"Geld was niet doorslaggevend", klinkt het meteen eensgezind wanneer ze de keuze toelichten voor het bedrijf waarin ze voor hun eerste job aan de slag gingen. "Het financiële aspect is altijd secundair geweest voor mij, nog altijd trouwens. Ik zou op dit moment makkelijk ergens anders meer kunnen verdienen, maar ik doe mijn job graag", zegt Ruben Thys, Tridion developer bij Amplexor. "Voor mij was het wel belangrijk om kort bij mij werk te zitten. Ik woon en werk nu in Leuven. Mijn vriendin studeert nog in Leuven, en ik wil graag snel thuis zijn."
...

"Geld was niet doorslaggevend", klinkt het meteen eensgezind wanneer ze de keuze toelichten voor het bedrijf waarin ze voor hun eerste job aan de slag gingen. "Het financiële aspect is altijd secundair geweest voor mij, nog altijd trouwens. Ik zou op dit moment makkelijk ergens anders meer kunnen verdienen, maar ik doe mijn job graag", zegt Ruben Thys, Tridion developer bij Amplexor. "Voor mij was het wel belangrijk om kort bij mij werk te zitten. Ik woon en werk nu in Leuven. Mijn vriendin studeert nog in Leuven, en ik wil graag snel thuis zijn." Frederic Bodson, business analyst bij het Mechelse EDS, woont in Zoersel, terwijl de meeste van zijn klanten in Brussel te vinden zijn. "Geen optimale combinatie", lacht hij. "Ik heb vooral gekozen voor een groot bedrijf, met veel mogelijkheden en een brede toekomst, waarbij je niet vasthangt aan één richting of één sector. En wat het geld betreft: de bedrijven waar ik het van weet, daar liggen de lonen toch overal op hetzelfde niveau. Je gaat je keuze toch niet laten afhangen van 50 of 100 euro per maand extra? De extralegale voordelen - de auto voorop - speelden dan weer wel een rol", aldus Frederic. Pieter Meijlaers, account manager bij GFI, gaat niet meteen akkoord: "Bedrijfswagen? Heb ik gekregen, maar ik had al een eigen wagen. Een gsm? Daar had ik via de projecten in mijn vrije tijd al toegang tot. Een laptop? Tja, de laptop die ik voor mezelf koop heeft toch altijd net iets meer dan wat je standaard van een bedrijf krijgt (lacht)." Alle vier werken ze nog steeds bij de werkgever van een jaar geleden. Geen vaste regel, zo blijkt, want heel veel afgestudeerde leeftijdsgenoten en vrienden van hen zijn ondertussen wel al veranderd van job. Tijdens het gesprek wordt snel duidelijk waarom 'onze' vier ict'ers zich wél goed in hun vel voelen: de verkregen flexibiliteit. "Die is voor mij heel belangrijk", geeft Pieter (GFI) aan. "Ik begin te werken wanneer ik wil en ik stop bij wijze van spreken ook wanneer ik wil: die luxe heeft lang niet iedereen. Wat ik ook merk is dat je bij een klein bedrijf makkelijker in discussie kan treden met je baas en dat je het over je jobinhoud kan hebben. En ook het gezellige van een kmo spreekt mij wel aan." Frederic (EDS): "Ik moet dat toch tegenspreken hoor. Die flexibiliteit kennen wij ook en discussies over jobinhoud kunnen wij ook voeren. Ik heb in het begin een testproject gedaan en dat beviel mij helemaal niet. Ik heb dat toen vlakaf gezegd dat ik niet langer in dat technische traject wilde zitten, dat ik daar geen interesse voor had." "Ik zat eerst ook met een project dat mij niet lag", pikt Jan Van de Poel, field technical specialist bij IBM daarop in. "Ik ben naar mijn manager gestapt en heb eerlijk gezegd dat het werk mij niet echt kon boeien. We hebben samen gezeten en dan heeft zij voor mij gesprekken opgezet met mensen in verschillende afdelingen bij IBM. En zo ben ik uiteindelijk van jobinhoud veranderd. Je moet dus niet per se in een kmo zitten om flexibiliteit te hebben: je moet gewoon voor je mening durven uitkomen. Het kan misschien niet overal en altijd, maar als je het niet probeert dan verandert er ook niets." Langs de andere kant impliceert flexibiliteit dikwijls lange werkdagen. Of is dat een vooroordeel dat ondertussen achterhaald is? "Ik probeer in ieder geval zoveel mogelijk van 9 tot 6 te werken, en daarna is het voor mij gedaan", geeft Ruben aan. "Maar als ik een aantal uurtjes vroeger wil stoppen, om die achteraf in te halen, dan is dat doorgaans geen enkel probleem." "Mijn werkschema is toch