Een schaap met 5 poten is inderdaad een gehandicapt dier. Maar bedrijven zijn er gek op. Een beenhouwer, dat zou ik nog begrijpen, die heeft een schapenbout extra, maar bedrijven? Is het geen schaap, dan is het wel 'de zeldzame parel' die ze willen vinden. Niet alleen is een parel in se een vervuiling van de oester, maar dan moet die vervuiling ook nog zeldzaam zijn. Was de slogan van een bekende rekruteringskrant niet 'M/V gezocht met uitzonderlijk talent'? Talent volstaat niet, het moet uitzonderlijk talent zijn.
...

Een schaap met 5 poten is inderdaad een gehandicapt dier. Maar bedrijven zijn er gek op. Een beenhouwer, dat zou ik nog begrijpen, die heeft een schapenbout extra, maar bedrijven? Is het geen schaap, dan is het wel 'de zeldzame parel' die ze willen vinden. Niet alleen is een parel in se een vervuiling van de oester, maar dan moet die vervuiling ook nog zeldzaam zijn. Was de slogan van een bekende rekruteringskrant niet 'M/V gezocht met uitzonderlijk talent'? Talent volstaat niet, het moet uitzonderlijk talent zijn. Te veel bedrijven rekruteren nog steeds op basis van deze terminologie, en beseffen eigenlijk niet welke metaboodschap ze kandidaten en de arbeidsmarkt meegeven. Stel je voor, een toekomstige werkgever zegt: 'Eindelijk gevonden, jij bent het schaap met 5 poten dat we zoeken, jou wil ik aanwerven. ' Ten eerste ben ik echt niet blij dat ze mij een schaap noemen. Ten tweede, ben ik absoluut niet gelukkig dat ze mij zien als gehandicapt. Ten derde, vraag ik mij echt of ik voor een bedrijf wil werken waar je misschien alleen maar dit soort mensen vindt? Ergens begrijp ik het wel. Nogal wat bedrijven willen met uitzonderlijk talent hun concurrentiepositie verbeteren. Maar voor sommige bedrijfsleiders is het puur egostrelend: 'In mijn bedrijf komt alleen supertalent binnen, liefst een schaap met 6 poten, want dan ben ik per definitie ook een supertalent. ' En als je hen observeert, stel je jezelf al eens de vraag hoe normaal zij dan inderdaad wel zijn. Liefst komt er een beetje stoere taal bij met oorlogsterminologie: Talentenjacht, The war for talent. Maar in plaats van de oorlog voor talent verklaar je op deze manier eerder de oorlog aan talent. Mensen worden niet graag 'op-gejaagd', in geen van beide betekenissen trouwens. Integendeel, het jaagt kandidaten, de nieuwe Y-generation op kop, vandaag in toenemende mate weg. Zij zijn zeker ambitieus, maar willen eigenlijk niet werken te midden van een kudde gehandicapte dieren, laat staan hiervan de herder worden. Zij vragen hardop dat niet alleen de parel aangeworven wordt, maar ook de hele oester errond, lelijke of minder lelijke schelp incluis. Wil je een 5de 'gigot', dan moet je ook de rest van het dier erbij nemen (en respecteren). Wat veel van deze bedrijven vergeten is de essentie van management. Het is niet de uitzonderlijkheid van het individueel talent dat concurrentiekracht en succes verzekert. Daar zorgt de kunst om normaal talent te vormen en te laten samenwerken voor. De echte kunst is om normale mensen uitzonderlijke dingen te laten presteren. Al heb je voor veel geld de mooiste bakstenen gekocht, als de cement rommel is, vallen de muren omver. Bakstenen moeten bij mekaar passen om een huis te kunnen bouwen. Bakstenen met parels en diamanten kopen is narcistische verspilling. De extra kost maakt het gebouw soms mooier, maar zelden solider. Aan kandidaten vertellen dat je ze wil aanwerven omdat ze een goede baksteen zijn, zal ook niet werken, vrees ik. Maar misschien wel het volgende: een 'unieke mens' is een pleonasme. Elke mens is per definitie uniek. Werf 'gewone' mensen aan en doe er uitzonderlijke dingen mee, dan doe je al gek genoeg.Jan Mertens is headhunter en sinds 15 jaar personal coach in de ict-wereldJan Mertens