Vroeger besliste elke Franstalige universiteit over haar eigen aankopen en rekencentra-infrastructuur, maar het FNRS besloot - als belangrijkste geldschieter - enkele jaren geleden om een commissie op te richten die in eerste instantie instaat voor de coördinatie van de aankoop van grote uitrusting. "In de eerste fase werd een precieze inventaris van de uitrusting opgemaakt en werd de functie van de verschillende rekencentra verduidelijkt", legt David Colignon uit, die als logistiek expert belast is met de coördinatie van de activiteiten. "We zijn vertrokken van de basis, van de professoren en de gebruikers op het terrein om de relaties tussen universiteiten te formaliseren."
...

Vroeger besliste elke Franstalige universiteit over haar eigen aankopen en rekencentra-infrastructuur, maar het FNRS besloot - als belangrijkste geldschieter - enkele jaren geleden om een commissie op te richten die in eerste instantie instaat voor de coördinatie van de aankoop van grote uitrusting. "In de eerste fase werd een precieze inventaris van de uitrusting opgemaakt en werd de functie van de verschillende rekencentra verduidelijkt", legt David Colignon uit, die als logistiek expert belast is met de coördinatie van de activiteiten. "We zijn vertrokken van de basis, van de professoren en de gebruikers op het terrein om de relaties tussen universiteiten te formaliseren." In november vorig jaar werd er dan een formeel akkoord gesloten tussen de 5 universiteiten en het FNRS onder de naam CÉCI, wat staat voor Consortium des Équipements de Calcul Intensif. "Er werd een investeringplan op 5 jaar voorgelegd aan het FNRS. Doel is om elk jaar te beschikken over een budget van 1 miljoen euro, dat in de verschillende rekencentra geïnvesteerd zal worden in functie van de vastgestelde behoeften." Het eerste jaar zouden de UCL en ULB de nieuwe uitrusting moeten krijgen, terwijl de ULg, Bergen en Namen, in het tweede jaar aan de beurt komen. De investeringen zijn minstens 2 keer zo groot als tot nu toe het geval was. In het verleden deed elke universiteit immers haar eigen aankopen, vaak over een periode van 4 jaar. "Zowat 500 onderzoekers maken regelmatig gebruik van deze uitrusting", gaat David Colignon verder. Maar het consortium beperkt zijn activiteiten niet tot de aankoop van materiaal. "We staan ook in voor de opleiding van de gebruikers met betrekking van de nieuwe programmeertechnologie, vooral dan OpenMP en MPI, en voor de informatie over de beschikbare hulpmiddelen." Zijn taak bestaat er ook in om de behoeften te identificeren en technologisch toezicht uit te oefenen, meer bepaald op de berekening op gpu (wat weliswaar een volledige herprogrammering van de applicaties vraagt). "Deze onderzoekers werken in zeer uiteenlopende vakgebieden en hun behoeften verschillen zeer sterk. Sommigen gebruiken applicaties waar grote hoeveelheden parallelle capaciteit voor nodig is, anderen hebben dan weer nood aan ultrasnelle verbindingen of machines met een groot gedeeld geheugen." Deze infra-structuur is momenteel onderling verbonden dankzij het Belnet-netwerk. Er zouden dus dit jaar nog twee Europese aanbestedingen worden gepubliceerd. Het zal gaan om 2 clusters van 3.000 kernen, elk met een waarde van ongeveer 500.000 euro. Het valt af te wachten of de bestelling enkel betrekking zal hebben op het ruwe materiaal, of op voorgeconfigureerde machines, afhankelijk van het beschikbare personeel. Een opmerking hierbij is dat er rekening wordt gehouden met het 'green' aspect omdat het verbruik van de nodige elektriciteit en energie voor de koeling van de installaties steeds duurder wordt. Temeer omdat men voor hetzelfde bedrag veel meer kernen krijgt omdat de aankoopprijs ervan gedaald is, wat natuurlijk een veel hoger verbruik met zich meebrengt. Bovendien zou het consortium in de toekomst kunnen overwegen om speciale optische glasvezellijnen te huren voor de onderlinge verbinding van zijn uitrusting. Ook kan er gedacht worden aan een deelneming aan het Europese programma Prace (Partnership for Advanced Computing in Europe), dat de infrastructuren van supercomputers van verschillende landen met elkaar wil verbinden. Alleen moet de Staat zich inschrijven in dit programma, iets wat momenteel niet evident is omdat er geen regering is. Is dit bedrag van 500.000 euro niet wat beperkt, als je weet dat Vlaanderen bijvoorbeeld in het kader van VCS besloot om 5 miljoen euro te investeren in de aankoop van een supercomputer, die tot de top 500 van de supercomputers zou behoren? "We kozen voor een pragmatische aanpak vanuit de basis, terwijl de Vlaamse regering de universiteiten sterk heeft aangemoedigd om zich te verenigen in een cluster." Daarbij moet gezegd dat er ook andere financieringen komen van het Waalse Gewest (voor toegepaste research), van de Franse Gemeenschap (voor fundamentele research) en van Europa. Het consortium stelde ook een logistiek expert aan die een toegangssysteem moet invoeren dat gelijkvormig is aan de supercomputinginfrastructuur voor de verschillende universitaire onderzoekers, kwestie van iedereen op gelijke voet te stellen (met behulp van de nodige beveiligingen). http://hpc.montefiore.ulg.ac.be Marc Husquinet