Een conferentie-event als Devoxx blijft een jongleertruuk. Je hebt immers maar een beperkt aantal zalen met elk een beperkt aantal zitplaatsen, en gewoonlijk is het erg moeilijk om te bepalen welke presentatie het meeste volk gaat trekken. "Soms blijft je grootste zaal dan half leeg maar zit een andere zaal overvol," constateert Robin Mulkers, software IT architect bij IBM en lid van het 'steering committee' van Devoxx.. Niet zelden veranderen mensen zelfs nog tijdens een presentatie van gedachten (allicht omdat het onderwerp toch niet zo relevant blijkt voor de noden van de bezoeker) of maken ze hun opinie over de sessie duidelijk door gewoon weg te wandelen.
...

Een conferentie-event als Devoxx blijft een jongleertruuk. Je hebt immers maar een beperkt aantal zalen met elk een beperkt aantal zitplaatsen, en gewoonlijk is het erg moeilijk om te bepalen welke presentatie het meeste volk gaat trekken. "Soms blijft je grootste zaal dan half leeg maar zit een andere zaal overvol," constateert Robin Mulkers, software IT architect bij IBM en lid van het 'steering committee' van Devoxx.. Niet zelden veranderen mensen zelfs nog tijdens een presentatie van gedachten (allicht omdat het onderwerp toch niet zo relevant blijkt voor de noden van de bezoeker) of maken ze hun opinie over de sessie duidelijk door gewoon weg te wandelen. Om snel een kijk te krijgen op de reële verdeling van de bezoekers over de verschillende zalen, zou men natuurlijk gebruik kunnen maken van barcodes maar dat heeft stevige nadelen. Bij de wisseling van de sessies heb je immers een 'verkeerspiek' die heel wat personeel vergt, dat dan vervolgens weer een hele poos werkloos moet toezien. Ook is het niet makkelijk om van personen die vroegtijdig een sessie verlaten de barcode te lezen. En dan moet al die informatie zo snel mogelijk worden verwerkt om er nog tijdens het event baat bij te hebben (bijvoorbeeld door het inzetten van een 'overflow'-zaal of het herhalen van een sessie), zeg maar voor een 'dynamic balancing'. Om aan al die besognes het hoofd te bieden, doet Devoxx dit jaar een beroep op rfid-technologie, in samenwerking met IBM. Concreet wordt op de toegangsbadges tot Devoxx een rfid-chip aangebracht, die het 'verkeer' in reële tijd in kaart kan brengen zowel bij het binnen- als het buitengaan van de zalen. Met deze badges zal de verdeling van de bezoekers over de zalen worden opgevolgd. In combinatie met proximity lezers zullen standhouders die badges gebruiken om de gegevens van bezoekers te lezen en op te slaan. Natuurlijk werd bij dit alles veel aandacht besteed aan privacy, want "we volgen mensen op, geen goederen," onderstreept Robin Mulkers. Zo worden wel aantallen van bezoekers in een zaal geregistreerd, maar niet wie er aanwezig is. "De gegevens worden anoniem opgeslagen," bevestigt Mulkers. In wezen wordt de informatie over een bezoeker centraal opgeslagen door organisator Devoxx, waarna kan worden bepaald wie welke informatie mag opvragen. "Wie de badge leest, vindt enkel een nummer en daar heb je niets aan zonder toegang tot die database. Naam, bedrijf, e-mailadres etc, het blijft allemaal in de Devoxx-database." De informatiestroom uit de database kan zowel 'rules based' als 'location based' (wie mag wat weten in functie van waar hij zich bevindt) zijn. Het Devoxx rfid-project was voor IBM interessant omdat "het een eerste toepassing van rfid-technologie is in conferenties in Europa, met zoveel mensen en antennes. Eerdere toepassingen gebeurden tijdens conferenties van een kleinere omvang, met een paar honderd bezoekers. Niet een event als Devoxx, met om en bij de 3000 aanwezigen." Devoxx is dus een proefproject, maar daarnaast zijn er nog heel wat andere marktmogelijkheden waar grote aantallen snel en efficiënt over meerdere ruimtes worden verdeeld. Zo kan allicht een 'business case' worden geschreven voor een Devoxx-type systeem in de voetbalwereld, waar de eigen en bezoekende fans naar hun respectievelijke stadionruimtes worden geleid (met mogelijkheden om specifieke kaarthouders, zoals mensen die een stadiumverbod krijgen, te weren). Of een en ander betaalbaar blijft voor projecten die een harde return on investment moeten voorleggen? Robin Mulkers: "Projecten in bijvoorbeeld productieketens zijn altijd voor één specifiek bedrijf bestemd. De roi is dan wel duidelijk, onder meer dank zij voordelen inzake traceerbaarheid van goederen, de transparantie van de hele productieketen en de mogelijkheden inzake authenticatie." Dat laatste houdt in dat een bedrijf kan verzekeren