Toegegeven, het is niet de eerste keer dat we over EURid schrijven in Data News. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Afnic (.fr), Denic (.de) of SIDN (.nl) wordt de beheerder van het Europese top level domein .eu dan ook gerund door een groepje Belgen. "Tien jaar geleden hadden we met DNS.be een geautomatiseerd registratiesysteem gebouwd dat in heel Europa hoge ogen gooide", legt Van Wesemael uit. "Niet veel later kwam de vraag van een bevriende registry om samen een offerte uit te brengen voor het .eu top level domein. De Raad van Bestuur van DNS.be vond echter dat we er maar beter zelf voor konden gaan. En zo is het verhaal achter EURid begonnen."
...

Toegegeven, het is niet de eerste keer dat we over EURid schrijven in Data News. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Afnic (.fr), Denic (.de) of SIDN (.nl) wordt de beheerder van het Europese top level domein .eu dan ook gerund door een groepje Belgen. "Tien jaar geleden hadden we met DNS.be een geautomatiseerd registratiesysteem gebouwd dat in heel Europa hoge ogen gooide", legt Van Wesemael uit. "Niet veel later kwam de vraag van een bevriende registry om samen een offerte uit te brengen voor het .eu top level domein. De Raad van Bestuur van DNS.be vond echter dat we er maar beter zelf voor konden gaan. En zo is het verhaal achter EURid begonnen." In totaal liepen er zeven offertes binnen bij de Europese Commissie. "We hadden snel door dat we alleen weinig kans zouden maken, dus zijn we zelf op zoek gegaan naar landen die met ons in zee wilden gaan. Aanvankelijk was er weinig interesse, tot we met Italië en met Zweden begonnen te praten. Op de dag dat de Commissie een infosessie over .eu organiseerde, hadden wij een ontbijtvergadering met .it en met .se. Toen pas is er beslist om er voor te gaan." De toewijzing van het contract gebeurde eind mei 2003, maar toch heeft het nog tot 7 april 2006 geduurd voordat het grote publiek een .eu kon registreren. "Na de contractonderhandelingen moesten de public policy rules (ppl's) nog worden opgesteld door de lidstaten. Daarin staat bijvoorbeeld dat tweelettercodes die overeenkomen met een land niet geregistreerd mogen worden onder .eu. In 2004 is het eindresultaat in een verordening gegoten, en vanaf dan konden we onze systemen opbouwen. Vanaf juni 2005 konden de agenten accrediteren, en na twee sunrises werd het op 7 april 2006 voor iedereen mogelijk om een .eu vast te leggen." Van Wesemael zal die dag niet snel vergeten. "1000 agenten hebben toen op 13 uur tijd een miljoen domeinnamen geregistreerd, wat maakt dat onze lancering de grootste is in de geschiedenis van de tld's." Met de 3,4 miljoen registraties van vandaag heeft .eu ook een stek verworven in de top 10 met de grootste extensies wereldwijd. Aanvankelijk klonk het wel eens dat de registraties weinig gebruikt werden, maar die kanttekening houdt geen steek meer. "Achter 36 procent van onze domeinnamen gaan businesswebsites schuil. Bij .com is dat maar 30 procent", argumenteert de directeur. "Onder .eu tellen we 14 procent pay per click sites, terwijl dat bij .com 27 procent is." Toch zijn er nog landen waar .eu moeilijk voet aan de grond krijgt. "Het zwakst scoren we in Zuid-Europese landen zoals Spanje en Portugal", klinkt het nog. "Een waterdichte verklaring heb ik niet, al kan het liggen aan de agenten. In landen als Nederland en Duitsland zijn de registrars erg actief. Ze pushen hun domeinnamen bijna naar de eindgebruikers, waardoor ze zelf de markt creëren. In Zuid-Europa zie je zoiets niet." Net nu .eu zijn vijfde verjaardag viert, staat de domeinnaamindustrie op een keerpunt. Binnen enkele maanden wordt de top level domeinnaamruimte geliberaliseerd, waardoor er mogelijk honderden nieuwe internetextensies bijkomen. "Eén van de gevolgen is dat de 'macht' verschuift van registry's naar agenten. Vroeger beslisten de registry's over wat kon en wat niet kon. Ze waren wel gebonden aan Icann of aan hun plaatselijke overheid, maar uiteindelijk beslisten ze veel zelf. De agenten hadden zich daar aan te houden." "Nu de tld-markt opengegooid wordt, zie je dat de concurrentie verschuift naar een hoger niveau, naar dat van de registries. Agenten zullen een keuze moeten maken in het aantal tld's dat ze aanbieden. De groten kunnen dan zeggen: als je wil dat ik je op de markt zet, moet ik daar iets voor in de plaats krijgen. Ik denk niet dat de cctld's zich veel zorgen hoeven te maken, maar de nieuwelingen zullen toch met een sterk verhaal moeten komen." "Er is nog een ander aspect. Onlangs zat ik met iemand van een topmerk in een panel, en vroeg ik hoeveel suffixen er nog kunnen bijkomen voordat hij stopt met het registreren van zijn naam onder alle tld's. ' We're probably there allready' was het antwoord. Merkhouders overwegen om hun naam niet langer onder alle nieuwe achtervoegsels te registreren. Een volgende stap is dat diezelfde merkhouders zich afvragen waarom ze vandaag wel nog registreren voor de namen die ze toch niet gebruiken. Met als gevolg dat het aantal defensieve registraties zal verminderen. Waardoor de koek kleiner wordt in plaats van groter." Daarbij komt nog dat de markt krimpt door de komst van de apps. Het belang van domeinnamen vermindert ten voordele van applicaties en platformen zoals Facebook. "Kleine nuance: een app gebruikt ook een domeinnaam, alleen wordt hij niet meer benaderd door de browser", besluit Van Wesemael. "Bovendien zullen apps binnenkort wél vaker via de browser tot bij de consument komen." "Maar het klopt dat we een 'interessante' tijd tegemoet gaan. Het zal steeds moeilijker worden om je te kunnen differentiëren. En platformen zoals Facebook vórmen een bedreiging voor individuele domeinnamen. Bedrijven zijn ook actief op sociale media, maar zij zullen de eigen websites nooit inruilen voor de netwerken van enkele monopolisten." Frederik Tibau