Van een bedrijf met ruim 1,1 miljoen werknemers dat een omzet draait van 150 miljard dollar verwacht je een opzichtig en imponerend hoofdkantoor dat die grandeur toch een klein beetje uitstraalt, maar niets van dat alles bij Foxconn, wel integendeel.
...

Van een bedrijf met ruim 1,1 miljoen werknemers dat een omzet draait van 150 miljard dollar verwacht je een opzichtig en imponerend hoofdkantoor dat die grandeur toch een klein beetje uitstraalt, maar niets van dat alles bij Foxconn, wel integendeel. De Belgische delegatie die in het gezelschap van Waals vicepresident en minister van economie en innovatie Jean-Claude Marcourt (PS) op bezoek ging bij 's werelds grootste producent van elektronische apparaten, werd naar een afgeleefd en bijna aftands kantoorgebouwtje gereden in een onaantrekkelijke suburb van de Taiwanese hoofdstad Taipei. Ceo Terry Gou, die Foxconn 41 jaar geleden oprichtte als een producent van televisieknoppen, zou een discreet en eenvoudig man gebleven zijn, en die ingesteldheid wordt tot in het absurde toe vertaald naar alle geledingen van het bedrijf. Als de Taiwanese hoofdzetel al één ding uitstraalt, dan is het wel functionaliteit. Om het met de woorden van onze gids te zeggen : naar Foxconn kom je om te werken, er is geen ruimte voor fantasietjes. Gou illustreert perfect tot wat voor bevreemdende situaties dat kan leiden wanneer hij Marcourt en zijn gevolg toespreekt via videoconferencing vanuit een megafabriek met 300.000 werknemers in de buurt van de Chinese stad Shenzhen. Eerst krijgen we te zien hoe de ceo luid slurpend een tas noedels naar binnen werkt in een klein achterafzaaltje waar hij met enkele van zijn - verbouwereerd in de lens kijkende - managers aan het vergaderen is. Wanneer hij enkele minuten later rechtstaat om onze minister de virtuele hand te schudden, merken we dat hij enkel slippers draagt. Dat Foxconn zo low profile blijft als onderaannemer, is één van de redenen waarom 's werelds grootste technologiebedrijven zo graag met het bedrijf samenwerken. Amazon, HP, Cisco, BMW, Nokia, Sony en natuurlijk ook Apple : allemaal zijn ze kind aan huis in Taipei. In één van de ruim 30 fabrieken die Foxconn uitbaat in China wordt momenteel trouwens in het grootste geheim de iPhone 7 ontwikkeld. En wanneer we binnenstappen in de demoruimte benadrukt onze gids dat Foxconn nauw heeft samengewerkt met Steve Jobs aan de allereerste iPhone in 2007. Weinigen die het weten, maar Foxconn ontwikkelt dus ook zelf technologie. Het bedrijf laat ook niet na dat te benadrukken in het bijzijn van de Belgen. Bijna de helft van de componenten uit een iPhone zijn afkomstig van Terry Gou en zijn kornuiten. Hetzelfde geldt voor de toptoestellen van HTC. "Eigenlijk heeft iedereen wél iets in huis van Foxconn", klinkt het in Taipei. Naar eigen zeggen wordt 6 tot 7 procent van de bedrijfswinst in research & development geïnvesteerd. Volgens vicevoorzitter Fang-Ming Lu staat Foxconn zelfs op de zevende plaats in de wereld bij het indienen van patenten. De Nokia N1 Android-tablet bijvoorbeeld, is een toestel dat volledig door Foxconn werd bedacht en uitgewerkt. En ook de 'smart key' voor wagens van BMW (een slimme autosleutel die informatie over de auto laat zien op een piepklein schermpje), zou volledig door de Taiwanezen zijn ontwikkeld. Dat Foxconn zwaar inzet op eigen 'innovaties' (onder andere in telecom, green tech, big data, IoT, elektrische wagens,....), is voor een stuk om zijn klanten te kunnen behouden. Die klanten kunnen immers gratis gebruik maken van Foxconn-gepatenteerde technologie, al er zit ook een bescherming ingebakken in het systeem. "Wanneer Foxconn merkt dat een afnemer intern ontwikkelde technologie bijvoorbeeld ook elders gebruikt, gaat de deur onherroepelijk dicht en wordt de samenwerking meteen stopgezet", verduidelijkt Fang-Ming Lu. Eén van de vragen die we het vaakst