Meer dan 22 miljoen mensen bezochten de wereldtentoonstelling van 2005 in de Japanse stad Aichi. En opvallend: elke bezoeker was een rechtmatige bezoeker, om de eenvoudige reden dat de kaartjes niet nagemaakt konden worden. De organisator had de inkomkaarten immers voorzien van een minuscule rfid-chip (0,4 millimeter breed en 0,06 millimeter dik), met een uniek identificatienummer.
...

Meer dan 22 miljoen mensen bezochten de wereldtentoonstelling van 2005 in de Japanse stad Aichi. En opvallend: elke bezoeker was een rechtmatige bezoeker, om de eenvoudige reden dat de kaartjes niet nagemaakt konden worden. De organisator had de inkomkaarten immers voorzien van een minuscule rfid-chip (0,4 millimeter breed en 0,06 millimeter dik), met een uniek identificatienummer. Hitachi, de producent van de chips, gaat nu nog een stapje verder. Het technologieconcern kondigde eind vorig jaar een ongelooflijk klein rfid-prototype aan met een breedte van 0,05 millimeter en een dikte van 0,005 millimeter. In de nabije toekomst zal zelfs het dunste stukje papier een 'onzichtbaar' rfid-chipje kunnen meedragen. Naar eigen zeggen wil Hitachi de technologie inzetten in de strijd tegen de namaakindustrie. Zo zouden de poederkorreltjes bijvoorbeeld ingebed kunnen worden in zogeheten 'high value' vouchers zoals concerttickets, cadeaucertificaten, veiligheidsbadges en zelfs cash. Net zoals andere passieve rfid-tags functioneerden de chips op de wereldtentoonstelling (officieel de 'µ-chip's) zonder batterij of energiebron. De chips zitten 'ingebed' in een stripje met antenne, en als die antenne microgolven van 2,45 gigahertz opvangt, antwoordt de chip met een uniek 128-bit identificatienummer. De scanner gaat na of het identificatienummer wel in de database zit, waarna de authenticiteit al dan niet bevestigd wordt. Volgens Hitachi kan de µ-chip miljarden objecten identificeren, omdat de 128-bit architectuur een zo goed als oneindig aantal cijfercombinaties toelaat. Elk identificatienummer is betekenisloos op zich, maar wanneer het gelinkt wordt aan zo'n database, kan het nummer heel wat informatie oproepen. Overigens werkt de nieuwe nanochip die momenteel klaargestoomd wordt voor productie (en de toepasselijke naam 'poederchip' meekreeg), ook met een 128-bit identificatienummer. Zowel de µ-chip als de poederchip ontsproten aan het brein van de Japanner Mitsuo Usami. De man deed inspiratie op tijdens het reclamespotje voor de 'i-mode' gsm's die de Japanse telefoongigant NTT lanceerde in 1999. De voor die tijd revolutionaire mobieltjes boden gebruikers voor het eerst de mogelijkheid om op het internet te surfen. Usami haalde zich een gigantisch netwerk van minuscule en in essentie lege rfid-chips voor de geest, die aan de kleinste apparaatjes zouden kunnen worden bevestigd. Na het 'opvangen' van een geldig identificatienummer, zouden speciale servers dan kunnen voorzien in extra functionaliteiten voor de gebruiker. Met de introductie van de poederchips ziet Usami alvast één van zijn visioenen bewaarheid worden. De nieuwe nanokorreltjes bevatten in feite dezelfde componenten als de µ-chip, maar zijn samengedrukt op een nog kleinere oppervlakte. Om dit voor elkaar te kunnen krijgen, maakte de Japanner gebruik van de geavanceerde 'silicon on insolator' (SOI) technologie van IBM. Toch heeft de technologie nog enkele zwakke punten. Voor bepaalde poederchip-toepassingen heb je immers interne antennes nodig, die op de chip zelf vastzitten dus. In dat geval verkleint de afstand die er mogelijk is tussen scanner en chip. En als je weet dat de maximale scanafstand voor Hitachi's gecommercialiseerde µ-chips met externe antenne 'slechts' 30 centimeter bedraagt, wordt duidelijk dat er op dat vlak nog werk aan de winkel is. Naast de technische vraagstukken, dringen ook privacyissues zich op. De introductie van poederchips in cash geld lijkt een voor de hand liggende toepassing, maar wat als een dief van op afstand de inhoud van iemands portefeuille kan bepalen? Door de onwezenlijk kleine afmetingen van de poederships duiken ook andere bedenkelijke scenario's' op. Zo zou de politie het poeder kunnen verstuiven onder amokmakers, en ze nadien achtervolgen met de hulp van veiligheidsscanners opgesteld in publieke plaatsen. Sciencefiction? Misschien. Feit is dat de Britse kwaliteitskrant The Guardian onlangs nog een stuk publiceerde over een zaak waarin de supermarktketen Tesco tests uitvoerde met superkleine rfid-chips op scheermesjes van Gillette. Wanneer iemand de scheermesjes onrechtmatig probeerde te ontvreemden, werd er met de hulp van de chip automatisch een verborgen camera ingeschakeld. Little brother is watching? Frederik Tibau