We beleven opwindende tijden. Veel zekerheden gaan aan het schuiven. In de wereld van het werk is dit niet anders. De helft van alle bestaande jobs staan door technologische ontwikkelingen op de helling. Minder duidelijk is dat door technologische ontwikkelingen ook heel wat nieuwe jobs zullen gecreëerd worden. Of per saldo het totaal aantal jobs gaat dalen valt zeer te betwijfelen. In de jaren '80 was het bijna mainstream om te geloven dat het totaal aantal jobs zou dalen. Dat was niet verwonderlijk. Tussen '75 en '85 verloren we netto 300 000 banen. De werkloosheid explodeerde. Een meerderheid dacht toen dat we nooit nog netto jobs zouden creëren. Intussen weten we dat sinds 85 1 miljoen extra banen hebben gecreëerd. Er verdwijnen veel banen, er komen ook nieuwe banen bij. En ook de bestaande banen veranderen. Dat heeft uiteraard ook allemaal gevolgen voor de vereiste competenties. Zo weten we dat er een duidelijke toename is van banen aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en in bepaalde gevallen ook aan de onderkant. Maar in het midden gaan er net...

We beleven opwindende tijden. Veel zekerheden gaan aan het schuiven. In de wereld van het werk is dit niet anders. De helft van alle bestaande jobs staan door technologische ontwikkelingen op de helling. Minder duidelijk is dat door technologische ontwikkelingen ook heel wat nieuwe jobs zullen gecreëerd worden. Of per saldo het totaal aantal jobs gaat dalen valt zeer te betwijfelen. In de jaren '80 was het bijna mainstream om te geloven dat het totaal aantal jobs zou dalen. Dat was niet verwonderlijk. Tussen '75 en '85 verloren we netto 300 000 banen. De werkloosheid explodeerde. Een meerderheid dacht toen dat we nooit nog netto jobs zouden creëren. Intussen weten we dat sinds 85 1 miljoen extra banen hebben gecreëerd. Er verdwijnen veel banen, er komen ook nieuwe banen bij. En ook de bestaande banen veranderen. Dat heeft uiteraard ook allemaal gevolgen voor de vereiste competenties. Zo weten we dat er een duidelijke toename is van banen aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en in bepaalde gevallen ook aan de onderkant. Maar in het midden gaan er netto banen verloren. Dit zijn slechts enkele veranderingen die bezig zijn. Ook de wijze waarop we werken, waarop het werk wordt georganiseerd verandert. Eén van die zaken die aan het schuiven zijn gegaan is de duidelijke scheiding tussen werk en privé. Randstad bestudeerde het fenomeen in 2008 en herhaalde de studie in 2014. In 2008 was de belangrijkste vaststelling van de studie dat er eigenlijk geen sprake was van een algemene toenemende vervlechting. Voor sommigen was de vervlechting toegenomen maar voor een even grote groep afgenomen. Alleen bij de kaderleden was er sprake van enige toename. In 2014 werd de studie overgedaan. Deze keer is er wel degelijk sprake van een toenemende vervlechting. De gemiddelde vervlechtingsscore (1 = helemaal geen vervlechting tussen werk en privé 10 = volledige vervlechting tussen werk en privé) stijgt op 6 jaar tijd van 4 naar 4,4. Terzelfdertijd hebben de werknemers de perceptie dat het iets minder vlot gaat om werk en privé te combineren. De tevredenheidsscore daalt van 7,1 naar 6,8, wel nog steeds een positieve score. Bij de stijging van de gemiddelde vervlechtingsscore gaat het om meer dan een loutere perceptie van de betrokken werknemers. In vergelijking met 6 jaar geleden zijn er meer werknemers die buiten de traditionele werkuren werken in de privésfeer, zij het dat dit vooral speelt in het weekend en in de vakantie, niet zozeer tijdens de week. Zo daalt het aandeel werknemers die nooit of minder dan 1 uur tijdens een vakantieweek werken van 79 naar 70 %. Het aandeel werknemers die nooit of minder dan 1 uur werken tijdens het weekend daalt eveneens van 71 % naar 57 %. Waarom werken werknemers nu meer buiten de kantooruren in de privésfeer dan vroeger ? Het toegenomen aanbod en bezit van technische tools die het werken buiten de kantooruren vergemakkelijken (smartphones, tablets, laptops) speelt zeker een rol. Daarnaast verwijzen werknemers net als 6 jaar geleden naar een toenemende werkdruk en dwingende deadlines maar ook naar een levensstijl waarin werk en privé door elkaar loopt. Sommige werknemers hebben het zelfs over een soort verslaving om met alles mee te zijn. Veel heeft ook te maken met de vaststelling dat werk voor veel, zij het vooral hoger opgeleide, werknemers spannend en uitdagend is. In dergelijk geval is het vaak lastig om op tijd te stoppen. Twee op drie werknemers is met privézaken bezig op het werk. Dit aandeel is niet veranderd sinds 2008. Voor de helft van de betrokkenen gaat het om hooguit 1 uur in een week. Voor één op vijf gaat het om minimum 5 uur per week, of één uur per werkdag. In vergelijking met 6 jaar geleden worden er vooral meer privé e-mails behandeld. Daartegenover staat dat er minder privé wordt getelefoneerd dan vroeger. Opvallend is dat de meerderheid van de bedrijven geen uitgesproken beleid heeft in deze. In één op vier bedrijven is er een uitdrukkelijk verbod om tijdens de kantooruren met privézaken bezig te zijn. In 6 % van de gevallen is het uitdrukkelijk toegelaten. In twee op drie bedrijven is er sprake van tolerantie. Het effect op het gedrag van de werknemers is nochtans groot. In de bedrijven waar er een verbod is op privézaken tijdens de werkuren ligt het aandeel werknemers die met dergelijke zaken bezig zijn veel lager dan in bedrijven waar er een tolerantie is. Bedrijven die een verbod overwegen moeten echter wel in overweging nemen dat voor een deel van de werknemers hier wel sprake is van een ruil. Werken buiten de kantooruren in de privé-omgeving ? Ok, maar dan wel onder de voorwaarde dat er omgekeerd ook enige flexibiliteit mogelijk is. Is de toenemende vervlechting tussen werk en privé nu een maatschappelijk probleem ? Het is zeker te vroeg om te spreken van een zorgwekkende ontwikkeling. Hierboven wezen we al naar de dubbele realiteit van de toenemende vervlechting. In sommige gevallen is de toenemende vervlechting voor werknemers een goede strategie om werk en privé beter te combineren. Maar er is ook een groep werknemers die klagen over te hoge druk en over noodgedwongen bijwerken. Bedrijven doen er dan ook goed aan om alert te blijven en de ontwikkelingen op de voet te volgen. Het aandeel werknemers die nooit of minder dan 1 uur werken tijdens het weekend daalt van 71 % naar 57 %.