hoorden terugkeren bij de Belgen in Tapei, was hoe Foxconn er voor zorgt dat er geen belangenconflicten ontstaan tussen grote klanten, en hoe Terry Gou en co. het intellectueel eigendom van een merk zoals Apple beschermen. "Al onze productgroepen opereren in van elkaar gescheiden gebouwen, en voor onze grote klanten bouwen we aparte fabrieken", legt pr-coördinator Jimmy Huang uit. "Voorts blijven alle productieprocessen gescheiden : er staan niet enkel fysiek maar ook digitaal dikke firewalls tussen de verschillende afdelingen." En nu we het toch over fabrieken hebben : als Foxconn al een belletje doet rinkelen bij het grote publiek, dan wel omdat de werkomstandigheden bij de producent van de iPhone zo vreselijk zouden zijn dat al heel wat werknemers zich de voorbije jaren al van het leven beroofden. Die fabrieken krijgen we overigens niet te zien (de meeste bevinden zich ook op het Chinese vasteland, en niet in Taiwan), maar de Europese Foxconn-baas Jean-François Baril wil er wel iets over kwijt. "Wanneer ik naar Shenzhen reis slaap ik ook in die fabriek", klinkt het. "Je moet oppassen met de verhalen in de pers. Alles wordt uitvergroot omdat het over de producent van de iPhone gaat." "In totaal hebben er 13 mensen in dienst van Foxconn zelfmoord gepleegd. Toegegeven, dat zijn er 13 te veel, maar slechts drie van de dertien waren ontevreden over de werkomstandigheden. Bij de anderen speelden er andere dingen, zoals liefdesverdriet." Baril, die 13 jaar voor Nokia werkte, drukt ons op het hart om niet te snel een oordeel te vellen. "30 jaar geleden was het in China zoals het in Frankrijk was tijdens de middeleeuwen : iedereen was straatarm. In 1986 verdiende een Chinese werknemer gemiddeld 10 euro per maand. Vandaag is dat al ruim 300 euro." "Foxconn probeert voortdurend om de werkomstandigheden in zijn fabrieken te verbeteren, want het wordt steeds moeilijker om nog mensen te vinden", weet de Fransman. "Heel wat Chinezen voelen zich verloren in de grootstad, en gaan liever in een bar werken of bij de Burger King, dan aan de band. Dat zijn dingen waar we rekening mee moeten houden." Net zoals de meeste andere technologiebedrijven, kijkt Foxconn ook met veel interesse naar wat er zich allemaal afspeelt in start-up land. Het bedrijf heeft zelfs een investeringsfonds opgericht dat 1,5 miljard dollar in de portefeuille heeft, en dat minderheidsparticipaties neemt in technologiestart-ups die interessant kunnen zijn voor het conglomeraat. Voor Europa is er 150 miljoen dollar aan de kant gezet, een boodschap die op heel wat interesse kon rekenen bij de Belgen. Overigens hééft Foxconn intussen al geïnvesteerd in twee Europese IoT-start-ups. Eéntje daarvan is het Franse Actility, dat samen met Proximus een IoT-netwerk uitrolt in ons land. "We hebben 12 miljoen geïnvesteerd in die start-up, goed voor een belang van ongeveer 10 procent", aldus nog Jean-François Baril. "Het is sowieso de bedoeling om de blik wat meer naar buiten te richten en om kenbaar te maken dat we méér doen dan assembleren en produceren. België is zelfs een interessante markt, al was het maar omwille van zijn aantrekkelijk fiscaal regime." Of Foxconn ooit producten onder de eigen naam in de markt gaat zetten, willen we nog weten, of ligt dat te gevoelig en zouden er dan te veel klanten opstappen ? "Je zal onze naam nooit ergens zien opduiken", knipoogt Jimmy Huang. "We zijn trouwens slecht in marketing (lacht)." "Wel willen we onze klanten beter leren helpen, zelfs met het design van hun producten, of met de verkoop als dat nodig is. De boodschap naar Europa toe moet zijn dat wij een ideaal en allesomvattend platform in de aanbieding hebben, ook voor start-ups die op zoek zijn naar een betrouwbare (hardware)partner." Frederik Tibau"Je moet oppassen met de verhalen in de pers. Alles wordt uitvergroot omdat Foxconn de producent van de iPhone is"