dat het geleverde product ook echt een eindproduct van de gedocumenteerde productieketen vormt. Voor jaarlijkse en/of meerdaagse events zoals Devoxx zou de aanschaf van alle nodige apparatuur allicht te duur zijn, merkt Mulkers op, en "het zou natuurlijk beter zijn als deze kan worden gehuurd. Vandaag is dat nog niet makkelijk te vinden." Wellicht is hier een rol weggelegd voor eventbureaus of straatreclamebedrijven. Zo'n bedrijf zou dan ook kunnen instaan voor de verdere ontwikkeling van de software, zodat de aanpassingen voor een specifiek event niet een aantal mandagen ontwikkeling vergen maar slechts het aanpassen van een reeks parameters. Vanzelfsprekend zou een systeem zoals ontwikkeld voor Devoxx ook perfect bruikbaar zijn voor grotere evenementen in het buitenland, zoals die wel vaker worden georganiseerd in conferentiesteden als Barcelona en andere. Het Devoxx-project kon voor het nodige materiaal overigens een beroep doen op supplychainspecialist Intermec (in casu badges, antennes en lezers). Een belangrijke factor blijft natuurlijk de kostprijs van de tags, maar daar komt langzaam maar zeker verbetering in. Voor het Devoxx-project wordt gebruik gemaakt van de nieuwste generatie UHF EPC Gen 2 passsive tags, die met antennes tot op een afstand van 3 m kunnen worden gelezen (en met proximity lezers tot 10 cm). De chips worden bevestigd op papieren tags van goede kwaliteit en voor deze twee samen "is de kostprijs niet significant verschillend ten opzichte van de plastic tags van vorig jaar," rekent Mulkers voor. Het vormt dus absoluut een commercieel haalbaar equivalent, aldus Mulkers, zeker als de lagere kosten inzake personeel (geen bedieners van barcodelezers), het betere gebruik van de zalen en het vlottere verkeer in aanmerking worden genomen. Bovendien zal de ingewonnen informatie worden gebruikt bij de organisatie van de volgende edities van Devoxx, bijvoorbeeld voor het toekennen van de zalen aan sprekers maar ook om te voorkomen dat sessies met naar verwachting grote bezoekersaantallen op hetzelfde tijdstip worden gehouden. Met andere woorden, naast kostenbesparingen kan het systeem ook bijdragen tot het verbeteren van de kwaliteitsbeleving van het event door de bezoekers. Devoxx gaat voor het project dus scheep met IBM, dat vertrekt van een aantal bestaande IBM-producten en daar een beperkte hoeveelheid bijkomend ontwikkelingswerk aan toevoegt. Als basis dient de WebSphere Premises server, waarop dan een aantal specifieke rfid-toepassingen draaien. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van het WebSphere RFID Information Center, dat fungeert als opslagsysteem voor data uit de Premises server en op basis waarvan rapporten, statistieken en dies meer kunnen worden opgesteld. Op deze servers draaien toepassingen, zoals onder meer een 'dock door receiving'-toepassing die het verkeer naar en uit een auditorium moet bijhouden. De overeenkomst met pakketjes die worden geleverd en het magazijn worden binnengebracht, ligt dan ook voor de hand. De aanpassing aan de specifieke noden van Devoxx heeft ongeveer 20 mandagen in beslag genomen, en IBM deed hiervoor ook een beroep op Skillteam. Het Devoxx-project vertoont overigens een grote gelijkenis met andere projecten uit de industriële sfeer, wat Devoxx in wezen "gewoon tot een andere klant maakt." De gebruikte middleware is conform de EPCIS (Electronic Product Code Information Services) standaard van EPCglobal (een organisatie die door GS1 werd opgezet met het oog op het commercieel gebruik van rfid-technologie in productieketens). Op die manier kan makkelijk worden bepaald welke informatie wordt gedeeld en verspreid via rapporten, en welke niet. Voor Devoxx ontwikkelde IBM onder meer een 'dashboard' waarmee het stuurcomité makkelijk het aantal personen per zaal kan opvolgen. Met behulp van EPCIS-conforme producten zal het overigens makkelijker worden om informatie tussen de verschillende partijen doorheen een volledige productie- of leveringsketen uit te wisselen in functie van de noden van elkeen. Het verkeer in en uit de zalen wordt met gewone lezers op afstand opgevolgd, terwijl de toepassing die instaat voor het doorgeven van bezoekersinformatie aan de standhouders gebruik maakt van een 'proximity'-lezer (een toestel waar je de badge dichtbij moet houden). Er werd voor 'proximity'-lezers gekozen om te voorkomen dat gewoon het voorbijwandelen aan een stand al een transfer van gegevens zou meebrengen. IBM zal over het rfid-project een keynotepresentatie brengen op Devoxx.Guy Kindermans