De nood aan ict'ers in België is onderhand een vaste klacht op onze arbeidsmarkt. Afhankelijk van de bron en definitie van 'ict'er' loopt het tekort aan ict'ers in ons land op tot tienduizenden voltijdse jobs. Tegelijk blijken toch heel wat ict'ers werkzoekend te zijn, met - ook hier - de moeilijkheid om oudere personen op de arbeidsmarkt te slijten. Een contradictie? Niet helemaal.
...

De nood aan ict'ers in België is onderhand een vaste klacht op onze arbeidsmarkt. Afhankelijk van de bron en definitie van 'ict'er' loopt het tekort aan ict'ers in ons land op tot tienduizenden voltijdse jobs. Tegelijk blijken toch heel wat ict'ers werkzoekend te zijn, met - ook hier - de moeilijkheid om oudere personen op de arbeidsmarkt te slijten. Een contradictie? Niet helemaal. In het voorbije decennium heeft zich - zoals bekend - een transformatie in heel wat ict-afdelingen in de Belgische bedrijven voorgedaan. Eenvoudige en repetitieve klussen, zoals elementair systeembeheer en eenvoudig programmeerwerk, werden vervangen door geautomatiseerde tools, of (goedkopere) werkkrachten in het buitenland. De ict'er in België moet dan weer aan een hoger profiel voldoen, met meer kennis van systeemarchitectuur, projectbeheer en inzicht in de (commerciële) werking van het bedrijf. Hij of zij moet niet zozeer lijntjes code produceren, dan wel strategisch meedenken hoe ict het bedrijf zijn concurrenten te vlug af kan zijn. Naast de geringe instroom van nieuwe ict-studenten, speelt in België ook het type ict'er een rol in deze toestand. Zo bestaat de Belgische ict-populatie al sinds jaar en dag uit personen die een hogere opleiding van het korte type (graduaat/bachelor) hebben gevolgd. In de Data News 'salarisenquête' van 2011 betrof dat nog steeds 46 procent van alle respondenten, tegen een kwart van de respondenten met een universitair diploma. Natuurlijk zijn ook de opleidingen va het korte type sterk geëvolueerd, maar in het verleden was er toch een vrij duidelijk onderscheid tussen de meer praktijkgerichte korte opleidingen en het meer (theoretische) universitair niveau. Voorts konden (en hebben) heel wat ict'ers met een korte opleiding zich opgewerkt door bijscholing, maar ook dat blijkt relatief. Diezelfde salarisenquête signaleerde erg pijnlijk dat 33 procent van de respondenten in het voorgaande jaar 'geen enkel dag bijscholing' hadden genoten.... en dat voor een jobomgeving die razendsnel verandert (57 procent van de respondenten kon de evolutie maar 'met moeite' bijbenen). Overigens bleek uit schier elke salarisenquête van Data News doorheen de jaren dat minstens 20 procent of meer respondenten van bijscholing verstoken bleef in het voorgaande jaar. Kortom, bijscholing is een must en de aard van de gestelde eisen maakt allicht dat bijscholing op universitair niveau is aangewezen. Sinds jaar en dag bieden de meeste universiteiten studieprogramma's op maat van personen met een job, maar die vereisten wel vaak verplaatsingen naar een campus op avonden en weekends. Wat dan weer niet altijd makkelijk strookt met de drukke en wispelturige agenda's van de meeste werknemers. Een rondvraag bij de universiteiten leert evenwel dat schier overal de studenten nu ook een 'digitale leeromgeving' of 'université virtuelle' wordt aangeboden (met mooi inspirerende namen in een aantal universiteiten, zoals PointCarré (VUB), Minerva (UGent) en Toledo (KU Leuven)...). Het is een platform dat zowel toegang tot cursus- en oefenmateriaal biedt, als communicatie met professoren en medestudenten. Wat precies wordt aangeboden per cursus varieert nog wel, maar dat kan gaan van syllabi en presentaties tot en met videoversies van colleges. Het doel is "een professionele leeromgeving voor de hele studieloopbaan," aldus de KU Leuven over zijn Toledo, zodat onder meer "het volgen van opleidingsonderdelen in andere instellingen kan zonder dure en tijdsintensieve verplaatsingen." De KU Leuven biedt Toledo overigens ook doorheen heel zijn 'associatie' aan, inclusief de hogescholen (wat het aanbod nog sterk verbreedt). Kortom, naast de klassieke programma's voor werkstudenten, bieden deze digitale leeromgevingen de mogelijkheid om teleonderwijs te volgen meer op maat van de druk bezette informaticus. Hoewel in eerste instantie bedoeld om de gewone opleidingen te ondersteunen, kunnen alle studenten die formeel zijn ingeschreven bij een universiteit (op eventueel vormen van vrije studenten na) toegang verkrijgen tot deze omgevingen. Dat kan dus zowel gaan om het volgens van specifieke aparte cursussen, als om het volgen van grotere delen van een opleiding. Vergelijkbare mogelijkheden worden ook al sinds jaar en dag aangeboden door de 'Open Universiteit' - een samenwerkingsverband tussen een aantal Vlaamse instellingen en Nederland. Dat is onder meer de aanpak aan de Universiteit Antwerpen, waar toegang tot de Open Universiteit wordt aangeboden voor schier elke vorm van inschrijvingen (zij het soms voor andere bedragen). De UA schat overigens dat ca. 60 à 70 procent van de ict-gerichte studenten aan de universiteit toch wel aankloppen voor een vorm van bijkomende vorming. Het kan daarbij zowel voorkomen dat iemand een volledige opleiding afbreekt om in dienst te treden van een bedrijf, maar later nog zijn opleiding op afstand verder zet, als er ict'ers zijn die eerst enkele onderwerpen bijspijkeren, om vervolgens over te gaan tot het volgen van de volledige opleiding. Vaak gaat het hierbij ook om een vorm van 'blended learning', met zowel teleonderwijs als het volgen van colleges in de instelling. Opmerkelijk is dat in het Franstalig deel van het land niet echt een equivalent van de Open Universiteit wordt aangeboden. Naast een sterk uitgebouwd systeem van 'sociale opleidingen', is dat allicht ook te wijten aan een gebrek aan politieke belangstelling, klinkt het. Hoewel, sinds kort zou er toch weer tekenen van aandacht hiervoor zijn, aldus Françoise D'Hautcourt aan de ULB, die hier al jarenlang voor ijvert. Overigens ziet D'Hautcourt ook nog een ander obstakel op de weg naar teleonderwijs. Blijkbaar verkiezen werkgevers die opleidingen voor hun werknemers betalen, niet zelden dat die laatsten de colleges zelf bijwonen - kwestie van een soort aanwezigheidscontrole? Volledigheidshalve weze hier ook nog aan toegevoegd dat zowel de VDAB als Le Forem opleidingen via 'webleren' of 'se former par internet' aanbieden, zij het met nog een beperkt aanbod aan ict-cursussen. Vergeet bovendien niet een aanvraag in te dienen voor opleidingscheques, want ict-opleidingen worden heus nog wel vergoed wegens geen opleidingen uit liefhebberij maar wel arbeidsmarktgerichte cursussen. Guy KindermansAfstandleren met 'digitale leeromgeving' en 'université virtuelle'.