GIM is een onafhankelijk consultancybedrijf en softwareintegrator voor geografische informatiesystemen. Het bedrijf met 25 werknemers heeft drie kernexpertises: aardobservatie, GIS en Geo-ICT. Nikolaas Vyverman van GIM ziet direct één grote trend bij Geo-ICT: "Vroeger kocht een bedrijf aparte blokken gegevens en software en zette die in voor één of twee belangrijke toepassingen. " Telecomoperatoren bijvoorbeeld gebruiken al lang GIS-toepassingen om de geografische inplanting van gsm-masten in te plannen en te beheren. "De laatste jaren zien we echter dat bedrijven geografische informatie in toenemende mate gebruiken voor bredere toepassingen, zoals marketing. Bovendien zien we ook een verschuiving van desktoptoepassingen naar webapplicaties via het intranet."
...

GIM is een onafhankelijk consultancybedrijf en softwareintegrator voor geografische informatiesystemen. Het bedrijf met 25 werknemers heeft drie kernexpertises: aardobservatie, GIS en Geo-ICT. Nikolaas Vyverman van GIM ziet direct één grote trend bij Geo-ICT: "Vroeger kocht een bedrijf aparte blokken gegevens en software en zette die in voor één of twee belangrijke toepassingen. " Telecomoperatoren bijvoorbeeld gebruiken al lang GIS-toepassingen om de geografische inplanting van gsm-masten in te plannen en te beheren. "De laatste jaren zien we echter dat bedrijven geografische informatie in toenemende mate gebruiken voor bredere toepassingen, zoals marketing. Bovendien zien we ook een verschuiving van desktoptoepassingen naar webapplicaties via het intranet." Ook Tanguy De Lestré die sinds anderhalf jaar bij Agoria ICT de Geo-ICT-sector in de gaten houdt, stelt die evolutie vast: "Het succes van Google Earth en navigatietoestellen is een teken van deze brede trend. En die zien we ook in bedrijven: het visualiseren van bedrijfsgegevens verschuift duidelijk naar toepassingen in de normale bedrijfsprocessen, waar het vroeger nog om gespecialiseerde taken ging." Deze trend heeft ertoe geleid dat bedrijven geografische informatie nu ook meer gaan koppelen aan business intelligence. "Zo hebben we het GO! (het gemeenschapsonderwijs nvdr.) van de Vlaamse Gemeenschap geholpen met het visualiseren van de procentuele dekking in de regio's en de doorstroming van de leerlingen," zegt Vyverman. "Het streefdoel is om elke school van het GO! de mogelijkheid te geven automatisch kaarten te kunnen opvragen en haar beleid daarop te baseren." De bredere inzetbaarheid van GIS vereist dat het steeds gemakkelijker moet te gebruiken zijn. Nikolaas Vyverman: "In plaats van een beroep te doen op een fulltime GIS-specialist zien we dat bedrijven nu zoveel mogelijk geografische ict willen automatiseren, zodat meer mensen het kunnen gebruiken. Er is bijvoorbeeld een duidelijke trend naar automatisch geocoderen (het toekennen van coördinaten aan objecten nvdr.)." Dankzij gratis toepassingen zoals Google Earth en Google Maps realiseren gebruikers zich nu dat men heel veel gegevens op een kaart kan weergeven. Microsoft heeft ook zijn vrij goedkope pakket MapPoint. Volgens Vyverman zijn deze softwarepakketten voldoende voor een basisniveau en zijn er zelfs grondspeculanten die zich uit de slag trekken met luchtfoto's en Google Earth. "Om Geo-ICT echter nog gemakkelijker inzetbaar te maken in bedrijven en vooral meer te automatiseren zijn er toepassingen op maat nodig. We verwachten in de toekomst dan ook meer maatpakketten en vooral meer dienstverlening in deze markt." Bedrijven van het nut van Geo-ICT overtuigen, is niet zo voor de hand liggend, stelt GIM-directeur Vital Schreurs vast. "In een return-on-investment analyse zijn de kosten nu eenmaal eenvoudiger te meten dan de opbrengst. Het is voor ons een hele uitdaging om die onwetendheid en onzekerheid bij bedrijven te overwinnen." Schreurs noemt GIS een strategisch instrument en hij geeft daarbij een voorbeeld: "Ik ken een bedrijf dat zonder geo-analyse drie vestigingen heeft neergepoot. Vandaag dreigen ze er één te moeten verplaatsen, omwille van teveel overlapping. " Schreurs pleit dan ook voor meer aandacht voor Geo-ICT in het onderwijs, zoals in de opleidingen handelsingenieur. Over het gebruik van GIS en Geo-ICT in de Belgische bedrijven zijn geen concrete cijfers bekend, maar Agoria heeft in 2005 wel een onderzoek gehouden bij 41 bedrijven in de Geo-ICT-sector. Deze bedrijven, die Geo-ICT-tools ontwikkelen en geografische gegevens inwinnen en verwerken, zijn goed voor 1700 jobs en een omzet van 280 miljoen euro. Volgens De Lestré is er nog duidelijk rek in deze markt: "We hebben hier in België iets met kaarten, al sinds Mercator in de 16de eeuw." Tussen overheid en bedrijven zijn er grote verschillen in gebruik van GIS. "Gegevensuitwisseling via open standaarden is voor de overheid heel belangrijk, terwijl dat bij bedrijven nog niet leeft," merkt Vyverman op. Bovendien gebruikt de overheid GIS vooral nog voor de 'traditionele' gespecialiseerde toepassingen en is ze zich vaak niet bewust van bredere toepassingsdomeinen. "Aleen bij de politiediensten zijn zich bewust van de mogelijkheden, zoals kaarten van verkeersveiligheid en criminaliteit." Vyverman wijst in dit verband op een belangrijk minpunt: als we de bedrijven die in opdracht van de overheid werken buiten beschouwing laten, is er weinig samenwerking tussen overheid en bedrijven op vlak van GIS. Volgens De Lestré vormt dit laatste een belangrijke uitdaging. "De vragen naar Geo-ICT worden steeds complexer, waardoor de betrokken partijen steeds afhankelijker van elkaar worden. Samenwerking kan een economische meerwaarde voor alle partijen bieden. Dat kan door overnames, zoals Nokia dat Navteq overnam, maar ook door partnerships en samenwerking tussen overheid en bedrijven." De Lestré noemt de in mei 2007 gepubliceerde Europese Inspire-richtlijn die gegevensuitwisseling tussen overheden regelt een eerste belangrijke stap, maar in de toekomst moeten ook bedrijven daar een plaats in krijgen. "De overheid is een belangrijke toeleverancier van geografische informatie. Voor een verdere ontwikkeling van de markt is het belangrijk dat deze informatie op een gestandaardiseerde manier herbruikt kan worden en een duidelijke kostenstructuur krijgt. Dan zou er een echte 'boost' kunnen komen van Geo-ICT toepassingen." Koen Vervloesem