Amy Shuen schreef met 'Web 2.0: A Strategy Guide' zowat hét standaardwerk over all things 2.0. De professor mag web 2.0-goeroe Tim O'Reilly met de voornaam aanspreken, en reist dag in dag uit de wereld rond om lezingen te geven over de ingrijpende sociale transformatie die bedrijven momenteel doormaken.
...

Amy Shuen schreef met 'Web 2.0: A Strategy Guide' zowat hét standaardwerk over all things 2.0. De professor mag web 2.0-goeroe Tim O'Reilly met de voornaam aanspreken, en reist dag in dag uit de wereld rond om lezingen te geven over de ingrijpende sociale transformatie die bedrijven momenteel doormaken. Want voor Shuen is web 2.0 meer een sociaal dan een technologisch gegeven. In haar boek behandelt ze de hype ook nadrukkelijk vanuit businessperspectief. "Eigenlijk draait web 2.0 helemaal niet rond sociale netwerken zoals Facebook of Twitter", aldus de professor. "Belangrijker is de nieuwe manier van denken, de nieuwe manier om klanten te lokken, de exponentieel grotere return on investment die kan worden opgehaald." In 2005 werd er, dankzij de massale doorbraak van breedband, voor het eerst meer geüpload dan gedownload. Dat jaar waren er voor het eerst meer 'gevers' dan 'nemers' op het internet. "In mijn definitie van web 2.0 is dat moment het beginpunt", vertelt Amy Shuen wanneer we haar ontmoeten op het iMinds event in het Gentse ICC. Het boeit Shuen mateloos om te zien hoe verschillende landen omgaan met de complexiteit eigen aan 2.0. "Het is niet omdat je meer ingenieurs of webontwikkelaars telt onder de rangen, dat je je de nieuwe manier van zakendoen sneller eigen maakt, of dat je plots gaat samenwerken en delen", klinkt het. Een voorbeeld dat de Amerikaanse graag aanhaalt, is dat van Flickr en de waarde die gebruikers gecreëerd hebben voor die populaire fotosite. "Oorspronkelijk was Flickr een bedrijf dat computerspelletjes schreef", klinkt het. "Pas toen het management naar de gebruikers begon te luisteren, is Flickr winstgevend geworden." De professor doelt op het feit dat de sharingsite al snel begon te experimenteren met het 'freemium'-model, een inkomstenmodel met verschillende keuzeniveau's waarbij gebruikers die veel opslag nodig hebben, bijdragen in dollars, terwijl anderen 'betalen' door het toevoegen van updates, of door beelden te 'taggen'. "Flickr onderzocht als één van de eersten in hoeverre klanten willen betalen voor een dienst, en belangrijker, op welke manier ze kunnen bijdragen aan de site en op die manier toegevoegde waarde creëren. Hoe diep wil een actieve en geïnteresseerde community in de buidel tasten? En hoe kan je iemand veranderen van een passieve koper in een interactieve, geëngageerde gebruiker die bijdraagt aan het succes van je site?" De daarmee gepaard gaande 'transformatie' hebben de meeste bedrijven nog niet kunnen maken, weet Shuen. "Het traditionele koper/verkoper model aan de kant schuiven ís ook een grote sprong. Er is veel moed voor nodig om een deel van je producten gratis weg te geven, en enkel geld te vragen voor een specifiek aanbod." Hoe kan je als bedrijf dan snel inspelen op de veranderende markt? "Denk bijvoorbeeld aan het succes van Amazon, dat zijn winkel opgaf om te kunnen groeien", gaat Shuen verder. "Een recenter voorbeeld zijn de mash-ups van Google, waarbij toepassingen gebouwd door derden gekoppeld worden aan de technologie van de zoekgigant." Volgens de auteur is het heel wat gemakkelijker geworden om nieuwe ideeën uit te proberen. "Je kan op enkele dagen tijd een toepassing testen bij een rist eindgebruikers, en er meteen feedback over krijgen. Dat fast entrepreneurschip gaat in de komende jaren een groot verschil maken." "Als gastprofessor aan de Universiteit van Washington ben ik betrokken bij verschillende cursussen die een voorbode zijn van wat er te gebeuren staat. Zo leren we bachelors om op enkele weken tijd een Facebookapplicatie te schrijven en te testen. Ze moeten een echt concept in elkaar steken en dat dan meteen verspreiden onder hun Facebookvrienden. Op basis van de feedback die ze krijgen, kunnen ze desgewenst nog veranderingen aanbrengen." "Deze manier van werken staat model voor het ondernemerschap van de toekomst", klinkt het zelfzeker. "Het voordeel van simulaties met feedback in 'real time' is dat potentiële klanten je onmiddellijk kunnen vertellen wat ze goed vinden en wat niet. Dankzij sociale netwerken zoals Facebook kan je een idee gratis verspreiden, en krijg je feedback van mensen van wie je weet dat ze tot de doelgroep behoren." Een bedrijf uit de it-sector dat het erg moeilijk heeft om zich deze nieuwe manier van werken eigen te maken, is Microsoft. "Experimenteren op kleine schaal staat nog niet in het