In 1999 ontwikkelde het Amerikaanse bedrijf Texas Instruments het DLP-systeem (Digital Light Processing) om beelden digitaal te projecteren op een filmscherm. DLP is een technologie waarbij miljoenen microscopisch kleine spiegeltjes als optische schakelaars worden gebruikt en samen beelden vormen met een uitzonderlijk hoge resolutie.
...

In 1999 ontwikkelde het Amerikaanse bedrijf Texas Instruments het DLP-systeem (Digital Light Processing) om beelden digitaal te projecteren op een filmscherm. DLP is een technologie waarbij miljoenen microscopisch kleine spiegeltjes als optische schakelaars worden gebruikt en samen beelden vormen met een uitzonderlijk hoge resolutie. TI plaatste wereldwijd dertig prototypes bij bioscoopexploitanten. Daarvan kwamen er twee bij Kinepolis terecht. Enige tijd later kochten Barco, NEC en Christie de (erg dure) licentie van TI over. Ze begonnen de digitale projectoren in kleine oplage te produceren, maar de interesse was aanvankelijk aan de kleine kant: de digitale films volgden niet, en dus wilden weinig exploitanten investeren in de technologie. Barco heeft vandaag een kleine 40 procent van de markt in digitale projectoren in handen. Intussen is er met Sony een speler bijgekomen die projectors ontwikkelt op basis van het concurrerende LCOS-platform (Liquid Crystal on Silicon), een geavanceerde versie van de LCD-technologie. Maar ook het Amerikaanse Eastman Kodak ontwikkelt eigen digitale projectors. De systemen van Kodak gebruiken, behalve projectors op basis van JVC-technologie, ook servers van Sun Microsystems en compressie en beveiligingssoftware van Qualcomm. Je zou bijna kunnen spreken van Amerikaanse en Japanse 'clusters' die concurreren met de Belgische cluster rond Barco en het Luikse EVS (dat met heel veel succes digitale beeldservers en hard discs produceert). Ook Kinepolis zou je tot de Belgische cluster kunnen rekenen, ware het niet dat Kinepolis intussen geopteerd heeft voor digitale beeldservers van de Amerikaanse concurrent Dolby. Eén van de redenen waarom het zo lang duurt voor digitale cinema écht doorbreekt, is juist die wildgroei van toestellen en standaarden. Maar standaarden zijn er intussen, rond de beeldresolutie van een projectie bijvoorbeeld (het aantal puntjes waaruit het beeld is samengesteld). Vandaag is 2K de norm (2 miljoen lichtpuntjes), in de nabije toekomst zal dat 4K worden. Daarnaast is er nog de compressie, het verkleinen van het filmbestand om het later te bewerken en eventueel via de satelliet of het internet door te seinen. De zeven grootste Amerikaanse filmstudios en het Digital Cinema Initiative (DCI) zijn overeengekomen om met de jpeg 2000 ISO-standaard te werken. Bollywood prefereert dan weer de MPEG 4 standaard (zie verderop). Een ander euvel is dat de hightechwereld erg snel evolueert, en de toestellen van nu over enkele jaren misschien compleet verouderd zijn. Een digitale installatie is drie tot vier keer zo duur als een klassieke, maar je moet ze op een veel kortere termijn afschrijven.