Data News: Toen u bij Handicap International begon, was het strategische it-plan 2004-2007 pas goedgekeurd?
...

Data News: Toen u bij Handicap International begon, was het strategische it-plan 2004-2007 pas goedgekeurd? David Meuleman: Klopt. Tot dan toe was de it eigenlijk een amateuristisch allegaartje. Zo waren er een vijftigtal werkposten, die draaiden onder Windows 95, 98, 2000 én XP. In een eerste fase werd besloten om een efficiënter netwerk te installeren, om dataverlies in de toekomst te vermijden. Dat kwam er na een analyse van de bestaande infrastructuur door een vrijwillige consultant. DN: Waaruit bestond het plan? DM: Bedoeling was om in Brussel een nieuwe it-infrastructuur op te zetten, gekoppeld aan de meest gestandaardiseerde applicaties rond Microsoft, met name Office, SharePoint en Citrix; Navision bestond al. Ik heb toen besloten om niet alles overhoop te gooien. Er werden servers in gebruik genomen voor Exchange, SQL, de proxy, enz. Maar toen we in 2006 SharePoint wilden installeren, stelde ik vast dat we veel te grof geschut in huis dreigden te halen. Het product was veel te complex in installatie en gebruik. In feite hadden we nood aan een oplossing voor documentbeheer met een samenwerkingsaspect. Ik heb dus alternatieven bestudeerd, en in partnership met Bull hebben we de opensource-oplossing eXoPlatform gekozen. Die integreert documentbeheer, een portal en een WebOS met de mogelijkheid om in de toekomst een discussieforum toe te voegen. DN: En op het terrein? DM: Tijdens die periode werd duidelijk dat er nood was aan it-oplossingen die om het even waar konden worden ingezet. Daar zaten een hoop beperkingen aan vast inzake klimaat, elektrische voeding, beschikbare competenties ter plaatse, enz. Kortom, een it-systeem dat robuust genoeg was om te voldoen aan de behoeften van een ngo, maar ook was aangepast aan een lokale context. Toen hebben we opnieuw in samenwerking met Bull en dankzij de bijdrage van studenten een prototype van de NGOBox ontwikkeld: een uiterst robuuste, op Linux gebaseerde server, waarvan de voornaamste modules ontdubbeld werden. Ze moesten kunnen functioneren in extreme omstandigheden - temperaturen van 50 °C, stof, vocht, elektrisch verbruik beperkt tot 300 W - weinig lawaai produceren. De Box werkt met een webinterface en toegangsrechten voor de beheerder en de gebruikers. Het geheel omvat twee redundante servers die in normale situaties de applicaties delen, maar wanneer één server uitvalt neemt de andere alles over. Verder twee 'switches', een nas met Raid5-schijven van elk 250 GB, een UPS, wifi-toegang en een back-up op schijf. Een basisversie kan tot 20 gebruikers ondersteunen. En alle componenten zijn vrij en beproefd. Daarom kan de NGOBox voor 3.000 euro worden aangeboden (zie www.ngobox.org). DN: Waar staat het project nu? DM: Na succesvolle tests in Vietnam en Cambodja in juni 2006, bouwen we momenteel 10 NGOBoxen. Er werden er al twee naar Afrika gestuurd, en binnenkort vertrekken er nog twee naar Vietnam en Cambodja. Het grote voordeel is dat de NGOBox alle basistools voor op het terrein bevat, zoals een fileserver, een printserver, een e-mailserver, een LDAP-directory, firewall, antivirus en antispam, instant messaging, enz. De veiligheidsaspecten, 'monitoring' en het adresbeheer worden centraal geregeld. Beetje bij beetje gaan we meer geavanceerde tools toevoegen. Zo denken we al aan voice over ip met de opensourceoplossing Asterisk - die eerst in Brussel geïmplementeerd zal worden en later in de rest van de landen - of het kantoorpakket OpenOffice. We denken ook aan elektrische voeding via een zonnepaneel of aan een satellietverbinding, en aan toegang tot toekomstige centrale erp/crm-applicaties. DN: Kunt u ons iets vertellen over het it-richtplan 2008-2010?DM: We gaan definitief overstappen van Microsoft naar open source en Linux. Zo migreren van Office 2003 naar OpenOffice, eerst in de hoofdzetel en daarna geleidelijk aan