Tien jaar na de liberalisering van de telecommarkt, prijkt de dominante operator nog steeds duidelijk aan de top. In vergelijking met onze telecomenquête van vorig jaar, is de kloof met de alternatieve operatoren en providers in zowat alle deelgebieden nòg groter geworden. Inzake vaste telefonie zegt 77 procent van de ondervraagde bedrijven - een profiel van het onderzochte panel vindt u trouwens in bijgaand kaderstuk - dat Belgacom bij hen de leverancier voor vaste telefonie is. Vorig jaar was dat nog 'maar' 73 procent. Een soortgelijk verhaal vinden we bij de dataverbindingen: 58 procent is klant bij Belgacom, tegenover 54 procent vorig jaar. Voor internet is de situatie vanuit concurrentieel standpunt bekeken nog erger. Waar vorig jaar 46 procent aangaf dat Belgacom instaat voor de internetverbinding van zijn of haar bedrijf, is dat percentage in de afgelopen twaalf maanden opgelopen tot 55 procent. Deze enquête dateert overigens uit de periode voor de overname van Scarlet door Belgacom definitief rond was. Als je ook die cijfers in overweging neemt, dan klimt het Belgacom-kamp tot een indrukwekkende 61 procent van de internetverbindingen.
...

Tien jaar na de liberalisering van de telecommarkt, prijkt de dominante operator nog steeds duidelijk aan de top. In vergelijking met onze telecomenquête van vorig jaar, is de kloof met de alternatieve operatoren en providers in zowat alle deelgebieden nòg groter geworden. Inzake vaste telefonie zegt 77 procent van de ondervraagde bedrijven - een profiel van het onderzochte panel vindt u trouwens in bijgaand kaderstuk - dat Belgacom bij hen de leverancier voor vaste telefonie is. Vorig jaar was dat nog 'maar' 73 procent. Een soortgelijk verhaal vinden we bij de dataverbindingen: 58 procent is klant bij Belgacom, tegenover 54 procent vorig jaar. Voor internet is de situatie vanuit concurrentieel standpunt bekeken nog erger. Waar vorig jaar 46 procent aangaf dat Belgacom instaat voor de internetverbinding van zijn of haar bedrijf, is dat percentage in de afgelopen twaalf maanden opgelopen tot 55 procent. Deze enquête dateert overigens uit de periode voor de overname van Scarlet door Belgacom definitief rond was. Als je ook die cijfers in overweging neemt, dan klimt het Belgacom-kamp tot een indrukwekkende 61 procent van de internetverbindingen. Enkel op het vlak van mobiele telefonie gaat Belgacom dit jaar iets achteruit. 69 procent is klant bij Proximus; dat is een kleine vier procent minder dan vorig jaar. Voor Danielle Jacobs, directeur Beltug, is de conclusie dan ook snel getrokken. "We kunnen gerust stellen dat de liberalisering duidelijk niet geworden is wat ervan verwacht werd. En bovendien kun je bij heel wat concurrenten van Belgacom niet terecht voor alle diensten en ben je onrecht-streeks nog steeds klant van Bel-gacom. Dus dit is duidelijk geen gezonde markt." Volgens Koen Van Loo, directeur informatica bij dienstengroep ADMB, gebruikt Belgacom een weloverwogen strategie om met de liberalisering om te gaan. "Volgens mij willen ze als hoofdspeler niet bewegen tot ze echt niet anders kunnen. Wanneer ze bijvoorbeeld een markt dreigen te verliezen, geven ze wel wat toe." Serge Demeulenaere, Network & Telecom Officer bij Fabricom GTI, ziet nog andere oorzaken voor de aanhoudende dominantie: "De oorzaak zit voor een groot deel bij de eindgebruiker zelf. Ik vergelijk het altijd met Microsoft: het overgrote deel van de bedrijven werkt met MS-software en toch ik hoor ik eindgebruikers constant klagen over trage Windows-pc's, opstartproblemen, noem maar op. En er bestaan alternatieven -gratis zelfs - maar de mensen doen het gewoon niet. Waarom? Omdat ze worden beïnvloed door een erg efficiënte marketingstrategie van Microsoft. En veel