Johan Volckaerts studeerde toegepaste economie en ging in 1974 als auditor aan de slag bij KPMG. Vier jaar later stapte hij over naar ITT (International Telephone & Telegraph), toen één van de tien grootste bedrijven van de wereld. Volckaerts begon er als financieel analist in het Europese hoofdkwartier, in de ITT-toren op de Louizalaan. Later was hij er ook finance manager. Midden de jaren tachtig besliste ITT zijn telecomafdeling te verkopen aan het toenmalige Alcatel.
...

Johan Volckaerts studeerde toegepaste economie en ging in 1974 als auditor aan de slag bij KPMG. Vier jaar later stapte hij over naar ITT (International Telephone & Telegraph), toen één van de tien grootste bedrijven van de wereld. Volckaerts begon er als financieel analist in het Europese hoofdkwartier, in de ITT-toren op de Louizalaan. Later was hij er ook finance manager. Midden de jaren tachtig besliste ITT zijn telecomafdeling te verkopen aan het toenmalige Alcatel. Johan Volckaerts: In die periode kwam ik in contact met Gerhard Andlinger, ex-topman van ITT Europe. Midden de jaren zeventig had hij in de VS de private investeringsmaatschappij Andlinger & Company opgericht. Hij nam bedrijven over die in moeilijkheden waren, maakte ze weer gezond en deed ze met winst van de hand. In 1987 ging Andlinger ook in Europa van start, met ex-ITT'er Jim Sexton en mezelf als partners. Het principe is al die tijd hetzelfde gebleven. We richten ons vooral op bedrijven die managementinput kunnen gebruiken. Vandaag telt Andlinger & Company in Europa elf partners, waarvan er zes in Brussel werken. Ons kantoor is trouwens nog altijd op de Louizalaan, op een boogscheut van de ITT-toren. Op welke manier kwam u met Global Graphics in contact? Johan Volckaerts: In 1996 namen we Photoméca over. Dat was een Frans bedrijf dat zich had gespecialiseerd in het ontwerp en de productie van machines voor de belichting en de ontwikkeling van flexografische drukplaten. Flexografie is een drukprocédé dat de verpakkingsindustrie veel gebruikt. Op zich was Photoméca een gezond bedrijf, maar er was een opvolgingsprobleem. We namen de onderneming over. We kozen voor de nieuwe naam Global Graphics en ikzelf werd ceo. In de jaren die volgden kende het bedrijf een snelle groei. Johan Volckaerts: Global Graphics was een succesverhaal. We namen op korte tijd diverse concurrenten en complementaire bedrijven over. In '98 stapten we naar de Europese technologiebeurs Easdaq. Op een paar jaar tijd groeiden we van vierentwintig naar tachtig miljoen euro omzet. Het bedrijf kende zonder meer een snelle, opmerkelijke opgang. Tot dan was Global Graphics nog altijd een producent van machines. Wanneer begonnen de activiteiten rond grafische software? Johan Volckaerts: Dat was in 1999. Ik kreeg een telefoontje van de general manager van Global Graphics Engeland. Harlequin had het receivership aangevraagd (vergelijkbaar met faillissement bij ons, nvdr). Je moet weten, Harlequin was op dat moment dé referentie op het vlak van grafische rastersoftware. Het bedrijf had echter ook zwaar geïnvesteerd in software voor datamining. Dat draaide uit op een grote mislukking, waardoor heel Harlequin onderuitging. U zag hierin een kans om de activiteiten van Global Graphics uit te breiden. Johan Volckaerts: Uiteraard. De timing was perfect. Een softwarebedrijf moet je snel overnemen, voor de medewerkers het schip beginnen te verlaten. Toen ik dat telefoontje uit Engeland kreeg, ben ik onmiddellijk naar het hoofdkwartier in Cambridge gegaan. Op vrijdag was er het eerste contact. We werkten 24 uur op 24 om een lening van vijfentwintig miljoen euro rond te krijgen. Op maandag hadden we een exclusieve optie op zak, en vier dagen later was de overname een feit. In de VS was er een verlengd weekend wegens de nationale feestdag. Dat was ons grote geluk. Toen Amerikaanse bedrijven informeerden naar de voorwaarden voor de overname, was het al te laat. Kort daarna kreeg de economie klappen. Welke impact had dat op Global Graphics? Johan Volckaerts: De periode 2000-2002 was enorm slecht voor de hardwaremarkt. Je moet weten dat we als bedrijf bij de eindklanten niet zo'n grote bekendheid hadden. We leverden onze machines vooral aan de producenten van drukplaten, zoals Dupont, Kodak, Fuji, Agfa en BASF. Klanten die bij hen tekenden voor een bepaald aankoopvolume kregen daar doorgaans een gratis machine bij. Zo werkte dat toen. Toen de drukkerijsector in elkaar stortte, was er uiteraard ook geen vraag meer naar onze machines. Hoe groot was het probleem? Johan Volckaerts: We moesten snel ingrijpen. De omzet van het bedrijf kelderde in één jaar