Ja, er is leven na Facebook en LinkedIn. Nieuwe en op nichemarkten gerichte initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond. Of het nu gaat om een sociaal netwerk voor de medische sector (epernicus.com), een netwerk voor werknemers uit de telecomsector (INmobile.org) of een Facebook voor Hackers (houseofhackers.ning.com): er is voor elk wat wils.
...

Ja, er is leven na Facebook en LinkedIn. Nieuwe en op nichemarkten gerichte initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond. Of het nu gaat om een sociaal netwerk voor de medische sector (epernicus.com), een netwerk voor werknemers uit de telecomsector (INmobile.org) of een Facebook voor Hackers (houseofhackers.ning.com): er is voor elk wat wils. Eén van de grootste drivers achter die heuse stortvloed aan nieuwe netwerken, is het online platform Ning. Ning doet eigenlijk krak hetzelfde als Facebook, met dat verschil dat iedereen die dat wenst zijn eigen sociale netwerk kan opstarten, met dezelfde karakteristieken en kenmerken als de grote spelers. De bedoeling is om rond specifieke thema's een netwerksite te bouwen, en die vervolgens te gebruiken als 'communicatieruimte'. Audio- of videomogelijkheden toevoegen is kinderspel, idem dito voor het integreren van discussiefora of blogs. Het aanmaken van een netwerk kost slechts enkele minuten. De teller klokt intussen af op 700.000. Ning wordt vaak de long tail onder de sociale netwerken genoemd, naar het fameuze begrip en gelijknamige boek van Wired-hoofdredacteur Chris Anderson. Volgens Anderson zal de nichemarkt op het internet op termijn de mainstreammarkt overstijgen. Niet alleen kaskrakers maken furore, maar ook een lange staart aan gemakkelijk toegankelijke nicheproducten. Bij Ning richten zowat alle netwerken zich op kleinere groepen. De grote verdienste ervan is dat ze kleine gemeenschappen van fans creëren, die rechtstreeks in contact kunnen treden met hun idolen of favorieten. Chris Anderson is één van de grote voorvechters van Ning. "Ik ben alleszins géén fan van de 'one size fits all'-strategie van Facebook", benadrukt hij op zijn blog. "Een klein en gericht initiatief kan een online gemeenschap veel beter dienen. Ik denk dat brede initiatieven zoals Facebook, YouTube en Flickr slechts een eerste en ietwat premature stap zijn in het tijdperk van de sociale media." De internetgoeroe gaat ervan uit dat het niet lang meer zal duren voor élke internetsite een eigen sociaal netwerk heeft. "Van één afgebakende ruimte gaan we evolueren naar een gefragmenteerde schaal, waarbij de sociale netwerken geen deel meer uitmaken van een overkoepelend initiatief zoals Facebook, maar een echte standaardfeature worden op websites." Een ander belangrijk kenmerk van Ning, is dat het volledig gratis is. Een adverteerder of een andere derde partij betaalt de rekening voor de gebruiker. Volgens Anderson is dàt het online model van de toekomst. "Bijna alles waar je nu nog voor moet betalen op het internet, wordt volledig gratis", zegt hij. "Ook films en muziek. Wie zich niet aanpast, zal verdwijnen." Vandaag leven er al talloze websites van reclame en krijgt de bezoeker ervan nooit een factuur voorgeschoteld. Dat kan omdat de kostprijs van breedband- en opslagcapaciteit snel daalt. De marginale kosten om zaken te doen op het internet benaderen steeds vaker het nulpunt, waardoor de prijs ook tot nul kan dalen. Of je één bezoeker hebt of één miljoen, de kosten blijven ongeveer gelijk. Wat dus wil zeggen dat je gemakkelijk kan experimenteren met het gratis weggeven van diensten en producten. Gratis wil dan zeggen dat je als gebruiker tevreden bent met het basisprogramma, en dat je bereidt bent er een hoop reclame bij te nemen. Voor extra toeters en bellen dient er dan wel in de buidel getast te worden. Chris Anderson bedacht er zelfs een speciale naam voor: het' freemiummodel'. Ning werkt helemaal naar de geest van dat model. Ofwel betaal je 20 euro per maand voor een sociale netwerksite zonder advertenties van Google, ofwel krijg je je netwerk volledig gratis maar moet je de advertenties erbij nemen. Op dit ogenblik maakt 95 procent gratis gebruik van de diensten die Ning aanbiedt. Vijf procent betaalt voor de extra features. Die vijf procent betalers zijn voldoende. Want een internetinitiatief zoals Ning kan overleven van zodra één tot vijf procent van het klantenbestand bereid wordt gevonden om in de buidel te tasten. "Het interessante aan de mensen die wel betalen, is dat de prijs voor hen van ondergeschikt belang is", aldus nog Anderson. "Voor die klanten zijn vooral de diensten die ze ervoor in de plaats krijgen belangrijk." Overigens brengt de hoofdredacteur van Wired midden 2009 een nieuw boek op de markt onder de titel 'Free', waarin hij haarfijn uitlegt hoe bedrijven en particulieren online geld kunnen verdienen door het gratis weggeven van producten. "Face it: steeds meer boeken, muziekjes, films en zelfs kunstvoorwerpen worden gratis verspreid via sociale netwerken. Ning huisvest intussen al driekwart miljoen muziekanten, schrijvers en zelfs journalisten. Fans kunnen er in alle rust terecht voor een gratis portie muziek, informatie of film. Hoezo, there's no such thing as a free lunch?" Frederik Tibau