Financiën gebruikt drie kanalen om informatici te werven: het selectiebureau Selor (voor statutairen en contractuelen), de vzw e-gov die onder Fedict valt (naar het model van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, waar de vzw Smals kind aan huis is) en detachering via dienstenleveranciers uit de privé-sector. In dat laatste geval moet eerst een offerte wordt opgesteld en blijven de gedetacheerde it'ers onder hun werkgever ressorteren
...

Financiën gebruikt drie kanalen om informatici te werven: het selectiebureau Selor (voor statutairen en contractuelen), de vzw e-gov die onder Fedict valt (naar het model van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, waar de vzw Smals kind aan huis is) en detachering via dienstenleveranciers uit de privé-sector. In dat laatste geval moet eerst een offerte wordt opgesteld en blijven de gedetacheerde it'ers onder hun werkgever ressorteren Het merendeel van de rekruteringen lopen via Selor dat zijn beleid heeft bijgesteld en nu naar meer specifieke competenties zoekt. Tot voor twee jaar was er een voorkeur voor allroundprofielen. De gangbare opvatting is nog altijd dat de openbare sector vooral voor informatici minder lucratief is, maar ict-baas Louis Collet van Financiën nuanceert dat stereotiep. Om te beginnen zijn de loonschalen bij de start van de loopbaan vrij goed vergelijkbaar. Verder wordt "vergelijkbare privé-ervaring nu gevaloriseerd bij informatici van niveau 1 [universitairen]" en zou die trend kunnen doorsijpelen naar de andere niveaus. Het blijft echter een feit dat de kloof met de jaren groter wordt (vooral in voordelen in natura). De openbare sector biedt echter vooral troeven die eerdere generaties veel minder aanspraken: evenwicht tussen privé- en beroepsleven, werkzekerheid, flexibiliteit (kans om in een 4/5-stelsel te werken), recuperatie van overuren, nabijheid van openbaar vervoer, geen discriminatie, enz. "Steeds meer jongeren streven naar een evenwicht tussen privé- en professioneel leven. En als een informaticus recht heeft op promotie, gebeurt het zelfs dat hij werktijdverkorting vraagt." Sinds kort geeft Financiën sommige informatici zelfs de kans om buitenlandse reizen te maken in het kader van internationale projecten (data-uitwisseling, douane, enz.). Financiën legt nog meer 'positieve' argumenten op tafel: het gebruik van spitstechnologie, de maatschappelijke dimensie van de projecten (zoals Tax-on-Web), de kans om end-to-end te participeren in projecten, variatie in de projecten, en uiteraard de opleidingsmogelijkheden. "Permanente vorming kadert in onze werkmethodes. De opleidingen worden op een vrijwillige basis gegeven. De informaticus kan zich een ander profiel aanmeten zonder van organisatie te veranderen." Zo lanceerde de FOD Financiën dit jaar de ICT Academy. Binnen deze structuur geven interne informatici hun collega's opleidingen voor de interne tools en applicaties van Financiën. "De overheid wordt morgen een aantrekkelijke werkgever", maakt Louis Collet zich sterk. Vooral omdat de FOD de grote middelen inzet om te verleiden. Zo is Financiën aanwezig op de universitaire campussen waar ze laatstejaars ronselt. Ook op de diverse Job Days is de overheidsdienst present. "Samen met Fedict organiseerden we onlangs Build IT-sessies voor jongeren van 12 tot 15 jaar. Zij werden een week lang ondergedompeld in tools voor creatie van websites enz. Je ziet dan dat sommige jongeren gewoon hun pauze overslaan om toch maar met de pc te kunnen werken." Dat is uiteraard imagebuilding voor de langere termijn, maar tegelijk ook een noodzaak, want volgens Selor vertrekt bijna de helft van de federale ambtenaren de volgende 5 jaar met pensioen. Die leegloop wordt slechts gedeeltelijk gecompenseerd door automatisering van bepaalde taken. Hoewel de FOD Financiën tussen 2006 en 2008 toch 200 informatici wist te verleiden, moeten er vandaag nog bijna 70, hoofdzakelijk Nederlandstalige jobs, worden ingevuld. In de openbare diensten zijn de taalkaders erg strikt. De rekruteringsdoelstellingen voor 2009 zijn vandaag nog niet bekend, maar "wij zullen opnieuw tientallen informatici nodig hebben." Marc Husquinet