Bij de eGov awards van Agoria worden projecten ook beoordeeld op hun gebruiksvriendelijkheid. Vaak wordt daarbij veeleer gedacht aan een makkelijke, intuïtieve gebruikersinterface, ook geschikt voor personen met een of andere beperking en conform de Europese richtlijn waarover in mei nog een akkoord werd bereikt (en die door Vlaanderen zal worden gehanteerd). Maar 'gebruiksvriendelijk' impliceert tevens digitale diensten die van bij de aanvang worden ontworpen, gebouwd en getest zodat alle burgers er (vlot) gebruik kunnen van maken en er maximaal baat bij hebben. En dat is een heel wat complexer probleem dan wat ooit als de 'digitale kloof' werd omschre...

Bij de eGov awards van Agoria worden projecten ook beoordeeld op hun gebruiksvriendelijkheid. Vaak wordt daarbij veeleer gedacht aan een makkelijke, intuïtieve gebruikersinterface, ook geschikt voor personen met een of andere beperking en conform de Europese richtlijn waarover in mei nog een akkoord werd bereikt (en die door Vlaanderen zal worden gehanteerd). Maar 'gebruiksvriendelijk' impliceert tevens digitale diensten die van bij de aanvang worden ontworpen, gebouwd en getest zodat alle burgers er (vlot) gebruik kunnen van maken en er maximaal baat bij hebben. En dat is een heel wat complexer probleem dan wat ooit als de 'digitale kloof' werd omschreven (en nogal makkelijk werd opgelost met het ter beschikking stellen van pc's). 'Allemaal Digitaal ?' steunt dan ook op uitgebreid onderzoek, en op de ervaring van organisaties uit het middenveld. De auteurs - Ilse Mariën (onderzoekster bij imec-SMIT VUB) en Sara Van Damme (Digitaal. Talent @Gent), evenals een rist enthousiaste veldwerkers - gaan in hun boek niet zozeer uit van groepen als 'kansarmen', maar definiëren acht 'profielen' van gebruikers, met kenmerken die het meegaan in de digitalisering bevorderen of beperken. Naast de beschikbaarheid van middelen, kan dat ook een kwestie zijn van attitude, vormen van uitsluiting, een media-arme of -rijke levensstijl, allerlei (sociale) vaardigheden en ondersteuningsnetwerken. Niet alle profielen vereisen evenveel steun, zodat het beleid en de initiatieven hier hun keuze moeten maken. Belangrijker nog is dat het boek zeven 'bouwstenen' aanreikt (inclusief concrete voorbeelden) hoe een 'e-inclusief' beleid (en bijhorende projecten) kan worden uitgewerkt. Die 'bouwstenen' betreffen een brede visie op e-inclusiviteit ; een beleid op basis van partnerschappen ; e-inclusiviteit als basisreflex bij innovatie- en digitaliseringsprocessen ; het voortbouwen op onderzoek ; een betrouwbare en kwaliteitsvolle toegang tot digitale diensten ; basiscompetenties aanreiken én de uitbouw van ondersteuningsnetwerken. "Ja, je kan het beschouwen als een kookboek," waarmee concreet aan de slag kan worden gegaan, bevestigt Ilse Mariën. Voor Sara Van Damme is dan weer cruciaal dat het sociale aspect, zoals die ondersteuningsnetwerken, steeds voldoende aandacht én middelen krijgen, zodat iedereen samen mee kan zijn en blijven. De context waarin burgers met digitale diensten vlot of problematisch omgaan, moet mee in overweging worden genomen, en vereist allicht eigen, niet puur ict-gerichte oplossingen (en dus zeer zeker de medewerking van andere, complementaire organisaties, zoals uit de socio-culturele sector). Kortom, een grondige studie van 'Allemaal Digitaal ?' mag dan ook als een minimumvereiste worden gesteld voor overheden, opdrachtgevers en bouwers van e-govprojecten op alle niveaus, met het oog op échte 'gebruiksvriendelijkheid'. Zelfs al zijn de voorbeelden afkomstig uit "de Vlaamse klei", verdient dit boek edities in andere talen, zowel in binnen- als buitenland. 'Allemaal Digitaal?, 7 bouwblokken voor een duurzaam e-inclusiebeleid', Ilse Mariën en Sara Van Damme, Uitg. Politeia, 2016, 224p ISBN 978-2-509-02864-8 Guy Kindermans"Gebruiksvriendelijk impliceert digitale diensten die zo worden ontworpen, gebouwd en getest dat alle burgers er gebruik kunnen van maken"