden willen geraken? "Domme vragen bestaan niet. Vragen die elementair lijken, zijn vaak de belangrijkste. Een bank heeft meestal geen gebrek aan zeer goede ingenieurs, maar je moet ze laten samenwerken en hen aanzetten om het beroep van de bank te begrijpen. Informatici hebben vaak zeer goede ideeën, maar ze moeten die kunnen 'verkopen'. En ook kunnen aanvaarden dat perfectie niet bestaat. Anders wordt ze te duur." Erik Dralans werd in juli 2007 benoemd tot ceo van ING België en zou uiteindelijk weinig tijd hebben om zijn positie te bepalen voordat er een historische financiële crisis uitbrak. Een crisis die de globale aantrekkelijkheid van de financiële sector en dus ook van ING een flinke deuk heeft gegeven. Een van zijn prioriteiten van de laatste maanden was trouwens het imago van de bank op te vijzelen, vooral in de ogen van kandidaat-informatici, die al te dun bezaaid zijn. Een wervingscampagne die eind 2010 gelanceerd werd, heeft deels vruchten afgeworpen. Maar nu Erik Dralans de fakkel doorgeeft, trekt hij toch nog aan de alarmbel: "We stellen in België bijna 2500 informatici te werk. In Nederland zijn dat er tussen 7.000 en 8.000. We kunnen dus vergeleken worden met een groot informaticabedrijf dat een brede waaier aan projecten en boeiende functies biedt, terwijl it altijd belangrijker wordt voor de strategie van de bank. Toch kunnen we maar moeilijk informatici vinden. En we zien niet direct een oplossing voor dit probleem. De stroom informaticastudenten wordt kleiner. We zijn gedwongen om sommige ontwikkelingen uit te besteden, samen te werken met offshore middelen of we moeten overwegen om een beroep te doen op onze teams in Polen om aan al onze behoeften te voldoen." Hoe denkt deze man, die algemene waardering geniet bij het personeel om zijn sociaal gevoel, zijn dagen nu te vullen? "De eerste dagen en weken zal ik echt het gevoel hebben dat ik met vakantie ben. Wanneer dat gevoel voorbij is, zal ik zien op welke vraag ik zal ingaan. Ik blijf lid van de raden van bestuur van Euroclear en Equens (een Europese specialist in betaaldiensten, nvdr). Het is mogelijk dat ik in de verleiding kom om mijn 'business'-ervaring te delen met technologiebedrijven. Ik zie wel."Olivier Fabes