Het Interdisciplinair Instituut voor Breedband Technologie is een onafhankelijke onderzoeksinstelling die bedrijven en organisaties actieve ondersteuning bij onderzoek en ontwikkeling biedt. Daarvoor brengt het uiteenlopende bedrijven, overheden en non-profit-organisaties samen rond onderzoeksprojecten. Bij elk van die projecten komen zowel technische als niet-technische aspecten aan bod. "Want laat het duidelijk zijn: innovatie beperkt zich zeker niet tot het technologische aspect", zegt Wim De Waele. "In een B2B-context spreken we bijvoorbeeld ook over nieuwe businessmodellen. In een B2C-omgeving gaat het dan weer over het ontdekken van nieuwe sociale patronen en het inspelen op trends zoals innovatie rond social software."
...

Het Interdisciplinair Instituut voor Breedband Technologie is een onafhankelijke onderzoeksinstelling die bedrijven en organisaties actieve ondersteuning bij onderzoek en ontwikkeling biedt. Daarvoor brengt het uiteenlopende bedrijven, overheden en non-profit-organisaties samen rond onderzoeksprojecten. Bij elk van die projecten komen zowel technische als niet-technische aspecten aan bod. "Want laat het duidelijk zijn: innovatie beperkt zich zeker niet tot het technologische aspect", zegt Wim De Waele. "In een B2B-context spreken we bijvoorbeeld ook over nieuwe businessmodellen. In een B2C-omgeving gaat het dan weer over het ontdekken van nieuwe sociale patronen en het inspelen op trends zoals innovatie rond social software." Vier jaar geleden - van bij de oprichting van het IBBT - werd beslist om meteen vraaggedreven te werken. "Onze bedoeling was om de academici bij wijze van spreken uit hun ivoren toren te halen", zegt de IBBT-directeur. Naast ingenieurs neemt het onderzoeksinstituut ook juristen, sociologen en communicatiewetenschappers op in het team. De gebruiker wordt in het midden van de methodologie geplaatst en zo al heel vroeg betrokken in het researchtraject. Volgens Wim De Waele is het ondertussen een algemeen aanvaarde wijsheid dat innovatie niet meer gebeurt in een afgesloten corporate lab, maar dat die verschoven is naar samenwerkingsverbanden of in bepaalde gevallen zelfs naar een opensource context. De aanpak om via 'project calls' bedrijven te bevragen waarrond ze research willen laten uitvoeren, en ze vervolgens in een soort consortium bijeen te brengen, is volgens de IBBT-topman behoorlijk succesvol gebleken. "In de eerste plaats omdat we een en ander erg pragmatisch aangepakt hebben. We hadden en hebben nog steeds geen groot strategisch plan om binnen 15 jaar een nieuwe maatschappij uit te tekenen. We spelen gewoon in op de behoeften van de markt. Daarbij denken we zelfs niet in termen van vijfjarenplannen. Net omdat alles heel snel kan accelereren, moet je soms na zes of 12 maanden al een doorbraak kunnen forceren en een nieuwe trend zien komen", aldus Wim. Dat impliceert dat langetermijnonderzoek steeds meer plaats ruimt voor research op korte termijn. "En voor de academische wereld is dat een hele mindshift!", vervolgt Wim. "Een academicus wil dikwijls een state of the art onderzoek doen. Maar na zes maand komen ze er al achter dat de state of the art al helemaal veranderd is. Ik lach er soms wat mee, want het heeft niet veel zin om op die manier te werken." Waarmee de IBBT-directeur niet wil zeggen dat er geen langetermijnonderzoek meer nodig is: "Een gezonde balans moet er zijn. Maar ik merk ook dat de mindset compleet wisselt wanneer je switcht van een academische setup naar de oprichting van een spin-off. Dan voelt men ineens de druk van de markt en dan begint men meestal wel in maanden in plaats