woordenboek van Redmond. Terwijl je niet per se veel mensen nodig hebt om succesvol te zijn met een applicatie. Microbetalingen van een relatief kleine groep volstaan vaak. Denk maar aan het gigantische succes van widgets op de iPhone." Apple lanceert in de komende weken een toepassing voor microbetalingen bínnen applicaties. Is Steve Jobs de concurrentie weer te snel af? "Apple zegt eigenlijk: als je een toepassing bouwt voor de iPhone, ga je daar geld mee verdienen. Een klein stukje van de transactievergoeding gaat naar Apple, omdat dat bedrijf dat mogelijk heeft gemaakt." Of hoe je klanten toch kan doen betalen voor applicaties die in eerste instantie gratis zijn. "In plaats van te zeggen: we stoppen met gratis, zoek je een manier om op een indirecte manier toch geld te verdienen. En er zijn ontelbare manieren om extra waarde te creëren waar voor betaald kan worden." "Wanneer je een groot publiek bereikt, zal dat publiek niet enkel voor netwerkeffecten zorgen, maar kan je gebruikers ook gaan microtargetten. Je verplicht mensen niet langer om te betalen, maar je laat ze als het ware zelf kiezen. Belangrijk daarbij is dat er de juiste verbanden gelegd worden." Mediamagnaat Rupert Murdoch (News Corp, o.a. The Wall Street Journal) kondigde onlangs aan dat de tijd van de gratis nieuwssites voorbij is. Hij wil stoppen met gratis, en opnieuw geld vragen voor artikels op zijn sites. "Als iemand zoals Murdoch zegt dat het gratis-tijdperk voorbij is, dan begrijpt hij de markt niet goed", reageert Shuen. "Het is niet het gratis-model dat stuk is, maar het traditionele reclamemodel van de media waarbij er betaald wordt voor een vage belofte aan eyeballs." "Op het internet moet je in feite enkel betalen voor performance. Murdoch, en andere krantenuitbaters met hem, hebben nog geen goede manier gevonden om geld te verdienen aan wat er online gebeurt. Hij heeft de lezersgroepen die willen betalen voor bepaalde content nog niet gevonden. Terwijl deze microsegmenten de taart juist groter kunnen maken. Maar toegegeven, als je Google niet bent, is het nog erg moeilijk om te achterhalen hoe je microsegmenten juist te gelde kan maken." "Waarom zou je een nieuwsartikel niet gratis kunnen lezen, en begin je pas te betalen als je wil afdrukken of kopiëren? Ook als je meer informatie wil over een onderwerp, kan je bijdragen. Of wanneer je een lijstje wil van gerelateerde artikels. Opnieuw: er zijn zo veel manieren om waarde te creëren. Succesvolle bedrijven slagen daar ook in." "Als Murdoch gelijk zou hebben, dan hadden we toch ook geen Visa-kaart op zak? Wie betaalt er voor onze kredietkaart? De handelaar, toch? Hij betaalt één procent aan Visa, omdat hij dankzij die organisatie meer klanten over de vloer krijgt en dus meer verkoopt. De taart wordt groter, en iedereen profiteert. Als Murdoch ervan uitgaat dat er enkel transacties mogelijk zijn tussen de kopers en de makers van een krant, dan is hij niet meer mee." Maar terwijl Amy Shuen de wereld rondreist om de 2.0-boodschap te verspreiden, heeft iedereen wel al de mond vol van web 3.0, het semantische of intelligente web dat informatie filtert en gebruikers begrijpt. "Het semantische web de naam '3.0' geven en het linken aan technologisch georiënteerde aspecten van search is mijns inziens niet helemaal correct. Er moet nog veel water naar de zee vloeien voordat de transformatie inherent aan web 2.0 rond is, en voordat de nieuwe businessmodellen algemeen aanvaard en gebruikt worden." "Het zal nog jaren duren voor dat het topmanagement van grote bedrijven beseft dat het geweer van schouder veranderd moet worden. Om dan nu al volop te gaan focussen op een nieuwe technologische evolutie, is misschien een foute benadering. En elke organisatie die nu al succesvol omgaat met 2.0, laat nog maar het topje van de ijsberg zien." "Web 2.0 is een managementfenomeen dat nog niet is doorgedrongen in de mindset van de grote spelers. Maar het is wel de onmiskenbare hoesteen van hoe een bedrijf er in de 21ste eeuw zal uitzien. Er zijn wel al enkele organisaties die het goede voorbeeld geven, niet omdat hun werknemers op Facebook zitten of omdat ze zogezegd geïnteresseerd zijn in sociale netwerken, maar omdat ze echt geloven in open systemen, in samenwerkingsverbanden, in inkomstendeling, in microtargetting en het engagement van gebruikers, ...." "Bedrijven die niet geloven in deze evolutie zouden de trein wel eens kunnen missen. Ik zie dat nu al een beetje gebeuren in China. Ja, dat land heeft een schitterende nieuwe infrastructuur en steekt de VS voorbij op heel wat domeinen. Maar minder dan twee procent van de bedrijven is geïnteresseerd in het nieuwe paradigma. Op termijn is dat nefast!"