flexibeler hoor", zegt Jan (IBM): "Ik moet van Geel naar Brussel, maar ik werk eerst thuis. Nu ja, als ik om 9 uur bij een klant in Brussel moet zijn, dan moet dat maar. Dat betekent om 7 uur vertrekken en hopen dat ik de files voor kan zijn. En ja, er zijn momenten dat je echt wel aanwezig moet zijn. Die probeer je dan zoveel mogelijk in de namiddag te zetten, maar als het echt niet anders kan neem je die files er toch bij." Frederik ziet gelijkenissen met de aanpak van IBM. "Mijn flexibele werkuren hangen af van de wensen van de klant. De klant waarvoor ik nu werk eist bijvoorbeeld dat we 8 uur per dag aanwezig zijn. Zijn we er niet, dan wordt er niet gefactureerd, zo simpel is dat. Terwijl andere klanten vooral het eindresultaat belangrijk vinden en zich eigenlijk niet moeien met hoe dat tot stand komt. En van die afspraken en die contracten hangt onze flexibiliteit dus af. Anders gezegd: zolang je niet aan de regels van de klant gebonden bent, kun je je zin doen (lacht)." Als elke klant nu dezelfde eisen stelde en zou willen dat Frederic elke dag stipt ter plaatse was van 9 tot 5, dan zou de situatie wel anders zijn, zegt hij zelf: "Ik ga niet heel mijn leven 4 uur per dag in de auto zitten, dat mag wel duidelijk zijn. Zo ga ik mij nu al een motor aanschaffen om het fileleed wat te verzachten: op 2 wielen heb je doorgaans toch wat minder last van het verkeer (lacht)." Het tekort aan it'ers is nog steeds nijpend. Pasklare oplossingen hebben onze vier eerste jobbers ook niet meteen klaarliggen. Jan stelt zelfs openlijk de vraag of het überhaupt wel nodig is om jongeren te motiveren om voor een it-carrière te kiezen: "Ja, er is nu een tekort, maar acht jaar geleden was er nog een overschot; dat is gewoon het fluctueren van de markt. Heeft het wel zin om mensen te overhalen die liever iets anders zouden doen, gewoon om een tekort op te vullen dat nu bestaat?" Allemaal erkennen ze wel dat er nog steeds een groot perceptieprobleem bestaat. Frederic: "It is zo ruim. Wat heeft een programmeur nog gemeen met een business analist? De meesten plakken nog steeds het etiket 'code' op een it'er." Ruben: "Dat oude cliché blijft maar bestaan, hé. Nochtans is it inderdaad zoveel breder dan alleen maar programmeren en code schrijven. Tegenwoordig is het in een fatsoenlijk bedrijf gewoon niet meer mogelijk om enkel maar code te schrijven zonder contact te hebben met klanten en hun eisen en noden in te zien." Pieter: "En altijd maar klagen dat er te weinig meisjes voor it kiezen, terwijl dat volgens mij gewoon met basisinteresses te maken heeft. Al van in hun jeugd hebben bijzonder weinig meisjes interesse in informatica. Ze focussen op andere - misschien socialere - dingen. Beroepen als verpleegkunde, daar zie je bijvoorbeeld wel veel vrouwen." Over hun gevolgde opleidingen zijn ze alle vier behoorlijk tevreden. De handelsingenieur van de Universiteit Antwerpen (Frederic) klaagt over een tekort aan informatica-achtergrond ("Ik wil ook wel kunnen meespreken over AS/400 systemen" en "een overzicht van alle programmeertalen zou toch handig geweest zijn"), terwijl de master informatica van de Universiteit Hasselt (Ruben) net vindt dat een degelijke business-achtergrond ontbrak. Niets nieuws onder de zon: die discussie loopt al jaren. Toch zien ze nog ruimte voor verbetering. Pieter laat ons meteen kennismaken met het volgende wilde idee - kwestie van zijn imago van ideeënspuier bij GFI alle eer aan te doen: "Waar ik al een paar keer over gesproken heb met proffen, is het idee van richtingoverschrijdende eindwerken. Zet bijvoorbeeld iemand van een it-opleiding samen met een handelsingenieur en iemand die rechten gestudeerd heeft en laat die samen aan een project werken. Iedereen leert van elkaars richting. Dat zou volgens mij zowel voor het bachelor- als het master-eindwerk een goede insteek kunnen zijn. Maar het is praktisch niet altijd makkelijk in te vullen." Misschien is zo'n innovatieve aanpak iets zijn voor de Universiteit Hasselt? Ruben: "Hasselt is zo'n beetje het buitenbeentje van de Belgische universiteiten. Ze proberen weleens iets nieuws. Ik heb bijvoorbeeld