van jaren te denken", merkt Wim De Waele op. Het typische coöperatief onderzoek is een project van twee jaar. "Dat is relatief kort en zelfs daar stel ik mij soms de vraag of het wel vlug genoeg gaat, of we wel rap genoeg inspelen op de markt", aldus Wim. Het IBBT betaalt de helft van de kosten van het project, maar doet dat bij wijze van spreken in natura. De private sector betaalt de overige 50 procent. De kosten worden met andere woorden gedeeld, net als de baten. "Maar het is dus niet zo dat wij een loket zijn waar geld uitgedeeld wordt, laat dat duidelijk zijn", zegt Wim. Het totale budget zal dit jaar iets meer dan 25 miljoen euro bedragen. Het grootste deel daarvan gaat naar coöperatief onderzoek (bijna 20 miljoen). Daar legt de private sector dus nog eens 20 miljoen bij, zodat je een soort hefboomeffect krijgt. Het IBBT heeft de afgelopen jaren een vrij sterke incubatiewerking uitgewerkt. "Om het met een dooddoener te zeggen: de grote innovatie zit vaak in de kleine start-ups." Wim De Waele noemt het voorbeeld van Alcatel-Lucent als een van de goede corporate partners. Alcatel-Lucent heeft weliswaar zijn eigen labs, maar heeft het moeilijk om een goed idee te kunnen uitwerken wanneer dat niet meteen bruikbaar is voor hun main business. "Het gaat dan meestal over een 'marginaal' project dat hooguit enkele miljoenen opbrengt in de eerste jaren, terwijl de main business ettelijke miljarden oplevert. Zo'n project wordt dan gegarandeerd stiefmoederlijk behandeld. Bij de Antwerpse afdeling hebben ze begrepen dat ze voor zulke ideeën moeten werken met een spin out proces." Het komt er op neer dat de mensen met die ideeën verzelfstandigd worden in een bedrijf dat buiten de corporate structuur van Alcatel-Lucent staat. Alcatel-Lucent neemt dan een participatie en kan het eventueel terugkopen wanneer het project groter geworden is. "Ik denk dat dat de juiste weg is: meer ideeën in kleinere entiteiten', zegt Wim De Waele. Het probleem in België is volgens Wim niet zozeer het ontwikkelen van nieuwe technologie, maar het vinden van het nodige kapitaal. "En dan doel ik op het gebrek aan voldoende venture capitalists. We hebben die cultuur gewoon niet. Wij hebben het meest contact met Gimv en Big Bang Ventures, en voor de it-sector ben je dan zowat rond. Maar wat zie je in Silicon Valley? Die vc's kennen hun sector door en door. Dat moet ook, want je moet weten waarover het gaat. Op basis van een spreadsheet kun je niet bepalen of een idee goed of slecht is en of er een goed team aan werkt. Die mentaliteit hebben er helaas maar een paar in België." Wat er volgens Wim al helemaal ontbrak in ons land was een preseed-fonds. Dat is een fonds dat niet in eerste instantie naar de mogelijke returns kijkt, maar dat gewoon een vrij beperkt kapitaal van 200 à 300.000 euro verschaft aan een start-up die net uit het incubatietraject komt. De bedoeling is om met dat geld het eerste jaar te overbruggen en tot een product en een eerste klant te komen. Dat kunnen ze dan aan een vc tonen om een kapitaalinsjectie te krijgen van een paar miljoen euro en een échte start te maken. "GIMV was daar ook vragende partij voor. Dat preseed-fonds hebben we dit jaar opgericht. Technologische innovatie, daar hebben we geen tekort aan in België. Het ook verkocht krijgen daarentegen, dat is het probleem. We hebben gewoon een tekort aan sales en marketing skills. Onze Vlaamse bescheidenheid is toch echt een grote handicap. We zouden tot een soort ecosysteem moeten kunnen komen van bedrijven en partners." Het incubatiecentrum iCubes - een soort bedrijvencentrum met de bedoeling de partnercommunity