overal. De laptops op het terrein zijn vanaf nu uitgerust met een Linux/Microsoft 'dual boot'. Ook in Brussel zal de it zich inspannen om nog dichter bij de gebruikers te staan en de applicaties homogeen te maken. Zo willen we in samenwerking met Audaxis de erp-oplossing Compiere invoeren en voor de niet-gestructureerde informatie voorzien we eXoPlatform als oplossing voor inhoudsbeheer, met natuurlijk de nodige communicatietools tussen deze twee platformen. DN: Hebben jullie nog meer plannen met de NGOBox? DM: Onze 'it-terreinwagen' werd zo enthousiast onthaald en niet alleen binnen Handicap International trouwens, dat ik eraan denk een 'light'versie van de NGOBox te ontwikkelen. Een kleiner en lichter systeem, bestemd voor kantoren met gemiddeld vijf personen, in plaats van 20 tot 50 personen voor de 'klassieke' NGOBox. Zo'n 'light'versie zou kunnen worden ingeladen in een 4x4 en dankzij een zonnepaneel en een antenne volledig autonoom kunnen functioneren. Hij zou maar om en bij de 1.000 euro kosten en slechts 20 W verbruiken, in plaats van de huidige 200 W van de basisversie. Het ding zou ook andere organisaties kunnen interesseren, kleine Belgische vzw's bijvoorbeeld die niet over grote financiële middelen of veel personeel beschikken, of zelfs scholen, die in het algemeen met dezelfde problemen te kampen hebben als wij. De technologie is nu beproefd via de tropische versie. Het concept van de nieuwe, kleinere NGOBox zal in de loop van juli afgerond worden, en dan ga ik de server installeren in Cuba. We zijn actief aan het nadenken over oplossingen om het project te vermarkten, en in dat geval aan te passen aan de noden van andere organisaties [zie www.cyreno.be, die wanneer u dit leest geactiveerd zou moeten zijn - nvdr]. DN: Hoe word je it-directeur van een ngo als Handicap?DM: Ik ben burgerlijk ingenieur en heb een vijftiental jaar gewerkt in de privésector, vooral in beheer. Gaandeweg kreeg ik steeds meer zin om terreinwerk te doen. Na een periode bij Artsen Zonder Grenzen ben ik in 2004 it-manager geworden van Handicap International. De mensen hebben vaak geen idee van het professionalisme dat in dit soort instellingen heerst. Naast het doel van de organisatie, hebben criteria zoals keuzevrijheid en de betrokkenheid van het personeel de doorslag gegeven. De sfeer en de reden van bestaan van een organisatie als Handicap compenseren de loonverschillen met de privésector. DN: Hoe zijn uw relaties met it-leveranciers? DM: We moeten altijd in het achterhoofd houden dat ons budget afkomstig is van schenkingen. Het is dus een absolute vereiste om de ontvangen giften te respecteren en zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Mijn beleid bestaat erin eenvoudig en betaalbaar materiaal te kopen. Materiaal dat makkelijk te configureren en te gebruiken is. Vandaar bijvoorbeeld onze beslissing om te kiezen voor open source en Linux-oplos-singen in plaats van Microsoft. Daarnaast kunnen we rekenen op de steun van dienstenleveranciers zoals Bull België en Audaxis. Onze prioriteit is de installatie van open, robuuste en duurzame componenten en applicaties, die niet te veel kosten. Daarnaast hebben we zeer goede contacten met onderwijsinstellingen, en vooral de Ecole Supérieure d'Informatique (ESI) en het Institut Supérieur Industriel de Bruxelles (ISIB). Projecten zoals de NGOBox en de ontwikkeling van oplossingen op basis van Compiere en eXoPlatform zouden trouwens nooit het daglicht hebben gezien zonder die stagiairs. Handicap International heeft boeiende projecten, maar geen budgetten om personeel aan te werven. Vandaar het belang van die studenten en stagiairs. DN: Is groene it voor u belangrijk? DM: Voor ons is het essentieel dat we beschikken over duurzaam materiaal dat het lang volhoudt. Dat gegeven lag mee aan de basis van het ontwerp van de NGOBox, waarvan de prijs al op één of twee jaar kan worden terugverdiend dankzij de besparingen op het energieverbruik. Marc Husquinet