Toen gedelegeerd bestuurder Didier Bellens enkele weken geleden het startschot gaf voor een ingrijpende verruiming van Belgacom TV, had hij het ook over de uitwisseling van medische gegevens. Zo zouden er akkoorden zijn met dokters en apothekers over 'e-prescription', en zou de telco medische gegevens van klanten bij gaan houden in de cloud.
...

Toen gedelegeerd bestuurder Didier Bellens enkele weken geleden het startschot gaf voor een ingrijpende verruiming van Belgacom TV, had hij het ook over de uitwisseling van medische gegevens. Zo zouden er akkoorden zijn met dokters en apothekers over 'e-prescription', en zou de telco medische gegevens van klanten bij gaan houden in de cloud. Frank Robben is niet opgezet met die uitspraken. "Bellens zegt compleet foute dingen", oppert de architect achter het federale eHealth-project. "Belgacom stelt wel enkele servers ter beschikking waarop we met Recip-e (het proefproject rond elektronisch voorschrijven in de ambulante sector) versleutelde en beveiligde informatie plaatsen, maar er is geen enkele afspraak om die gegevens naar de eindgebruiker te brengen. Trouwens, hoe zou je een gecodeerd voorschrift tonen aan iemand als je de sleutel niet hebt?" Volgens de administrateur-generaal is digitale televisie in zijn huidige vorm absoluut niet geschikt om persoonsgegevens op een veilige manier naar het televisiescherm te brengen. "Hoe krijg je zekerheid over de identiteit van de persoon voor het scherm? Wat als een ietwat conservatieve vader merkt dat zijn drie dochters de pil voorgeschreven krijgen? Hoe ga je dat oplossen?" Robben wil pas praten met partijen als Belgacom en Telenet op het moment dat er degelijke identificatiemechanismen voor individuen beschikbaar worden. "Je zou bijvoorbeeld de eID in de settop box kunnen steken, ik zeg maar wat. Maar op dit moment overtreed je de privacywetgeving als je medische gegevens uitwisselt via een dergelijk platform." "Belgacom zou er beter voor zorgen dat breedband ook in de last mile beschikbaar is voor iedereen", snuift de topambtenaar. "Want wat als een huisarts de resultaten van een NMR-scan moet binnenhalen? Dan spreken we al snel over verschillende gigabyte aan informatie, toch? Dat de telco's zich daar eens over buigen." Frank Robben kent de lokale gevoeligheden. Hij weet als geen ander dat -terwijl heel wat Europese landen een gemeenschappelijk elektronisch patiëntendossier hebben ingevoerd- een one size fits all scenario onbespreekbaar blijft in België, en dat de zorgsector nog even weigerachtig staat tegenover het delen van medische gegevens als tien jaar geleden. Er zijn intussen al wel enkele 'netwerkjes' actief, zoals de Réseau Santé Wallon en de informatiesystemen rond de universitaire ziekenhuizen van Leuven en Gent (vijf regionale 'hubs' in totaal), maar die initiatieven blijven versnipperd. Vandaar dat er in 2008 beslist werd een 'Belgisch compromis' uit te werken. De basisfilosofie achter het fameuze eHealth-platform is intussen bekend: iedereen blijft baas over de eigen gegevens, en zorginstellingen die dat wensen kunnen gebruik maken van een rist generische diensten. "eHealth dient vooral als doorgeefluik", weet Robben. "We zorgen er voor dat er goed kan worden samengewerkt tussen de verschillende ziekenhuizen. Het platform is een soort van 'metahub' die doorverwijst naar de regionale netwerken, die op hun beurt linken naar de plaats waar de informatie over de patiënt zit opgeslagen." Met andere woorden worden er enkel verwijzingen naar medische gegevens gestockeerd in de hubs en in de metahubs. Voor een patiënt in het hospitaal van Melsbroek, zal eHealth dus linken naar het regionale knooppunt achter Melsbroek, namelijk Leuven. "In het najaar van 2011 zal het fameuze 'verwijzingsrepertorium' echt operationeel zijn, maar intussen zijn er al 24 andere eHealth-toepassingen live", klinkt het nog. "Zo kunnen artsen vandaag al nakijken of een persoon een griepvaccinatie heeft gekregen of een euthanasieverklaring heeft afgelegd, en kunnen thuisverplegers elektronische facturen doorsturen. In 12 ziekenhuizen wordt er al elektronisch voorgeschreven, tegen het einde van het jaar moeten het er 30 zijn." Wat het systeem betreft voor het elektronisch voorschrijven in ambulante context (waarvoor de vzw Recip-e werd opgericht), zal het eerste proefproject begin 2011 van start gaan. Bedoeling is dat huisartsen die een voorschrift schrijven, dat elektronisch kunnen doorsturen naar een apotheek. Naar de toekomst toe droomt Robben van een nauwere samenwerking tussen de ziekenhuizen en de eerstelijnszorg (therapeuten, kinesisten, diëtisten, ...). "Artsen kunnen via eHealth al wel naar de hub achter een ziekenhuis om uiteindelijk bij de gegevens van een patient terecht te komen, maar dat is niet voldoende." "Een fitnesscenter voor hartpatiënten zou in staat moeten zijn om te communiceren met cardiologen. Dat kan vandaag nog niet. Alle spelers uit de eerstelijnszorg zouden moeten afspreken wat er minimaal gedeeld kan worden. Er zijn al wel enkele kleinschalige samenwerkingsinitiatieven in die zin, maar wij zouden daar specifieke software rond willen bouwen. De programma's die vandaag gebruikt worden voor die 'experimentjes', zijn erg amateuristisch." Frederik Tibau