een volledig zelfstudieprogramma gehad in die vier jaar. Dat wil zeggen dat je een uur per dag college volgt, en vervolgens alles volledig op je eigen tempo verwerkt. En dat lukte erg goed. Het vraagt wel veel van je, veel verantwoordelijkheid ook. Of nog een voorbeeld. In het derde jaar huurt de universiteit een studentenkot. Drie of vier studenten krijgen dat kot voor een heel jaar. Daar staan dan computers, borden e.d. in, en in die ruimte kunnen ze dan rond projecten werken. Hasselt werkt wat kleinschaliger dan de andere universiteiten, maar dat is volgens mij net de sterkte. Dat projectmatige werken is ook wel nodig binnen de it." En zo komt het gesprek op het middelbaar onderwijs. "Hoe informatica in het secundair onderwijs voorgesteld wordt, dat vind ik een probleem", zegt Ruben. "Microsoft, Explorer, Word; ... voor mij is dat geen informatica maar burotica. Dat niveau moet worden bijgesteld zodat je een realistischer kijk krijgt op wat informatica écht is." Pieter vervolgt: "Voor heel wat mensen in het ASO, is een stukje programmeren, bijvoorbeeld Delphi, heel zwaar hoor. Misschien moet er een ASO-richting gecreëerd worden waar it wat meer in the picture komt." Jan (IBM) gooit nog wat olie op het vuur: "Ik heb in de zes jaar middelbaar onderwijs zelfs nooit een uur informatica gehad!", klinkt het. Frederic heeft op die tijd welgeteld twee uur 'kennis van internet' gekregen. "Ik heb er een Hotmail-adres aan overgehouden", lacht hij. "Ik zou denk ik overwegen om die 'burotica' eerder aan te bieden in het lager onderwijs", vervolgt hij. Jan: "Ik vraag mij eigenlijk af of die basis burotica nog wel nodig is. Ik kan mij inbeelden dat een vijftienjarige van nu al goed overweg kan met de basisfuncties van een computer. Misschien veeleer een vak 'computergewenning' geven in het lager onderwijs, naar analogie van 'watergewenning'?" Pieter: "Je zou er van schrikken hoeveel kinderen en jongeren nog niet met een computer kunnen werken - je ziet ze misschien minder vaak. Af en toe geef ik les aan 15- of 16-jarigen - weliswaar niet uit het ASO. En dan merk je echt wel dat sommigen helemaal geen kaas gegeten hebben van computers." Ruben: "Volgens mij is informatietechnologie in het secundair onderwijs te vergelijken met de lessen lichamelijke opvoeding. Voor sommigen is dat spielerei, voor anderen is het zwoegen om er door te geraken. En wat zie je dan in België? Dat er nauwelijks sprake is van topsport. In andere landen lukt het dat blijkbaar wel. Informatica valt in ons land in hetzelfde verdomhoekje als LO, PO: de opvulvakjes. Dus dringend hervormen, wat mij betreft." Onze vier boys zijn zonder veel moeite in de it-wereld beland en beseffen maar al te goed in welke luxepositie ze verkeren. Hoeveel sollicitatiebrieven hebben ze bijvoorbeeld verstuurd? Ruben: "Geen enkele. Gewoon online mijn cv ingevuld: een voorbeeld van waar web 2.0 wél nuttig kan voor zijn. Van zodra het online stond, rinkelde de gsm bij wijze van spreken om de tien minuten. Het was bijna zo erg dat ik al overwoog om een nieuwe simkaart te kopen (lacht)." Jan: "Eén keer, voor mijn stage bij IBM. Ik had mijn cv online gezet, en na wat bellen ben ik vier of vijf keer gaan solliciteren. Meestal mag je ook direct beginnen, maar ik heb toen in alle eerlijkheid gezegd dat ik eerst het einde van mijn stage wilde afwachten en dan pas beslissen." Pieter: "Tja, ik heb ook geen enkele brief gestuurd. Ik stond sowieso wel al in contact met heel wat bedrijven via mijn eigen projecten rond mobiele communicatie. Bij een van hen mocht ik beginnen, maar ik wou toch eerst mijn cv ook even online zetten. En toen hebben de mensen van GFI mij gebeld." Frederic: "Ik heb bij een tweetal bedrijven gesolliciteerd, maar uiteindelijk heeft EDS mij ook zelf gecontacteerd. En ik durf het eerlijk toegeven: ik kende EDS zelfs helemaal niet!" Of ze nog mensen uit hun studentenkring kennen die nog geen werk gevonden hebben? "Nee, en die zouden het dan toch zelf gezocht hebben", repliceert Frederic meteen. "Je moet al heel veel moeite doen om als it'er niet aan de bak te komen (lacht)." @ Kristof Van der Stadt