Sinds enkele jaren - ook al evolueren de zaken niet zo snel als de it-leveranciers zouden willen - zijn virtualisatie en consolidatie van zowel de servers als de opslag onmisbare technologieën in het datacenter. Er dient gezegd dat de cijfers van het gebruik (of eerder het ondergebruik) van de verwerkingscapaciteiten hebben gestemd tot nadenken, een beweging die nog versterkt wordt door de recente crisis.
...

Sinds enkele jaren - ook al evolueren de zaken niet zo snel als de it-leveranciers zouden willen - zijn virtualisatie en consolidatie van zowel de servers als de opslag onmisbare technologieën in het datacenter. Er dient gezegd dat de cijfers van het gebruik (of eerder het ondergebruik) van de verwerkingscapaciteiten hebben gestemd tot nadenken, een beweging die nog versterkt wordt door de recente crisis. Volgens een recente studie van Quocirca voor rekening van Oracle zouden heel wat ondernemingen echter talmen om vernieuwende technologieën in te voeren in hun datacenter. "De meeste ondernemingen hebben een uiterst complexe informatica-architectuur, die duur is om te beheren en waarvan het stijgende vermogen even moeilijk als duur blijkt te zijn. Allemaal handicaps die de informaticus verhinderen om waarde te genereren voor de onderneming, vindt Dermot O'Kelly, senior vice president emea hardware sales van Oracle. Als er niets verandert, zullen heel wat bedrijven nog steeds niet over de nodige souplesse beschikken om snel te beantwoorden aan de behoeften van hun activiteiten. Onze studie toont aan dat er nog veel werk aan de winkel is." Amper 15% van de ondernemingen zou meer dan 70% van hun exploitatiemiddelen gevirtualiseerd hebben, en 22% van de ondernemingen zou nog geen vooruitgang geboekt hebben inzake virtualisatie. Volgens de studie bedraagt de Oracle-index van de datacenters 5,28 op 10 in de hele wereld. Een opmerking die het vermogen van de it-centra weerspiegelt op het vlak van souplesse, duurzame ontwikkeling (amper 11% van de ondernemingen zegt dat ze het energieverbruik van hun infrastructuur meten) en ondersteuning van de business. Europa behaalt een gemiddelde van 5,32, tegenover 5,79 in de Verenigde Staten. Maar in de Oude Wereld doet de Benelux het goed, met een index van 5,64. Het bekleedt zo de 3de plaats op het podium, na de DCH-zone (Duitsland en Zwitserland), met 6,09 en de Scandinavische landen (5,95), maar voor Groot-Brittannië (5,43). Naast deze vaststelling zegt meer dan 50% van de ondernemingen dat ze de komende 2 jaar een nieuw datacenter nodig zullen hebben, hetzij intern, hetzij op een externe site of in medehuur in het kader van een cloud. Ondanks deze situatie lijken de ondernemingen niet bereid om hun investeringen in datacenters te verhogen, aldus een studie van AFCOM, de vereniging voor beheerders van datacenters (4.000 leden), terwijl de globale it-uitgaven van de bedrijven met ongeveer 7% zouden stijgen volgens het onderzoeksbureau Forrester. Zo bevestigt 37% van de verantwoordelijken dat ze hun budgetten dit jaar zullen optrekken, tegenover 43% in 2010, terwijl 18% zegt dat ze minder gaan investeren. En van de 37% die van een budgetstijging spreekt, heeft 41% het over een stijging van 6 tot 10%, en noemt 16% een stijging van meer dan 20%. Toch goed nieuws: de uitgaven voor datacenters nemen dan wel amper toe, maar de ondernemingen rechtvaardigen zich door uit te leggen dat ze technologieën gaan invoeren om het energieverbruik te doen dalen, namelijk door servers die minder verbruiken en performantere koelsystemen te installeren, terwijl ze gebruik maken van virtualisatie om het grote aantal fysieke servers te doen dalen. Nog volgens de studie zou 1/3 van de managers het voorbije jaar minstens één mainframe hebben weggedaan, terwijl 3/4 het aantal servers heeft verhoogd. Cloud zou in een of andere vorm geïmplementeerd worden in 36% van de organisaties (+ 15% op een jaar tijd) en nog eens 35% bedrijven zou overwegen om dit jaar de stap te zetten. Toch een verontrustend cijfer: meer dan 15% van de datacenters zou geen beleid hebben voor een recovery na schade. Het is geen verrassing dat cloud volgens alle analisten de drijvende kracht vormt achter de heropleving van het datacenter, nadat we enkele jaren konden spreken van een mode-effect. Een cloud met virtualisatie en standaardisering als basispijlers, in afwachting van de opkomst van normen die door de gebruikers geëist worden. Natuurlijk moet er nog een aantal uitdagingen aangegaan worden, meer bepaald op het vlak van veiligheid en beheer van dergelijke clouds. Zeker als de ondernemingen denken aan hybride en zelfs openbare clouds. En wie cloud zegt, denkt onvermijdelijk ook aan IaaS of Infrastructure as a Service, waarbij alle nodige infrastructuur, namelijk de verwerkingservers, de opslag en applicaties, wordt aangeboden in de vorm van diensten. Een markt die de traditionele outsourcers nu trachten te veroveren omdat ze hun bestaande cliënteel willen behouden en nieuwe potentiële klanten willen aantrekken die op zoek zijn naar een gerichte verwerkingscapaciteit. Sommigen hebben het trouwens al over DCaaS of datacenter as a service. In het datacenter kan IaaS een antwoord bieden op een gerichte vraag naar bijkomende capaciteit, maar het modulaire