te bevorderen - kun je als een eerste aanzet daartoe zien. Het grote voorbeeld? Silicon Valley! "Het zou van grootheidswaanzin getuigen natuurlijk om een Silicon Valley in Belgie te willen creëren. Maar uit een aantal principes kunnen we wel iets leren. De innovatie in Silicon Valley spruit vaak voort uit de netwerken van mensen. Ik heb zelf nog in de softwareindustrie in de States gewerkt en ook nu nog heb ik een netwerk van personen die bij mij gewerkt hebben en nu zowat overal zitten - tot bij Google toe - en die letterlijk maar een telefoontje verwijderd zijn." Momenteel zijn er al drie spin-offs van het IBBT officieel gestart. Daarnaast staan er enkele klaar om te starten. In totaal zijn er 8 à 9 dossiers lopende. "De grote test moet nog komen natuurlijk: hoeveel gaan er binnen 5 à 10 jaar overleven? De realiteit is dat amper 1 op de 10 er in slaagt om uit te groeien tot een groot bedrijf", weet Wim De Waele. "Bij software - en dus ook bij ons - is het volgens mij zaak om er redelijk veel op te starten. De initiële kapitaalsinvestering is er niet zo groot in tegenstelling tot bijvoorbeeld biotech of halfgeleiders waar je al gauw pakweg 30 miljoen euro nodig hebt om nog maar te kunnen beginnen." Zowel Mobixx als Vodtec (de twee eerste spin-offs) zijn bezig met een eerste ronde financiering. "Beide hebben goede technologie en klantenreferenties. Met een beetje geluk vinden zij nu het nodige kapitaal - in het binnen- of buitenland. Het is trouwens goed dat er naast een Belgische investeerder ook een tweede buitenlandse partij is. Vc's reiken naast hun geld ook een heel netwerk van buitenlandse contacten aan en dat is minstens zo belangrijk." Wanneer we de IBBT-directeur vragen of hij akkoord gaat met de stelling dat er te weinig ondernemersschap bestaat in België, gaat hij in de tegenaanval. "Wij zien wél voldoende mensen die een risico willen nemen, maar ze moeten ondersteund worden. En niet alleen financieel. Als je als ingenieur uit de universiteit komt, ken je alles van analytische wiskunde, maar kun je geen fatsoenlijke Powerpoint-presentatie opstellen. Dat vak zijn ze vergeten in te plannen aan de unief blijkbaar. Maar goed: wij geven onze onderzoekers dan maar die trainingen." In de toekomst wil het IBBT zich meer toeleggen op grootschaliger gebruikersgedrag. "Nu bouwen we prototypes die door een beperkt aantal gebruikers uitgeprobeerd worden. Maar voor research is het belangrijk dat er grootschaliger kan getest worden naar het gebruikersgedrag toe, zodat je meer user feedback kunt capteren en die informatie ook daadwerkelijk gebruiken voor je naar de markt trekt." En daarmee schetst Wim zowat het concept van de 'living labs', een soort proeftuin in het echte leven. "We hebben lang moeten lobbyen, maar de goedkeuring is er nu. Dit en volgend jaar willen we een aantal van die proeftuinen kunnen opstarten rond mobiliteit, gezondheidszorg en nieuwe media. Wij doen de begeleiding, maar de middelen komen van het IWT die daar een apart budget voor gekregen heeft." De Waele denkt bijvoorbeeld aan een grootschalige pilot rond gezondheidszorg met nieuwe technologische concepten zoals sensornetwerken. Niet op kleinschalige basis - wat nu al gebeurd in een project bij het rusthuis De Vijvers - maar op een ganse groep van OCMW-rusthuizen. Maar ook naar mobiliteit en telematica toe, zou De Waele graag een grootschalig project starten. "Dat zijn helaas dure oefeningen, dus ik kan mij perfect inbeelden dat er maar een paar kunnen worden gestart. Maar we zouden dat heel erg graag doen, om Vlaanderen te positioneren als een pilootregio."z Kristof Van der Stadt