met meer dan dertig procent. De softwaretak was al die tijd rendabel gebleven, maar we liepen het risico dat onze hardwarepoot het hele bedrijf zou nekken. De hardwaredivisie hebben we daarop afgestoten. Het Global Graphics dat tot op vandaag overblijft, is een puur softwarebedrijf. We hadden echter een hoge schuldenlast en de algemene teneur in de markt was dat we het wellicht niet lang zouden uitzingen. Ik ben toen met de banken tot een herschikking van de schulden kunnen komen. We hebben Global Graphics ook grondig gereorganiseerd, en een strak plan voor de maximalisering van de cashflow uitgewerkt. Sinds 2006 zijn alle schulden afgelost. Na de reorganisatie heb ik een stap teruggezet als ceo. Ik ben wel nog altijd voorzitter van de raad van bestuur. In 2002 is Global Graphics een nieuwe weg ingeslagen. Was dat een rechtstreeks gevolg van de crisis in de drukkerijsector? Johan Volckaerts: Inderdaad. Tot dan was Global Graphics via Harlequin actief als toeleverancier voor oem's: bedrijven die de software in hun eindproducten verwerkten. Toen de professionele grafische industrie instortte, moesten we ook andere kanalen gaan bekijken. Zo zijn we bij de markt voor professionele multifunctionals uitgekomen. Iedere printer heeft een zogenaamde rip (raster image processor) in zich. Met Harlequin RIP hadden we al een robuuste rip voor bedrijven waar de printactiviteiten uiterst kritiek zijn, zoals de drukkers van dagbladen. We wilden graag ook instappen in andere domeinen van de rip-markt, met name daar waar Adobe vandaag het overwicht heeft. Hoe wilden jullie concreet de concurrentie met Adobe aangaan? Johan Volckaerts: Een vijftal jaar geleden werkte Microsoft aan de ontwikkeling van het huidige Vista. Microsoft zag dat Adobe met het pdf-formaat steeds meer in Microsofts ecosysteem kwam vissen, en besliste daarom het nieuwe documentformaat xps (xml paper specification) te creëren. Voor consultingdiensten rond de ontwikkeling daarvan klopte Microsoft bij ons aan. Wij zagen daar uiteraard een enorme kans in. Microsoft pushte xps ook bij de printerfabrikanten. Een printer kan de voordelen van het nieuwe formaat maar optimaal benutten wanneer er een stuk native xps-software in de printer zit. Bij HP hebben we toen een contract van tien miljoen dollar binnengehaald - puur voor licenties en onderhoud - voor het gebruik van onze software in HP-printers. Adobe trok echter naar Europees commissaris Neelie Kroes. De dreiging van antitrustmaatregelen heeft Microsoft doen besluiten om Windows 2007 uit te brengen zonder de ingebedde functionaliteit om documenten in het xps-formaat op te slaan. Je kunt de plug-in wel gratis downloaden, maar daar is nauwelijks ruchtbaarheid aan gegeven. Daar kwam bij dat de printerfabrikanten helemaal geen vragende partij zijn, waardoor we ook uit die hoek niet veel meer moeten verwachten. De hype die rond xps bestond, is intussen helemaal verdwenen. HP heeft nog altijd niet één printer gelanceerd die onze software bevat. Moet Global Graphics daardoor het geweer opnieuw van schouder veranderen? Johan Volckaerts: Een goed jaar geleden zijn we beginnen werken aan een nieuwe groeistrategie. We zijn ervan overtuigd dat xps op lange termijn zal doorbreken, maar lang niet zo snel als Microsoft en wij voor ogen hadden. We hebben een schat aan technologie in huis. Waar we vroeger vanuit de technologie vertrokken, willen we nu vooral de behoeften in de markt opzoeken en daarop inspelen. De grafische markt is echter heel star. Bovendien bevinden we ons als toeleverancier van oem's helemaal onderaan de voedselketen. We moeten ons daarin opwerken, zodat we meer rechtstreeks contact hebben met eindklanten. Dat zou ook goed zijn voor de marges. Andlinger & Company is een investeringsbedrijf. Had u Global Graphics niet beter voor de terugval in 2000 van de hand gedaan? Johan Volckaerts:Natuurlijk, alleen had niemand de problemen in de markt zien aankomen. Bovendien zakte het aandeel echt pijlsnel. Al hadden we toen nog willen verkopen, we waren te laat. Vandaar de beslissing om met het bedrijf verder te gaan en de waarde ervan weer op te bouwen. Maar het is wel degelijk de bedoeling Global Graphics ooit weer te verkopen. Zou u zich ooit nog aan andere softwarebedrijven wagen? Johan Volckaerts: Neen. De softwarebranche is me te delicaat, want activa lopen er op benen en zijn dus potentieel erg volatiel. Ik ben per toeval bij een softwarebedrijf verzeild geraakt, gewoon omdat de overname van Harlequin een ongelofelijke opportuniteit bood. Maar ook andere, kleine softwarebedrijven overnemen? Neen, dat zou ik nooit doen. Dries Van Damme