datacenter in de vorm van een container wordt ook naar voren geschoven door de meeste fabrikanten, waaronder IBM, HP, Bull, Dell, Sun, APC, of dichter bij ons: Automation. Een datacenter dat in de fabriek op maat gemaakt wordt en dan bij de klant geïnstalleerd wordt in een recordtijd. Met lagere kosten, kondigen de bouwers aan, omdat het gaat om standaard elementen die in de fabriek geconfigureerd en getest worden. Naast een antwoord op een capaciteitspiek kan deze container ook dienen als oplossing voor recovery na schade of voor test- of ontwikkelingsbehoeften. Maar hij beantwoordt ook aan een wil om de ecologische voetdruk te verkleinen van het datacenter. Op dit vlak klopte HP onlangs een nieuw record met zijn ecoPOD (Performance Optimized Datacenter) die een PUE zou bereiken van 1,05, terwijl de meeste andere centers tussen 1,7 (de beste) en 2,4 (de slechtste) scoren. 1 op 2,4 verbruikte watt gaat verloren... Maar HP heeft het ook over de kostenbesparing (8,5 miljoen dollar voor een center van 4.400 servers op 1.000 m2, tegenover 33 miljoen dollar voor een 'baksteen-en-cement' datacenter) en de bouwsnelheid (12 weken voor de ecoPOD, tegenover 24 maanden ongeveer voor een tier 3 center). Maar het energieverbruik van de datacenters is ook een prioriteit geworden van de cio. Er doen de wildste cijfers de ronde over het elektriciteitsverbruik van de grote datacenters, maar er moeten verschillende elementen in aanmerking worden genomen. Eerst is er de koeling met minder energieverslindende oplossingen, zoals het gebruik van rivierwater, zelfs omgevingslucht, waarbij sommigen zelfs pleiten voor de implementatie van datacenters op het water (onder water?) of in koudere regio's, zoals IJsland. Bovendien zou de ontwikkeling van zuinigere servers - minder dan 30 W verbruik - een oplossing kunnen bieden, terwijl de ontwikkeling van energiezuinige chips en de installatie van beheersoftware meer ingeburgerd geraken. De problematiek van het energiebeheer heeft ook betrekking op de mogelijke preciezere meting van het verbruik, wat de vereniging Green Grid DCeP noemt, wat staat voor datacenter energy productivity. It is voortaan vertrouwd met het begrip PUE (Power Usage Effectiveness), maar het lijdt geen twijfel dat we verder moeten gaan dan deze maatregelen om het hele energieverbruik te omvatten, bijvoorbeeld van de netwerken, om nog maar te zwijgen van het waterverbruik, de koolstofuitstoot of het gebruik van hernieuwbare of groene energie. De vereniging Green Grid haalt heel de problematiek van het datacenter aan en heeft het liever over een debat met meerdere dimensies. Dat is precies het doel dat het meetcriterium CUE of Carbon Usage Effectiveness nastreeft inzake de uitstoot van broeikasgassen, en de WUE of Water Usage Effectiveness voor het waterverbruik. Een andere evolutie waarmee een modern datacenter te kampen heeft, is de convergentie tussen opslagnetwerken en gegevenscommunicatie. Met de komst van het 10 Gigabit Ethernet wordt het mogelijk om zowel de opslag als de gegevens door te voeren naar één enkel netwerk. Daarnaast moeten de teams die zich bezighouden met opslag en het netwerk goed met elkaar praten en samenwerken. Ip-opslag zou in dit opzicht een tussenstap kunnen zijn. Wat opslag betreft moet men, als de virtualisatie ruimschoots ontplooid is, nog waken over de automatisering van het opslagbeheer. Want in een it-budget kunnen de menselijke kosten hoog oplopen. Er moeten dus zoveel mogelijk verrichtingen in verband met het datacenter geautomatiseerd worden. Want deze automatisering verbetert ook de serviceniveaus, meer bepaald in een optiek om 24/7 te werken. En deze automatisering gebeurt niet alleen door de invoering van tools, maar ook door de veralgemening van de x86-processor, of het nu gaat om Intel of AMD. En met dit succes van het x86-platform loopt Unix het risico om een legacy platform te worden. Ook al heeft virtualisatie eveneens gebruik gemaakt van dit soort processor. Nog met het oog op duurzame ontwikkeling (maar ook op kostenvermindering) lijkt het debat over de AC- of DC-voeding van de datacenters nauwelijks nog aan de orde van de dag bij ons, terwijl de Verenigde Staten er een bron van besparing in hebben gezien. Gelijkstroom zou immers zorgen voor een betere energiedistributie in het datacenter. Ter herinnering, een Amerikaans datacenter moet AC 480/277 V stroom omzetten in driefasige 208/120 V voor de it-uitrusting, terwijl een datacenter buiten de VS meestal van 400 naar 230 V gaat. Door de conventionele wisselstroom te vervangen door de distributie van gelijkstroom zouden de elektrische verliezen kunnen afnemen, zouden de vele conversies niet meer nodig zijn en zouden de omzetters (desgevallend) vervangen kunnen worden door convertors. Sommigen zeggen dat door dergelijke conversies te vermijden tot 20% energie bespaard kan worden. Om nog maar te zwijgen van de overstap naar CC, zodat fotovoltaïsche zonnepanelen gemakkelijker geïntegreerd kunnen worden... Marc HusquinetMEER DAN 15% VAN DE DATACENTERS ZOU GEEN BELEID HEBBEN VOOR EEN RECOVERY NA SCHADE. IN EEN IT-BUDGET KUNNEN DE MENSELIJKE KOSTEN HOOG OPLOPEN. ER MOETEN DUS ZOVEEL MOGELIJK VERRICHTINGEN IN VERBAND MET HET DATACENTER GEAUTOMATISEERD WORDEN.