operatoren werken op precies dezelfde manier. Bovendien zijn veel mensen niet geneigd om te veranderen, uit schrik voor die verandering." If it ain't broke, don't fix it. "Om niet te moeten veranderen, zijn heel wat gebruikers zelfs bereid om daar een lichte meerprijs voor te betalen", vult Koen Van Loo nog aan. De angst voor verandering blijkt ook niet helemaal onterecht. Volgens Danielle Jacobs moet je al heel gemotiveerd zijn wanneer je er zelf voor kiest om te veranderen. "Bij Belgacom kun je dingen kiezen die veel sneller gaan dan bij de concurrentie - omdat die concurrent op zijn beurt ook een beroep moet doen op Belgacom. Plus: als 'overstapper' weet je dat je in een kastje-naar-de-muur-situatie dreigt te verzeilen van zodra je een probleem hebt. Ben je rechtstreeks klant bij Belgacom, dan heb je natuurlijk het voordeel dat je wéét dat het probleem aan hun eigen infrastructuur ligt. Dus eigenlijk: chapeau voor wie het aandurft om over te stappen. Dat, samen met de honkvastheid en het feit dat Belgacom het eigenlijk niet slecht doet, maakt dat de markt niet is wat ze zou moeten zijn en eigenlijk amper beweegt." Georges Kiss, ICT Core Infrastructure Manager bij De Post, gaat niet helemaal akkoord. "Ik zie toch markten waar Belgacom uit wegtrekt: denk maar aan satellietcommunicatie en dark fibre." Wat onmiddellijk een reactie van Koen Van Loo uitlokt: "Belgacom kan het zich natuurlijk ook veroorloven om een aantal keuzes te maken. Het hangt er maar van af hoe groot de return is. Er ligt natuurlijk al heel wat dark fibre in Brussel en rond de bedrijvencentra: is het voor Belgacom dan nog wel interessant om te blijven investeren in infrastructuur?" Allicht gebeurt het ook dat bedrijven met een voorstel van een alternatieve provider op zak naar Belgacom stappen met de vraag om een tegenvoorstel te bieden. Een stelling die Danielle Jacobs deelt. "Een soort stok achter de deur, en allicht gaat Belgacom daar in veel gevallen ook op in." "Ja, maar uiteindelijk wordt de klant daar dus wél beter van", repliceert Demeulenaere terecht. En zo belandt het gesprek naadloos bij de alsmaar groeiende rol van de aankoopdiensten. De 'purchase managers' krijgen het daarbij steeds meer voor het zeggen wat de telecom- (en ruimer: ict-)behoeften betreft. "Een kwalijke evolutie is dat", zegt Danielle Jacobs. "Aankopers bepalen steeds meer met wie in zee gegaan wordt, louter op basis van de prijs. Vooral in de grote bedrijven zie je dat gebeuren. Sommige purchase managers geven dikwijls vlakaf toe dat ze te weinig afweten van de technologie." Serge Demeulenaere: "Een aankoper heeft doorgaans geen zicht op de behoeften van de eindgebruiker. Hij is getraind en gefocust op het bekomen van de beste prijs." En zo dreigt een bedrijf volgens Danielle Jacobs al snel de mogelijke toegevoegde waarde bij het gebruik van een bepaalde technologie uit het oog te verliezen. Maar is het niet de rol van onze gesprekspartners om die aankoopdienst dan bij te staan met technologisch advies? Serge Demeulenaere: "Bij ons vormt dit helemaal geen probleem. Wij hebben een aankoopdienst en daar zitten ook it-mensen bij. Voice is voor mij trouwens een it-applicatie zoals e-mail er een is. Het is belangrijk dat aankoop en it samen naar de behoeften luis-teren van hun eindgebruiker. Op basis van die informatie kan je negotiëren en krijg je van de juiste provider kwaliteit voor een goeie prijs." Koen Van Loo: "De marketingafdeling van de vendors communiceert ook intensief naar de eindgebruikers met de boodschap dat bepaalde processen veel goedkoper kunnen. Die eindgebruikers komen dan naar ons en vragen: zeg, betalen we niet teveel? Maar uiteindelijk kiezen wij in de eerste plaats toch voor een stabiele technologie." Kristof Van der Stadt